Architectuur in alle bescheidenheid

Tien kenners hebben hun top tien van architecten samengesteld...

Na een atlas van wereldarchitectuur heeft de Londense uitgeverij Phaidon weer een nieuw hebbeding op de markt gebracht. Een woordenboek ditmaal, daar heeft 100 architects 10 critics nog het meest van weg.

Sinds een aantal jaren brengt Phaidon om de zoveel tijd een aflevering in de Top 100 serie uit, over beeldend kunstenaars (1998, 2001 en 2003), over fotografie (2002) of over graphic designers (2003). Nu mochten tien architectuurkenners van over de hele wereld hun top tien samenstellen, onder wie Pritzker Prizewinnares Zaha Hadid , de Madrileense architect Alberto Campo Baeza, de in Mexico-Stad woonachtige criticus Miquel Adrià, Observercriticus Deyan Sudjic, curator Frédéric Mirayrou van het Centre Pompidou, de Zuid-Koreaan Jong-Kyu ko Mori. Kim en de Japanse goeroe ToshiAan elke uitverkoren architect of architectengroep zijn vier pagina's besteed, met elk één project. De fotografie is prachtig en overdadig, maar de samenstellers van het boek hebben duidelijk niet gekozen voor tekst. Na inleiding (twee alinea's) en introductie van de critici (elk één alineaatje) en de lijst van honderd namen wordt meteen overgegaan tot de orde van de dag: architectuur. Vierhonderd glimmende pagina's lang. Summier worden de architecten en hun ideeën aangestipt. En na vijf minuten ben je dan eigenlijk al het spoor bijster. Het is veel veel veel. Alleen het alfabet biedt nog houvast.

Je zou zeggen: een overbodig nakomertje dus, zo krap een halfjaar na het uitkomen van Phaidons zeer begerenswaardige en zeker zo massieve 'Wereldarchitectuuratlas'. Toch is het wel weer gelukt om een verleidelijk boekwerk op de markt te brengen. Boekwerk ja, want een boek kan je het nauwelijks meer noemen. Het ruikt naar plastic, heeft het formaat en het gewicht van een grote stoeptegel, en een reliëf-kaft als een houtsnijwerk. En het is heerlijk wegdromen bladerend van het ene droomhuis naar het volgende, prachtige interieur, van het strakke kantoorgebouw naar het futuristische ontwerp van een overdekte brug.

Opvallend in de keuze van de critici is dat het niet de Norman Fosters en de Herzog & De Meurons zijn die de pagina's bevolken. Het selecte gezelschap van Nederlandse architecten dat is opgenomen (drie stuks in totaal) is typerend: niet Rem Koolhaas, MVRDV, UN Studio of Erick van Egeraat, maar NL Architects dat internationale roem verwierf met de Basketbalbar op de Uithof in Utrecht (uitgekozen door Zaha Hadid), het Rotterdamse bureau ONL, bekend om futuristische computerarchitectuur, zoals de geluidswal langs de A2 (ook keuze van Zaha Hadid), en het ingetogen werk van Claus en Kaan Architecten (door Deyan Sudjic).

Biedt de At l a s een overzicht van 's werelds meest belangrijke gebouwen van de afgelopen jaren, bij deze honderd architecten gaat het meer om het belang van de bureaus. Dit boek toont architectuur niet alleen van zijn opschepperige kant zoals gemeentebesturen het graag zien met de toeristenfolder al in het achterhoofd, dit boek toont veel architectuur in zijn meest bescheiden basisvorm. Wat architecten bedenken, voorzien en verzinnen om huizen, kantoren, of ruimer opgevat, onze dagelijkse leefomgeving in de eerste plaats optimaal te laten functioneren en niet te laten imponeren.

Ondanks de vele fascinerende projecten bekruipt je na het eindeloze omslaan van de pagina's wel de vraag naar de betekenis van het boek. Zoals gezegd: een duidelijke lijn ontbreekt, een idee. Het boek gunt je geen duidelijke kijk in de toekomst, het doet geen ferme uitspraken over het nu. Iedere criticus volgt zijn eigen smaak - en dat is dan dat. Wat die inhoudt, wordt kort uiteengezet in de 'essays' (halve paginaatjes) die de critici aan het eind als toetje meegeven. En na veel geblader zie je het.

Zaha Hadid legt de nadruk op het parametrisch ontwerp, en zit daarmee redelijk op een lijn met Frédéric Migayrou. Jong-Kyu Kim heeft zijn aandacht vooral gericht op Koreaanse bureau's, en legt evenals Toshiko Mori een voorkeur voor Aziatische esthetiek aan de dag - strakke contouren, natuurlijke materialen. De Nieuw-Zeelandse Davina Jackson neigt naar postmodernistische tendensen die in haar land en Australië blijkbaar populair zijn.

Misschien had het boek aan zeggingskracht gewonnen als de keuzes niet zo door elkaar gehusseld waren. Nu is het boek opgehangen aan de critici, maar ook weer niet. n

Meer over