boekrecensie

Annemarie de Gee schreef een roman waarin de tijd lijkt stil te staan

Lotte Jensen
null Beeld Thomas Rap
Beeld Thomas Rap

De hoofdpersoon in De winters, de tweede roman van Annemarie de Gee, leidt een nietszeggend bestaan. Reik Zwart wordt geboren rond 1950 in de Cremerstraat te Driel, gaat naar de middelbare school, studeert bouwkunde in Arnhem, trouwt, krijgt een kind en verhuist terug naar Driel. Ongemerkt verstrijken de jaren van zijn ongelukkige huwelijk. Bepaald geen ingrediënten voor een opwindende roman. Voeg daaraan toe dat de stijl tamelijk rechttoe-rechtaan en soms wat kinderlijk is. Dat roept de vraag op waarom iemand dit boek zou willen uitlezen.

Toch gaat er van de eentonigheid een zekere aantrekkingskracht uit. De roman past in de traditie van de streekliteratuur, zoals die in het midden van de 19de eeuw ontstond. Jacob Jan Cremer zette het genre op de kaart met zijn realistische novellen over het boerenbestaan in de omgeving van, jawel, Driel. De tijd lijkt er stil te staan en de personages volgen het ritme van de seizoenen.

Dat is bij De Gee precies zo. De klokt tikt de seconden weg in het doelloze leven van Zwart. Intussen glijden de jaren onherroepelijk voorbij, winter na winter. De buitenwereld dringt slechts binnen via de beelden op de televisie van terugkerende Indiëgangers, de bruiloft van prinses Beatrix en prins Claus en de oorlog in Joegoslavië. Het raakt Zwart allemaal nauwelijks, tot frustratie van zijn vrouw, die zich wél verder ontwikkelt. Hij is een man zonder plan, die zijn leven laat vullen door anderen. Dat gebeurt zelfs heel letterlijk, wanneer hij zich overgeeft aan seks met een man: hij is een holle ruimte waar anderen iets in achterlaten.

Maar terwijl Cremer in al zijn verhalen een hogere zin in de religie zocht, is er louter leegte bij De Gee. De lezer slaat bladzijde na bladzijde om in het besef: zoals Zwart zijn er zovelen en ook zonder doel verstrijkt de tijd.

Annemarie de Gee: De winters. Thomas Rap; € 23,99.

Meer over