ReportageArcade Fire

Arcade Fire is terug, met een concert als een gebedsdienst, waar je gelouterd uit rolt ★★★★★

Arcade Fire, volgens popverslaggever Robert van Gijssel misschien wel de beste band van deze eeuw, is terug na een lange stilte. Met een verpletterend optreden in een Londense nachtclub en het nieuwe album We, een pleidooi voor saamhorigheid.

Robert van Gijssel
Arcade Fire. Beeld María José Govea
Arcade Fire.Beeld María José Govea

Win Butler, de zanger van Arcade Fire, laat zich graag meeslepen door zijn emoties – hij weet dat ze hem vaak de goede kant op sturen, en hij heeft niet voor niets een hele carrière opgebouwd rond zijn turbulente gevoelsleven. Het manische sentiment maakt Arcade Fire zo goed en urgent.

In de Londense nachtclub Koko, waar Arcade Fire zich na jaren afwezigheid eindelijk weer eens op een podium laat zien, stort Butler zich al na twee nummers in de armen van zijn publiek, op zoek naar de zweterige omhelzing die hij kennelijk lang heeft gemist. Bij een huiveringwekkend mooie uitvoering van het een kwartier durende epos End of the Empire vraagt hij ernstig om stilte, en lijkt hij even in gevecht met zijn eigen tranen. Daarna krijgt zijn roadie een briesende woedeaanval te verwerken, omdat Butler zijn gitaar net niet op tijd krijgt aangereikt. ‘Het is nogal essentieel dat je mij op tijd de goede gitaar geeft’, blaft hij overdreven hard, zodat de hele zaal het kan horen.

Arcade Fire in Koko in Londen op 29 april. Beeld Simone Joyner/Getty
Arcade Fire in Koko in Londen op 29 april.Beeld Simone Joyner/Getty

Hij is laaiend. Dan weer euforisch. Vervolgens verdrietig, en dan weer woedend op de wereld en de misère die ons de laatste jaren omgeeft. ‘Stop je laatste gebeden maar in een diepe la, misschien worden ze na de oorlog ontdekt’, zingt hij in Age of Anxiety: weer een groot liedwerk van het nieuwe album We. Naast hem zingt en danst zijn echtgenote Régine Chassagne, terwijl ze uit een soort superheldenriem een spervuur van laserstralen over het verbijsterde publiek schiet. Wat een concert. Na twee uur sta je tollend weer op straat in de Londense volks- en uitgaanswijk Camden, en vraag je je af wat er in hemelsnaam allemaal is gebeurd.

Win Butler en zijn echtgenote Régine Chassagne schrijven samen de nummers van Arcade Fire. Beeld
Win Butler en zijn echtgenote Régine Chassagne schrijven samen de nummers van Arcade Fire.

Mogen we na een paar zeldzame liveshows – Arcade Fire speelde vorige maande ook een verrassingsconcert op het Amerikaanse festival Coachella – en een nieuwe plaat spreken van een comeback? Misschien niet: Arcade Fire was weliswaar jaren niet op een podium te vinden en speelde in 2018 voor het laatst in Nederland, maar echt weg was de Canadese band ook weer niet. Al dateert het laatste album ook van vijf jaar geleden. Dat is lang, voor een band die algemeen wordt gezien als misschien wel de belangrijkste en zeker de opzienbarendste van deze eeuw.

Gevoelsmatig bevond Arcade Fire zich al langer in een muzikaal schemergebied. Want dat laatste album Everything Now was een beetje een misser, ook die mening wordt breed gedeeld in de mondiale muziekkritiek en bij de aanhang van de band. Het schrijverspaar Butler/Chassagne had zich gestort in een nieuw muzikaal experiment, en dat bracht Arcade Fire naar wat vlakke discopop en een thematiek die gedateerd voelde. Everything Now ging vooral over telefoonverdwazing en het onlineleven, en daar had de mensheid toch al een decennium of anderhalf mee te schaften. Het was minder meeslepend dan bijvoorbeeld het conceptalbum The Suburbs (2010), over de vreugde en horror van het leven in de buitenwijken. Of Neon Bible (2007), over het moderne geloofsleven.

Maar na de kleine inspiratiedip drongen de belangwekkende onderwerpen zich op. Het presidentschap van Trump gaf Butler en Chassagne aanleiding voor ongeveer zes liedjes per dag, lieten ze al eens weten aan hun fans en volgers. En daar denderde nog een pandemie overheen, die de liedschrijvers vanaf 2020, bij een eerste Amerikaanse lockdown, opsloot in hun huis in New Orleans. Daar aan de schrijftafel moest eigenlijk ook zoiets kolossaals als de klimaatcrisis een plekje krijgen. En de grote nieuwe oorlog die de wereld momenteel lijkt mee te sleuren in een draaikolk van ellende.

De onderwerpenstorm ging uiteindelijk liggen rond een enkel, universeel en tijdloos thema: de mensheid. Oftewel: wij. Dat wat ons verbindt, ons bedreigt, maar uiteindelijk ook onze redding kan zijn. Butler liet zich influisteren door een kinderboek waaruit zijn oma hem vroeger voorlas, en waarop in grote letters het woord ‘WE’ stond afgedrukt. En door een Russische sciencefictionroman getiteld We, van Jevgeni Zamjatin uit 1924. In dat boek, dat ook diende als inspiratie voor de dystopische literaire werken 1984 van George Orwell en Brave New World van Aldous Huxley, zoeken individuen de kracht van de menselijke verbinding, bij een strijd tegen een totalitaire macht die zich keert tegen de onderdanen.

 Win Butler, de zanger van Arcade Fire, in de menigte tijdens het concert in nachtclub Koko.   Beeld Simone Joyner/Getty
Win Butler, de zanger van Arcade Fire, in de menigte tijdens het concert in nachtclub Koko.Beeld Simone Joyner/Getty

Arcade Fire live

De Canadese band Arcade Fire speelde in 2017 een laatste festivalshow in Nederland, op Best Kept Secret. Ook daar overrompelde de band iedereen die erbij was. ‘Een weergaloos goed concert, dat eigenlijk alles wat er vrijdag en zaterdag eerder te zien is geweest in een diepe schaduw zet’, schreef recensent Gijsbert Kamer. Nieuwe Nederlandse optredens van Arcade Fire zijn nog niet aangekondigd, maar een tournee wordt wel verwacht.

De vijand in de liedjes van Chassagne en Butler is een veelkoppig monster. Het is het kapitalisme, de politiek die zich tegen ons lijkt te keren en het grote geld alleen maar groter lijkt te maken, of het konijnenhol van de complottheorie. Of het is de macht van de technologie, die de mens in een houdgreep heeft genomen. Van Netflix en Disney, die ons onder hypnose hebben gebracht.

In het openingsnummer Age of Anxiety zingen ze over het scherm, waar het menselijke oog steeds hechter aan vastgeplakt zit: ‘Fight the fever with tv, in the age when nobody sleeps.’ En de collectieve serieverslaving keert terug in het daverende stuk End of the Empire. ‘We unsubscribe’, zingt Butler daar. ‘Fuck season five.’

Maar vanuit de angstigste visioenen gaat Arcade Fire met We op weg naar die streepjes licht aan de horizon. Naar de troost die mensen elkaar kunnen bieden als ze elkaar maar weer in de ogen kijken. ‘When you look at me, you see what I want you to see. What I want you to see is me’, zingen de schrijvers elkaar toe in Age of Anxiety.

En in het tweeluik The Lightning hangt een gloed van spirituele magie, die ook de eerste albums van Arcade Fire zo fraai verlichtte. De goddelijke bliksem, die de mensheid ooit leven moet hebben ingeblazen, mag ons opnieuw de weg wijzen uit de duisternis. We dachten dat we de top van de berg hadden bereikt, piekert Butler, maar we voelen ons nu lager dan ooit. ‘We keep hoping in the distance, we’ll see a glow. Lightning light our way, till the black sky turns back to indigo.’

De blik van de mens, op de hoes van We afgebeeld als een wijd opengesperd oog, zal zich ooit weer afkeren van het kleine lichtgevende scherm in onze hand en staren naar het wonder van onze eigen creatie. En als het moet, slepen we elkaar naar de eindstreep. ‘We can make it baby, please don’t quit on me’, zingen Butler en Chassagne na hun semi-religieuze openbaringen in The Lightning. We wankelen tussen hoop en vrees, maar uiteindelijk komen we er wel.

Arcade Fire Beeld Michael Marcelle
Arcade FireBeeld Michael Marcelle

De filosofische en hoopgevende teksten worden op We aangejaagd door het bekende geluid van Arcade Fire, en het wonderlijke instrumentarium waarmee de band zich vanaf de jaren nul zo geliefd maakte. Violen en accordeons haken zich vast aan pulserende synthesizers en rockende gitaren, en Arcade Fire klinkt weer als een ontketend indie-orkest, dat bij uitgesponnen liedstukken in meerdere hoofdstukken op zoek gaat naar een bevrijdende climax. De ritmes worden steeds zwaarder aangezet, en de band lijkt in de finales van Age of Anxiety een marcherende fanfare, die een steeds straffer tempo inzet en waar je als luisteraar door wordt meegesleurd, in een euforische optocht. De synthesizers, gitaren en galmende piano’s hameren de emoties er intussen nog harder in, waardoor Arcade Fire ook nu weer de grandeur krijgt van een stadionrockband.

Hoe goed die gouden klankencombinatie nog altijd werkt, ontdek je toch vooral als de band op een podium staat. De gedrevenheid van Butler en Chassagne en dat rammende orkest achter hen slaat over op het publiek, en maakt een concert van de band tot een soort gebedsdienst, waar je gelouterd uit rolt.

In de intieme nachtclub Koko, waar Arcade Fire speelt voor slechts twaalfhonderd man, wordt het terugkeerconcert van afgelopen weekend een collectieve beleving, een samenzwering tussen band en publiek. De meezingkoren galmen tussen de kleine, donkerrood geverfde balkons en Win Butler blijft zich maar tussen het hossende publiek aan zijn voeten werpen. Het is alsof de band het belangrijke thema van de nieuwe plaat hier in Londen voor het eerst in de praktijk wil brengen, in aanloop naar een nieuwe, nog niet angekondigde tournee: we moeten het samen doen, en ontsnappen aan het naargeestige individualisme van ons tijdperk.

Boven het podium hangt een groot en dreigend oog. Maar daaronder staat zanger Butler op een klein houten opstapje op het podium, met daarop simpel en doeltreffend weer dat woord WE afgebeeld, in witte hoofdletters. En alle goede bedoelingen en verheven gedachten van de band worden uiteindelijk, na twee uur speeltijd, samengevat in één simpel gebaar.

Butler gooit na de laatste toegift zijn tamboerijn in de zaal, en vraagt de man die het ding opvangt het ritme voort te zetten. De band verlaat het podium, maar de volle Koko vouwt zich nu om de jongen die het concert vervolgt en de tamboerijn in een trance tegen zijn borst slaat. Het gezang van de zaal neemt de show bij afwezigheid van de band over, en waarschijnlijk echoot het woordloze mantra ‘woo hoo hoo’ nu nog door de club. Het ‘wij’ heeft gewonnen.

Arcade Fire, live in de Londense club Koko op 29/4. ★★★★★

Het album We is verschenen bij Sony Music. ★★★★☆

Het Camden theater, nu Koko, in Camden, Londen in 1975.  Beeld Fred Mott/Evening Standard/Hulton Archive/Getty
Het Camden theater, nu Koko, in Camden, Londen in 1975.Beeld Fred Mott/Evening Standard/Hulton Archive/Getty

Club Koko in Camden

Toen de show van de Canadese band Arcade Fire vorige maand werd aangekondigd voor de zaal Koko in de Londense uitgaanswijk Camden, vlogen de kaarten razendsnel uit de ticketkantoren. Niet verwonderlijk, want een show van de grote band in een zo kleine, intieme en fraaie zaal was natuurlijk een buitenkans. Arcade Fire was gevraagd de club Koko te heropenen, na een brand en een jarenlange verbouwing. Het concert moest een nieuw tijdperk inluiden voor de iconische Britse zaal, waar popgeschiedenis is geschreven.

Het Londense theater werd in 1900 geopend als The Camden Theatre, en was de grootste theaterzaal buiten het district West End. In de jaren tien van de vorige eeuw werd de kleine, ronde zaal met twee rijen theaterloges in gebruik genomen als een van de eerste filmzalen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het intieme theater geconfisqueerd door de omroep BBC, die er radio- en later tv-shows wilde opnemen. Vanaf de jaren vijftig was het theater de thuisbasis voor het beroemde comedyprogramma The Goon Show.

In 1972 verliet de BBC de tent, en de zaal leek rijp voor de sloop. Tot in 1977 werd bedacht dat de ronde arena ook goed dienst kon doen als muziekzaal, vooral voor opkomende rockacts. Het podium werd omgedoopt tot The Music Machine, en stond aan de wieg van de Britse heavy metal. In 1979 gaven de bands Iron Maiden, Angel Witch en Samson een gezamenlijk optreden, dat werd gezien als startpunt voor de invloedrijke New Wave of British Heavy Metal, afgekort als NWOBHM.

In de jaren tachtig kreeg de zaal weer een andere naam, en opnieuw een belangrijke rol voor de Britse popmuziek. De zanger en nachtclubpromotor Steve Strange vormde het ‘Camden Theatre’ om tot een barokke en romantische uitvalsbasis voor extravagante clubnachten, en optredens van zijn eigen band Visage. De club was nu het nieuwe thuis van de New Romantic-beweging, die flamboyante mode verbond aan de stijlvolle new wave, van bands als Spandau Ballet en Duran Duran. Ook de Amerikaanse zangeres Madonna trok eind jaren tachtig naar de nachtclub, voor haar eerste concert in het Verenigd Koninkrijk.

Vanaf de jaren nul raakte het theater in verval, maar de mediamagnaat Oliver Bengough zag kansen voor een herstart als club en podium. Na een verbouwing en een uitslaande brand in 2020 is de zaal nu grondig gerestaureerd in antieke glorie, en heropend met de show van Arcade Fire. De nieuwe Koko doet dienst als zaal voor dance- en clubnachten, en als klein podium voor grote bands die eens iets anders willen.

Club Koko in 2008  Beeld  Louise Wilson/Getty
Club Koko in 2008Beeld Louise Wilson/Getty
Meer over