Artistiek leiders zijn dun gezaaid

De recente fusies in het theaterbestel leiden tot verarming, maar wellicht ook tot nieuwe mogelijkheden voor kleine groepen. Als die de kans krijgen jonge theatermakers klaar te stomen voor de artistieke leiding....

EEN FUSIEGOLF overspoelt het Nederlandse toneel. Hollandia fuseert met het Zuidelijk Toneel, de Federatie fuseert met Theater van het Oosten en het had weinig gescheeld of De Trust was gefuseerd met Toneelgroep Amsterdam.

De komst van het nieuwe Kunstenplan 2001-2005, waarvoor de beleidsvoornemens dit najaar moeten worden ingediend, heeft de theaterwereld in opwinding gebracht. Van de zes grote gezelschappen hebben er nu vier een nieuwe artistiek leider. Koos Terpstra (Noord Nederlands Toneel), Ivo van Hove (Toneelgroep Amsterdam), Johan Simons (Zuidelijk Toneel/Hollandia) en Rob Ligthert (De Federatie/Theater van het Oosten) zijn de nieuwe kapiteins op het schip.

De fusies in Eindhoven en Arnhem tonen aan dat er maar weinig theatermakers zijn die de leiding van een gezelschap op zich kunnen en durven nemen. De fusies worden nu weliswaar gepresenteerd als een optelsom van twee goeden, maar met name in Arnhem is het laatste half jaar een ware stoet van potentiële opvolgers van Leonard Frank de revue gepasseerd. Johan Simons, Liesbeth Coltof, Matthijs Rumke, de collectieven Het Oranjehotel en Growin' up in Public waren onder meer kandidaat, maar wilden niet of vielen af. De Federatie had in een vroeg stadium al interesse getoond en werd uiteindelijk met de post Arnhem beloond. Een gedurfde keuze, waarin gezien de onervarenheid van Rob Ligthert met het grotezaaltoneel een zeker risico zit. Ligthert zal dan ook worden ondersteund door een artistieke raad. Maar een beetje lef kan geen kwaad in Arnhem, dat immers jarenlang in een artistieke impasse heeft gezeten.

Dat Hollandia en het Zuidelijk Toneel binnenkort officieel tot een fusie zullen besluiten, is ook een voorbeeld van creatieve probleemoplossing. Het probleem is dat er in Nederland, ondanks al die groepen, groepjes en collectieven simpelweg te weinig theatermakers rondlopen met leidinggevende kwaliteiten.

Hoe verdedigbaar de fusie in Eindhoven ook is, Hollandia en het Zuidelijk Toneel waren de afgelopen vier jaar bij uitstek de gezelschappen waar een avontuurlijke programmering, opvallende locaties en artistieke vernieuwing de boventoon voerden. Twee gezelschappen ook die in een overvol bestel de parels waren. Van tweeën één betekent in dit geval hoe dan ook een verarming.

In een land waarin het aanbod aan theater veel te groot is, is het feit dat gezelschappen zichzelf opheffen dan wel opgaan in een groter verband uitermate welkom. Bij de verdeling van de subsidies voor het komende Kunstenplan zou de overheid zichzelf nu rijk kunnen rekenen. Nu De Federatie en Hollandia geen aanspraak meer zullen maken op subsidie, zou dat geld echter bij andere groepen terecht moeten komen. Niet om het aanbod opnieuw groter te maken, maar om jonge makers de gelegenheid te geven zich ook in de leidinggevende aspecten van hun vak te ontwikkelen, zodat ze straks klaar staan om de generatie van nu op te volgen.

Meer over