BoekrecensieTwilight of Democracy

Anne Applebaums boek over het succes van populisme blijft knagen ★★★☆☆

Beeld Max Kisman

Hoe kon het rechts-populisme plotseling zo succesvol worden? Het antwoord van journalist Anne Applebaum – die zelf van rechts komt – is niet altijd bevredigend.

Op de drempel van het jaar 2000 gloeide overal in Europa het optimisme. Anne Applebaum gaf een feest op het Poolse platteland, in de euforie van een gewonnen Koude Oorlog. Applebaum was toen al een gevierd journalist en columnist in vooral Britse en Amerikaanse opiniebladen, haar man was – is nog altijd – Radek Sikorski, de latere minister van Buitenlandse Zaken onder de Poolse premier Donald Tusk, die wij kennen als de vorige EU-voorzitter.

Applebaum en Sikorski hadden met zijn tweeën een indrukwekkend adresboek en hun gasten vormden een dwarsdoorsnede van het politieke, journalistieke en intellectuele leven in Polen, Engeland en Amerika. Maar de inventarisatie waarmee Applebaum haar boek twintig jaar nadien begint, leert dat ze met de helft van haar vrienden van toen niet meer spreekt en voor sommigen een blokje om gaat. Over die helft gaat dit boek, met verwijzing naar Julien Benda’s befaamde essay uit 1927, Het verraad der klerken, waarin deze Franse intellectueel zijn branchegenoten verweet dat ze hun opdracht, de zoektocht naar de waarheid, hadden verruild voor links en vooral uiterst rechts activisme.

Applebaum is het vooral om rechts-populisme te doen, van de voormalige vrienden die zich sindsdien begaven in het kielzog van de Poolse, Hongaarse, Britse en Amerikaanse politieke leiders. Die ex-vrienden komen er niet goed vanaf. Er is de Amerikaanse die zich inlikte bij Trump en er een eigen show bij Fox aan overhield; de Britse bon vivant annex columnist die van Orbán een appartement plus universitaire functie in het wondermooie Boedapest krijgt; de Poolse universitair onderzoeker die na het vliegtuigongeluk in Smolensk (2010), waarbij de halve Poolse politieke elite omkomt, overal complotten ziet en niet meer voor rede vatbaar is.

Cynisch eigenbelang en irrationaliteit strijden hier om voorrang. Boeiend is dat Applebaum en haar vrienden van toen zelf van rechts kwamen, als aanhangers van Reagan en Thatcher. De meeste populismekritiek komt immers van links en begint juist bij Reagan, die als eerste Republikeinse Amerikaanse president de stem van de blanke arbeider wist binnen te halen. Voor de leiders van de vier genoemde landen is macht het enige waar het ze om te doen is. Hun refrein over een electoraat waarnaar niet geluisterd wordt door het establishment, is louter instrumenteel. Vooral over Boris Johnson, die met de man van Applebaum in een beroemde Oxford-jaarclub zat, vertelt ze een overtuigend verhaal. Voor Johnson, even charismatisch als lui, is de hele Brexit een langgerekte grap.

Maar over het succes van deze politici komt ook Applebaum niet verder dan de afgekloven filosofietjes over een electoraat van mensen voor wie de wereld ‘te complex’ is geworden en die hunkeren naar gezag, eenheid en homogeniteit. Zij laten zich beduvelen door de leugens van de Trumps en de Johnsons, zoals de National Health Service, die na de Brexit elke week honderden miljoenen zou incasseren, of de dagelijks nieuwe opvattingen van Trump over corona en hoe goed de VS het zou doen bij de bestrijding van de ziekte.

Nu zijn politiek en waarheid altijd een lastige combinatie, maar één ding lijkt me evident: om waarheid is het de aanhang van Trump of Johnson niet te doen. Bij de vraag waarom dan wel, komt ook Applebaum niet verder dan het oude liedje van het psychologiseren van de tekortkomingen van de kiezer, waarbij zelfs weer voorbijkomt dat Polen en Hongaren nauwelijks immigranten hebben, dus hoe kunnen die nu bezwaren tegen vluchtelingen hebben? Het is de moderne variant van ‘je moet in Zuid-Afrika zijn geweest om erover te kunnen oordelen’ – alsof er in Polen en Hongarije geen televisie is en je problemen aan den lijve moet ondervinden voordat je er iets over mag opmerken.

Anne ApplebaumBeeld Getty

Hetzelfde geldt voor de uitslag van het Brexit-referendum, die in dit boek wordt teruggebracht tot een verkeerd soort nostalgie naar het ‘green and pleasant’ Engeland dat nooit heeft bestaan. Geen woord over reële bezwaren tegen de ondoorzichtige bestuursstructuur van de EU, over Europese lofzangers die bij elke tegenspraak onmiddellijk naar de Trumphoek wijzen, of het kruipende centralisme waarvan we zojuist met de grote sprong voorwaarts wat betreft gezamenlijke schulden weer een hoofdstuk hebben beleefd. Dat mag je opmerkelijk vinden voor een auteur die zich als een aanhanger van Thatcher afficheert.

Toch blijft dit boek knagen, vooral als het niet gaat over verklaringen maar over echte mensen, hun keuzes en opvattingen. Zo’n merkwaardig schisma onder intellectuelen, journalisten en schrijvers hebben we hier ook gekend. Ik denk dan niet aan Wilders, die nooit intellectuele aanhang heeft gehad, maar aan Ayaan Hirsi Ali. Haar optreden spleet vriendschappen, feministen trachtten haar het spreken onmogelijk te maken, kalme columnisten werden tot razernij gebracht. Het echte vraagstuk is hoe het kan dat er ineens, bijna van de ene dag op de andere, waar voorheen uit de ‘choc des opinions’ de waarheid voortsproot, geen gesprek meer mogelijk is tussen standpunten, dat er ineens ideeën zijn die elkaar volstrekt uitsluiten, en dat eenheid en harmonie, samenlevingsidealen die een half millennium aan zichzelf genoeg hadden, zelfs bij Anne Applebaum symptomen blijken van onvolwassen burgerschap. Dat verhaal moet ook na dit boek nog geschreven worden.

Beeld Doubleday

Anne Applebaum: Twilight of Democracy – The Seductive Lure of Authoritarianism. Doubleday; 224 pagina’s; ca. € 21. De Nederlandse vertaling verschijnt op 12 oktober bij Ambo Anthos onder de titel De schemering van de democratie

Meer over