Reportage

Anouk is niet de enige die zingt in de bajes

Het is een bekend genre in de muziek-geschiedenis: zingen in de bajes, schrijft recensent Robert van Gijssel. Anouk is niet de enige die het doet.

King met zijn band in de Chino State Prison, 1972 Beeld Michael Ochs Archives
King met zijn band in de Chino State Prison, 1972Beeld Michael Ochs Archives

Ach, Magic Frankie. Denken we nog weleens aan Magic Frankie? Hij doet het een beetje rustig aan, onze bluesrocker met de angstaanjagende polderbijnaam The Gangster of the Blues. Hij heeft geleefd en geleden. De dokter houdt hem in de gaten.

Bluesgitarist Magic Frankie was in de jaren tachtig en negentig onze eigen B.B. King. Want Frankie veroorzaakte niet alleen een kleine bluesgolf in Nederland, hij speelde ook gevangenissen plat. Net als B.B. King. Spelen in gevangenissen maakte Magic Frankie geloofwaardig in die kringen. Hij vond het hartverwarmend, zei hij eens in de Volkskrant. 'Het is zo'n trouw publiek hè? Ze zitten er altijd maar weer.'

Zou Anouk dat ook hebben gedacht, bij haar optreden in de Bijlmerbajes eind vorig jaar? Daar zitten ze dan. Gedetineerden moeten bij optredens in hun gevangenis altijd op hun stoel blijven zitten. Alsof ze door de ordediensten nog maar eens met hun neus op de treurige feiten worden gedrukt.

De Penitentiaire Inrichting Over-Amstel, zoals de Amsterdamse bajes echt heet, heeft een mooie muziekgeschiedenis. Eentje die dit jaar, als de poorten definitief sluiten, ten einde is. Anouk trad er op in de voetsporen van Herman Brood, die er de vrouwenafdeling eens bespeelde. Naar verluidt stond Never Be Clever toen op het programma.

De Surinaams-Nederlandse r&b-zanger CB Milton deed er in 1998 ook een nummertje, omdat juist hij, volgens de humanistische vertrouwensman ter plaatse destijds, zo'n 'positieve uitstraling' had. Boeiender voor het publiek was waarschijnlijk dat de goudeerlijke zanger werd begeleid door drie sexy danseressen. Die hadden, zo zeiden ze na afloop, overigens wel voor ergere penoze gespeeld. Op een jetsetfeestje van Playboy bijvoorbeeld.

Spelen in een gevangenis, moet ook Anouk hebben ervaren, is mooi en raar en even ingewikkeld als inspirerend. Sinds Johnny Cash en zijn meesterplaten At Folsom Prison (1968) en At San Quentin (1969) weten we dat gevangeniszangers en -zangeressen op hun woorden moeten passen. Het enthousiasme van het publiek kan snel uit de hand lopen. In het nummer San Quentin zingt Cash over de gelijknamige gevangenis, die wat hem betreft tot aan de grond mag afbranden. 'San Quentin may you rot and burn in hell. May your walls fall and may I live to tell.' Dat vonden de bewakers, opgesteld rond de recreatieruimte met de wapens in de aanslag, niet zo leuk. De gevangenen wel. Cash moest - móést! - het nummer nog eens spelen en zo kwam de gedetineerdenfavoriet dus twee keer terecht op het beroemdste aller gevangenisalbums. Mocht u de plaat er nog eens bij willen opzetten: let op het gejuich bij Cash' beschrijving van een brute vadermoord, door een jongen die Sue werd genoemd - en daar niet zo gelukkig mee was.

Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam

'Een optreden in een gevangenis van een van de beste zangeressen van Nederland. Wie wil daar níét bij zijn? Toen ik werd uitgenodigd om aanwezig te zijn bij dit evenement, brak ik meteen een van de regels van mijn secretaresse: geen afspraken op zaterdag, en niet te vaak spaarzame vrije tijd in gevangenissen doorbrengen. Daarvan heb ik geen spijt gekregen. Anouk en haar band waren in topvorm. Ze was overigens wel verkouden. Wat ertoe leidde dat ik haar verzoek aan het publiek voor een zakdoek kon beantwoorden met het gooien van een pakje tissues. Die heeft Anouk uiteindelijk de rest van het optreden gebruikt. Was mijn aanwezigheid nog nuttig ook.'

Daarom staan er dus mannen met oortjes om het publiek heen bij zo'n gevangenisconcert. Heel veel mannen met oortjes. Gaat er ergens een vuistje in de lucht, dan schuiven de teamleiders zenuwachtig heen en weer. Want het kan al die mannen en vrouwen, die zelden een verzetje hebben en maanden of jaren op elkaars huid zitten, zonder fysiek contact of gangbare gezelligheid in de buitenwereld, wel eens zomaar teveel worden.

Meestal zijn het de teksten die het hem doen. Teksten over eenzaamheid, over leren van fouten, onrechtvaardigheid en uitzichtloosheid. Dan helpt het als de liedschrijver zelf op een of andere manier ervaringsdeskundige is. André Hazes bijvoorbeeld. Die had wel wat met gevangenissen. Hij weigerde ooit een boete te betalen aan een door hem geslagen Noor en wilde 'dan nog liever de cel in'. Al moest die detentie dan wel passen in zijn concertagenda, zei hij tegen de rechter. Hij had wel meer te doen. Zo was Hazes.

De volkszanger wist feilloos hoe te roeren in het detentiesentiment. 'Ik zit hier heel alleen kerstfeest te vieren.' Hoor je dat lied opgesloten in een cel rond Kerst, dan hou je het natuurlijk niet droog. Hazes schreef een nóg droefgeestiger gevangenislied: Waarom. Zijn eerste. Dat het een gevangenisliedje was, bleek pas bij een zelden vertoond clipje van het nummer waarin Hazes de treurige tekst zingt vanuit een kille cel: 'Waarom, zeg mij waarom, is het geluk zo kort aanwezig?' En daarna, in zijn beste Nederlands: 'Het was te mooi, dit was voor mij niet weggelegen.' Een klassieke Nederlandse liedregel, die zijn oorsprong heeft achter tralies.

B.B. King, de twee B's staan voor Blues Boy, wist ook welk repertoire hij moest vertolken als hij weer eens aan de gevangenispoort had gerammeld om een van zijn beroemde bajesshows te geven. Nu gingen de bluesliedjes van B.B. King al zelden over pril liefdesgeluk of geslaagde carrières - hij speelde immers de blues, de soundtrack van de grote mislukking die het leven heet. Maar toch: B.B. wist wat hij deed als hij Everyday I Have the Blues inzette bij een concert in de Cook County Jail in Chicago, Illinois. Of: How Blue Can You Get? Of, om de opkomende gevangenisdepressie extra diepgang te geven, het minstens zo weinig opgewekte: Worry, Worry.

B.B. King live in de San Quentin Prison, 1981 Beeld Getty Images
B.B. King live in de San Quentin Prison, 1981Beeld Getty Images

Met de dood van B.B. King vorig jaar moest gedetineerd Amerika afscheid nemen van de grootste bajeszanger aller tijden. B.B. King, in 1925 geboren als Riley Ben King op een plantage in Itta Bena, Mississippi, deed altijd een gevangenisrondje, hoe vol ook zijn tourschema. B.B. King was sowieso een veelspeler. Zijn gemiddelde stond op tweehonderd concerten per jaar. Zijn jaarrecord vestigde hij in 1952, met 342 shows, waarvan een aantal in de bajes.

Blues Boy kwam op voor gevangenen, de gevangenis was zijn ding. Want daar ging in de Verenigde Staten veel mis, vond de blueszanger. Zijn plaat Live at Cook County Jail nam B.B. King op in 1970, toen rassenongelijkheid en klassenjustitie belangrijke politieke thema's waren. Hij richtte de Foundation for the Advancement of Inmate Rehabilitation and Recreation op, om gevangenen een beter leven te geven gedurende de detentie - en de hoop op een nieuw leven erna. Aan zo'n gevangeniszanger had je echt wat.

B.B. King gaf met zijn filantropische liedwerk wat terug aan de gevangenis, die de wereld tenslotte ook de blues had geschonken. Want zong B.B. King zich - net als Anouk - de gevangenis in, in het begin van de vorige eeuw had de oervader van de blues zich juist de gevangenis uít gezongen. Het is muziekgeschiedenis die niemand mag vergeten.

Huddie William Leadbetter, bijgenaamd Lead Belly, was een gevaarlijke, want gewelddadige man met een opvliegend karakter. In 1915 werd hij vastgehaakt in een chain gang in Harrisson County omdat hij met een pistool had lopen zwaaien. Lead Belly ontsnapte. In 1918 werd hij opnieuw de gevangenis ingesmeten, nu omdat hij iemand had dood-
geslagen bij een ruzie over een gedeeld vriendinnetje.

The Johnny Cash Show op locatie in de Cummins Prison Farm, Arkansas, 1969 Beeld ABC Photo Archives/Getty Images
The Johnny Cash Show op locatie in de Cummins Prison Farm, Arkansas, 1969Beeld ABC Photo Archives/Getty Images

Gelukkig mocht Lead Belly zijn gitaar meenemen. Hij schreef in de gevangenis liedjes en speelde voor zijn cel-genoten. Hij zong tijdens het werk langs het spoor, aan de ketting. Lead Belly vertolkte ook het gevangenislied bij uitstek, Midnight Special, over gevangenen die vanuit hun cel een trein horen passeren en dromen van de vrijheid. Hij deed dat met zoveel gevoel, dat uiteindelijk de hele Imperial Farm-gevangenis in Sugar Land, Texas om hem heen stond te janken, de cipiers incluis. Zo vormde Lead Belly de blues en feitelijk de vroegste popmuziek: in gevangenschap. Met die blues onder zijn arm mocht Lead Belly in 1925 de gevangenis opeens verlaten: een gouverneur had Lead Belly horen spelen - een liedje dat hij heel listig speciaal voor die gouverneur had geschreven. 'Die man mag niet in een cel wegkwijnen', vond de gouverneur. 'Die man moet de wereld in, en spélen.' En dat deed hij.

Topromantisch verhaal, zou nu niet meer kunnen gebeuren? Toch wel. Vorig jaar werd in de Democratische Republiek Georgië een gedetineerde, die mocht meedoen aan The Voice of Georgia, na haar tv-optreden op vrije voeten gesteld. Teona Kolbaia had Ave Maria gezongen en dat had er ingehakt, ook bij de gevangenisminister. Kolbaia mocht haar spullen pakken en wegwezen: wees gegroet!

Meer over