Antwerpse Anna werd wolfskind uit Overijssel

Begin achttiende eeuw groeide in de bossen bij Zwolle een wolfskind op. Of het meisje ooit heeft leren praten, is niet duidelijk, maar dom was ze niet....

Mieke Zijlmans

WILDE KINDEREN, zogenoemde wolfskinderen, zijn voor de gecivileerde mens altijd een geliefde bron van speculaties geweest. Het gaat ons verstand te boven dat er kinderen zijn die zonder menselijke hulp kunnen overleven in de vrije natuur.

De wetenschappelijke vraag is hoe zulke kinderen zich geestelijk hebben ontwikkeld, en of ze na terugkeer in de beschaving nog in staat zijn basale vaardigheden op te pikken. Het is bij geen van hen bijvoorbeeld gelukt hun nog echt een taal te leren spreken. Schort er iets aan hun geestelijke vermogens? Of is er sprake van een kritische grens, moet een mens vóór het begin van zijn puberteit hebben leren praten?

Welbekend en uitgekauwd zijn de buitenlandse voorbeelden van in het wild opgegroeide kinderen. Wilde Peter werd in 1724 bij Hannover gevonden, Kaspar Hauser in 1828 bij Neurenberg. Het meest onderzochte historische voorbeeld is Victor, in 1799 ontdekt bij het Franse Aveyron. Nog in 1970 werd in Los Angeles het zwaar verwaarloosde meisje Genie aangetroffen.

Vrijwel vergeten is dat ook in Nederland een wolfskind is ontdekt. De Leidse historisch taalkundige dr. Marijke van der Wal herontdekte deze Puella Trans-Isalana, het 'Overijsselse meisje'. Tijdens een taalkundig congres in 1996 citeerde de Duitse taalkundige Gerda Hassler een summiere Latijnse verwijzing naar het meisje.

Nooit van gehoord, dacht Van der Wal toen ze dat Latijnse zinnetje hoorde. Daarop besloot ze het verhaal boven water te halen. Haar bevindingen publiceerde ze onlangs in de historiografische bundel Sprachdiskussion und Beschreibung von Sprachen im 17. und 18. Jahrhundert.

Die tekst in het Latijn, zo blijkt, komt uit een wetenschappelijke prijsvraag uit 1769. De vraag daarvan is of de mens zelf in staat is taal te ontwikkelen, of dat het hier gaat om een goddelijke gave. Een deelnemer aan de prijsvraag verwijst naar een meisje dat in juli of augustus 1717 zou zijn gevonden in de buurt van Zwolle.

Haar speurtocht voert Van der Wal naar bronnen die naar weer andere bronnen verwijzen. De Franstalige krant Mercure historique et politique, uitgegeven in Den Haag, bericht in januari 1718 over de gevangenneming van een wild meisje van een jaar of 18, in de bossen van het landgoed Kranenburg bij Zwolle.

Boeren hebben haar gevonden. Ze is vrijwel naakt, heeft een donkere, ruwe huid en eet gras en bladeren. Ze stoot wel geluiden uit, maar geen begrijpelijke taal. De schrijver meldt nog dat het mooi zal zijn als ze leert spreken, opdat ze kan vertellen wat haar precies is overkomen. Volgens het bericht is het meisje ondergebracht bij een vrouw in Zwolle.

Dit soort berichten, constateert Van der Wal, wordt ook in die tijd gevreten. Het verhaal duikt dan ook op in andere Nederlandse kranten. Het wekt zelfs wetenschappelijke belangstelling. In 1719 verschijnen er in Duitsland artikelen waaruit blijkt dat het verhaal inmiddels een staartje heeft gekregen. Dankzij de krantenberichten hoort een dame in Antwerpen van het gevonden meisje. Zij meent er haar ontvoerde dochter in te herkennen. Dit vervolg staat uitvoerig beschreven in twee zogeheten pamfletten, een soort losse tijdschriftartikelen, gedrukt in Antwerpen. Het ene is ongedateerd, het andere stamt uit 1721.

Het wilde meisje heet Anna Maria Jennaert of Gennaert. Ze is geboren in Antwerpen op 18 oktober 1698. Als ze zestien maanden oud is, is er bij de familie een vrouw op bezoek die bevriend is met de zuster van moeder Jennaert. Die vrouw hangt een verhaal op dat ze thuis nét heerlijke rijstepap heeft gemaakt, en dat dat echt iets zou zijn voor de kleine Anna. De moeder sputtert nog een beetje tegen, maar volgens haar zuster is de bezoekster te goeder trouw. Het meisje mag daarom mee rijstepap eten.

Vervolgens verdwijnen kindje en kennis van de aardbol. De wanhopige ouders laten een advertentie in de krant zetten: 'Den 5 Mey 1700 is tot Antwerpen gestoolen een Kind, Oud omtrent 16 maanden, synde een Meysken, genoemd Anna Maria Gennaert.' Voorts wordt een aantal opmerkelijke uiterlijke kenmerken genoemd. Aan de linkervoet heeft het meisje twee samengegroeide tenen. Ze heeft een rond gezicht, met kuiltjes in haar wangen en eentje in haar kin, en ze heeft een litteken aan de linkerwenkbrauw.

Die uiterlijke kenmerken maken het de moeder achttien jaar later mogelijk in het gevonden wilde meisje haar verloren dochter te herkennen. Moeder Jennaert laat eerst het Antwerpse gemeentebestuur in Zwolle navraag doen. Vervolgens reist ze daarheen af om op 22 maart 1718 zelf te constateren dat het inderdaad om haar kind gaat.

ONDANKS ALLE geschreven bronnen leek enig wetenschappelijk wantrouwen de historisch taalkundige Van der Wal op zijn plaats: het kon wat haar betreft nog steeds gaan om een achttiende-eeuwse legende, een spannend verhaal dat iedereen van een ander overschreef. Daarom klopte ze aan bij het gemeentearchief in Zwolle op zoek naar minder emotioneel gekleurd houvast.

Daaruit kwam zowaar een afrekening te voorschijn van 6 februari 1718. Volgens de stadsboekhouding heeft de burgemeester al voor de komst van moeder Jennaert een bedrag betaald aan de 'weduwe Van Orten'. Mevrouw heeft 'het Vrouw Mens Uijt de Cranenberger Bos in Huijs gehadt', vandaar ''des week f 1,- sijnde nu sevenentwintigh Weeken is de somma van f 27,-'. Plus een bedrag voor geleverde kleding. Hard bewijs voor het bestaan van het Overijsselse meisje, dunkt Van der Wal.

Wat de historisch taalkundige jammer vindt, is dat nergens is te vinden hoe de uiteindelijke ontwikkeling van de verloren dochter verloopt nadat ze weer is teruggekeerd in het ouderlijk huis.

Een pamflet uit 1721 beschrijft nog dat ze inmiddels heel goed kan spinnen, en dat ze een paar woorden spreekt. En al op de terugweg naar huis bleek ze niet dom te zijn: ze vroeg op een kruising haar moeder met gebaren de weg. Of Anna Jennaert ooit echt heeft leren praten, compleet met grammatica en een behoorlijke woordenschat, dat meldt de geschiedenis niet.

Meer over