Antiklerikaal

Het was geen rancune die hem dreef, bezweert de Antwerpse uitgever Jef Meert. Die indruk kan misschien gewekt worden, maar het was zeker niet de bedoeling....

Jef Meert heeft kortgeleden het eerste boekje in het licht gezonden in een reeks die hij met een krachtige pennenstreek aanduidt als 'De antiklerikale bibliotheek'. Wie anders dan de Franse libertijn Markies de Sade, 'de Goddeloze Markies', mag tekenen voor zijn eerste antiklerikale geschrift? Gesprek tussen een Priester en een Stervende heet het boekje, dat in Nederland via uitgever Jan Mets wordt verspreid (¿ 39,90).

'Ik heb in de jaren vijftig nog een echte roomse jeugd gehad en daarvoor wil ik genoegdoening hebben', zo verklaart Meert zijn initiatief. 'Ik ben overtuigd antiklerikaal. Ik vind dat de invloed van de religie, met name op het gebied van de opvoeding, bestreden dient te worden. Juridisch kan ik dat niet afdwingen, dus daarom doe ik het zo. '

Meert koos voor een geschrift van De Sade als openingszet in zijn antiklerikale bibliotheek, omdat De Sade zich volgens hem heeft gemanifesteerd als 'de meest nadrukkelijke antiklerikaal'. Na De Sade komt Voltaire aan de beurt. 'Ik wil eerst een paar klassieken presenteren.'

'Een goddelijk pamflet' noemt vertaalster Herwig Leus De Sade's Gesprek tussen een Priester en een Stervende. Het geschrift dateert uit 1782 en bevat een dialoog tussen een priester en een terdoodveroordeelde over de zegeningen van het geloof. Alle typisch 'sadistische' elementen die De Sade's grote romans kenmerken, zijn in een notendop aanwezig, aldus Leus: 'de alomtegenwoordige pikzwarte humor, het compromisloze atheïsme, de afkeer van elke vorm van georganiseerde godsdienst, het benadrukken van het belang van de seksuele driften en, zeker niet te vergeten, het militante materialisme en het onvoorwaardelijk geloof in een door de natuur bepaald determinisme.'

De uitgave presenteert de originele Franse tekst en de vertaling telkens op tegenover elkaar liggende pagina's. Op een gegeven moment begint de priester over de macht van de Schepper en de 'verdorven natuur'. Dan ontspint zich de volgende gedachtenuitwisseling:

De stervende: 'Mijn beste, ik heb de indruk dat je even krom redeneert als denkt. Ik had graag dat je óf wat logischer argumenteerde óf me in alle rust liet sterven. Wat bedoel je met schepper? En wat bedoel je met verdorven natuur?'

De priester: 'De schepper is de heer van het universum, hij heeft alles gemaakt, alles geschapen, en hij houdt alles eenvoudigweg door zijn almacht in stand.'

De stervende: 'Als dat geen machtig man is! Welnu, verklaar mij dan eens waarom die zo machtige man desondanks een, volgens jou, verdorven natuur heeft geschapen.'

De priester: 'Waarin zou de verdienste van de mens liggen, indien God hem niet de vrije wil had gelaten? En welke verdienste had hij aan het gebruik ervan gehad, indien op aarde de mogelijkheid niet bestond het goede te doen en het kwade te mijden?'

De stervende: 'Jouw God heeft dus doelbewust alles verkeerd gemaakt, uitsluitend om zijn schepsels in verzoeking te brengen of op de proef te stellen: hij kende hen dus niet, hij had dus geen vermoeden van de afloop?'

Meert heeft tot dusver geen boze reacties uit klerikale hoek ontvangen op zijn initiatief. 'Dat verwacht ik eigenlijk ook niet. Het is een beetje moeilijk te reageren. Het is gewoon een serieuze reeks. Als het een grap zou zijn, zou het misschien anders liggen.'

Han van Gessel

Meer over