Architect Leliman eenzaam op de barricade

Zijn vakbroeders reageerden zeer sceptisch toen architect Johannes Hendrik Willem Leliman (1878-1921) in 1912 in het vakblad De Bouwwereld het idee voor een architectuurmuseum opperde: 't Museum brengt ons wis gewin/ als het de gebouwen kan bevatten/ die wij op groote waarde schatten,/ Maar hoe brengt men de kunst er...

Van onze verslaggeefster

Annemieke Jansen

ROTTERDAM

Het instituut wijdt tot half januari een bescheiden tentoonstelling aan zijn geestelijke vader, in de eerste van een reeks die de semi-permanente expositie 'Twee eeuwen architectuur in Nederland' aanvullen en waarin steeds een architect nader wordt belicht.

Het NAi bezat slechts enkele reisschetsen van Leliman. Maar door een recente schenking van tekeningen, blauwdrukken en foto's door de laatste opvolger van het bureau van Leliman, het in 1992 opgeheven architectenbureau Snieder Duyvendak Bakker, heeft het nu een aardig beeld van het werk van deze gematigd traditionele architect.

Leliman heeft zo'n tweehonderd werken op zijn naam staan, waarvan het meerendeel villa's en woningen. Maar het is niet zijn oeuvre dat hem een bijzondere plaats in de architectuurgeschiedenis geeft, het is veeleer zijn rol als aanstuurder. Welke commissie er in die tijd ook bestond, Leliman lijkt er bij betrokken. Hij was actief in de Maatschappij tot Bevordering van Bouwkunst en het architectengenootschap Architectura et Amicitia, hij was bestuurslid van vier of vijf organisaties. bij de Vereniging van Delftse ingenieurs, de Ambachtschool, en bij de ANWB. Hij was mede-oprichter van het Instituut voor Bouwkunst (1917) en van de Bond Heemschut (1911), een instelling die zich inzette voor het behoud van cultureel erfgoed. Aan het eind van zijn leven was hij lid van de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg. En dat alles in twintig jaar tijd, want Leliman overleed al op 41-jarige leeftijd.

Leliman liet al vroeg van zich horen. Als 22-jarige drong hij door tot de eindkamp van de Prix de Rome met een ontwerp voor het Paleis van Justitie in Amsterdam, waarvan een prachtige tekening hangt op de tentoonstelling. Toen hij met zijn vrij traditionele ontwerp uiteindelijk tweede werd, liet Leliman dat niet over zijn kant gaan. Hij vroeg het Ministerie van Binnenlandse Zaken zijn prijs terug te nemen omdat hij zich onmogelijk kon vinden in de argumentatie van de jury.

Leliman was, als we de uitgave die de tentoonstelling vergezelt mogen geloven, een begenadigd spreker en had een tegendraadse pen - iets dat hem door zijn collega's niet altijd in dank is afgenomen. Zo verkondigde hij voortdurend dat in de bouwwereld te veel het eigenbelang voorop stond. Hij ventileerde zijn ideeën veelvuldig, eerst in het Bouwkundig Weekblad en de Opmerker, vanaf 1902 in het door hem opgerichte vakblad De Bouwwereld.

Hij was voorstander van humane bouwkunst en daarmee pionier in de volkshuisvesting. Engelse tuinsteden vormden zijn ideaal. De arbeiderswoningen van Leliman aan de Zeeburgerdijk in Amsterdam bestaan hooguit uit twee of drie bouwlagen, om zoveel mogelijk intimiteit te behouden. Erkers, loggia's en verspringende gevels zorgen voor de nodige variatie en voorkomen elk gevoel van monumentaliteit. In de vroegere mijnwerkerskolonie Treebeek bij Brunssum kreeg hij uiteindelijk de gelegenheid om de tuinstadgedachte op grote schaal te realiseren.

De hele architectenpraktijk moest in zijn visie vermaatschappelijkt worden. Daarbij hoorde volgens hem ook een museum waar het werk van architecten inzichtelijk wordt gemaakt. Toen het plan voor een architectuurmuseum weinig kans van slagen bleek te hebben, maakte Leliman zich sterk voor een Instituut voor Bouwkunst, dat er in 1917 kwam. Het moest een vereniging zijn waar plaats was voor iedereen met belangstelling voor bouwkunst. En juist dat zorgde opnieuw voor beroering. De Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst - alleen architecten - verbood haar leden zelfs toe te treden tot het nieuwe instituut.

Leliman bleef zijn korte leven strijden voor vermaatschappelijking van de architectuur. Hij pleitte, naar Duits voorbeeld, voor openbare adviesbureaus tegen ontsiering van stad en land. Mensen moesten ook gemakkelijk hun weg kunnen vinden in de stad en het op het platteland. Vandaar Lelimans betrokkenheid bij de ANWB, waarvoor hij de inmiddels overbekende ANWB-paddestoel ontwierp.

Hoezeer Leliman ook op de maatschappelijke barricade stond, in de architectuurdiscussie van dat moment vond hij geen aansluiting. Die strijd tussen de traditionalisten en de vernieuwers van De Stijl en de Amsterdamse School ging hem te veel over stijl, en aan een discussie over stijl alleen had Leliman geen boodschap.

Hij koos in zijn villa's en woonhuizen voortdurend voor het beste uit twee werelden. Misschien werden zijn ideeën, werken en persoon destijds daarom wel grotendeels genegeerd door de architectengemeenschap. Goed dat het NAi alsnog aandacht aan hem besteedt.

J.H.W. Leliman (1878-1921), architect en publicist, t/m 16 januari in de Galerij van het Nederlands Architectuurinstituut Rotterdam.

E. Prook en D. Segaar red., J.H.W. Leliman (1878-1921) uitgave van de stichting BONAS, 125 pagina's, f 22,90. ISBN 90-802401-3-3.

Meer over