RECONSTRUCTIEAnn Burtons Japanse carrière

Ann in Japan: hoe de jazz-zangeres ‘de heldin van de Japanse hitparades’ werd

Paul Hufs foto van Ann Burton die de hoes siert van de onlangs verschenen cd Early Blue. Beeld Paul Huf (Via Maria Austria Instituut (MAI)
Paul Hufs foto van Ann Burton die de hoes siert van de onlangs verschenen cd Early Blue.Beeld Paul Huf (Via Maria Austria Instituut (MAI)

Jazz-zangeres Ann Burton is door het Nederlands Jazz Archief geëerd met een cd vol bijzondere opnamen. Dat zette John Schoorl op het spoor van haar Japanse carrière.

In de zomer van 1968 liep de Japanse chirurg Osamu Uchida tijdens een ommetje door de Amsterdamse binnenstad een kleine platenzaak binnen en plukte een plaat uit de bak van Ann Burton, voor hem een jazz-zangeres in het verborgene – waarmee de wonderlijke verovering van Japan door de Amsterdamse chanteuse in beweging werd gezet.

‘Ik werd getroffen door jouw mooie en hartverwarmende vocale stijl’, schreef Uchida haar over zijn eerste beluistering van Blue Burton, haar debuutplaat. Maar bovenal wist hij wat hem in allerijl te doen stond, bij terugkeer in zijn vaderland. Dit moest zijn goede vriend Kiyoshi Ito, jazztalentscout bij platenmaatschappij CBS/Sony, subiet horen! Ook Ito liet per omgaande weten geraakt te zijn door de frêle zangeres: in 1970 bracht hij de Japanse editie uit van Blue Burton, met liner notes van Uchida. ‘De reacties waren snel en overweldigend’, vervolgt Uchida in zijn brief. ‘De critici gaven je de beste beoordelingen, en Blue Burton werd een goed verkochte plaat.’

Dit heugelijke nieuws van Osamu Uchida, tot Ann Burton gekomen via luchtpost, is op te rooien uit een van de negen dozen die sinds 2020 opgestapeld staan in het Nederlands Jazz Archief (NJA) in Amsterdam. In die dozen bewaarde Burton (echte naam: Johanna Rafalowicz) folders, fanmail, plakboeken, cassettes, contracten, foto’s en krantenknipsels. Twee van de dozen liggen volgepropt met keihard bewijsmateriaal aangaande haar populariteit in Japan, en Frank Jochemsen van het NJA ontsluit het met ronkend plezier.

Ook nu nog, meer dan dertig jaar na haar dood, is Burton (1933-1989) daar niet vergeten. Het onlangs door het NJA uitgebrachte Early Blue 1958-1968, met onbekende, bijzondere opnamen van Burton, vindt ook gretig aftrek in Japan. ‘De trilling in haar stem is me altijd bij gebleven’, laat Takao Ishizuka (88), die haar concerten en opnames in Japan organiseerde, per email weten.

Ter illustratie van haar vintage faam in Azië rolt Jochemsen een 5 meter lang spandoek uit, nog in voorbeeldige staat, dat op het vliegveld van Tokio hing toen ze in 1973 haar debuut maakte op Japanse bodem, toegejuicht door fans: ‘Welcome Ann Burton’.

Mooi mazzeltje

Was toch wel een mooi mazzeltje geweest, voor Ann Burton. Dat uitgerekend het oog van Uchida, toevallig in Amsterdam vanwege een zakenreis, viel op deze plaat waarop ze, gekapt als een donkere versie van Mia Farrow, met melancholische oogopslag en halfopen mond naar de einder staart. Want behalve chirurg en uitbater van een hospitaal in Nagoya, in het midden van Japan, was hij niemand minder dan ‘Dr. Jazz’, een voorname inheemse jazzcat, groot verzamelaar, jazzscribent en eigenaar en opnameleider van Doctor’s Lounge en de Yamaha Jazz Club, waar vele grote jazzgrootheden optraden. Als Uchida (1929-2016) je een zetje gaf, jazz-technisch gezien, dan had je in Japan de wind in de zeilen. Zijn eeuwigheidswaarde voor de jazz valt nog steeds te aanschouwen in de Osama Uchida Jazz Collection, een museum in Okazaki, waar ook Burton is terug te vinden.

Ook de trouwste fan van Ann Burton, de nu 82-jarige Keizo Takada, werd door Dr. Jazz op het juiste spoor gezet. Per mail doet hij verslag van het moment dat hij Blue Burton voor het eerst hoorde, en de al even rap uitgebrachte opvolger, Ballads and Burton. ‘Ik was gefascineerd door haar manier van zingen’, schrijft de voormalige kantoorklerk. ‘Langzaam, zacht en fantasierijk met een beetje droevige toon. Ik was onmiddellijk fan van haar, en dat is nooit meer opgehouden.’

Ann Burton met Keizo Takada (haar grootste fan) en zijn vrouw. Beeld
Ann Burton met Keizo Takada (haar grootste fan) en zijn vrouw.

Al in 1972 besloot Takada contact met haar te zoeken. Hij stuurde haar een brief, via de platenmaatschappij. Al een tijdje luisterde hij met een groepje vrienden in jazzkoffiehuizen in Tokio naar haar muziek, schreef hij, maar niemand kon iets vertellen over haar achtergrond. Want ze moest eens weten hoe goed ze ervoor stond bij de Japanse luisteraars.

Ann Burton had geen idee, niemand had haar iets verteld.

Begin van een vriendschap

De brief van Takada werd het begin van een vriendschap tussen de zangeres en haar grootste Japanse fan, en een langdurige correspondentie. Ook zorgde hij als een ware jazzmissionaris ervoor dat de aandacht in Japan voor Burton niet verslapte. Promotors in zijn vaderland bestookte hij met verzoeken om haar weer over te laten komen, en platenmaatschappijen brachten mede dankzij hem nieuw materiaal van haar uit. Er volgden vier Japanse tournees – in 1973, 1974, 1976 en 1980 – en vijf door Japanners geproduceerde platen en cd’s.

Toen ze in maart 1973 in Japan arriveerde, zag Keizo Takada haar voor het eerst in volle glorie, na een persconferentie. Daar vertelde ze als zangeres autodidact te zijn, geen noten te kunnen lezen en dat ze het liefst, tot zijn verbazing, naar Joe Cocker luisterde. ‘Daarna vergezelde ik haar naar jazzbar Funky’, schrijft hij. ‘Een paar dagen later kwam ze op mijn uitnodiging met de trein vanuit Tokio naar mijn huis. Mijn vrouw bakte een cake en we hadden een prachtige tijd samen met mijn gezin. We zijn ook nog een dag naar het strand geweest, dat wilde ze graag.’

In de biografische schets Blue Burton (1999, uitgeverij Conserve) van Anneke Muller valt te lezen hoe overweldigend Japan voor de zangeres was. ‘Een kleine ster in het land van de rijzende zon’, betitelde Muller haar triomftocht. Dat ‘kleine’ slaat ook op haar bescheiden verschijning, 1,49 meter lang en 42 kilo zwaar. Burton vond het heerlijk dat ze in Japan niet meer naar boven hoefde te kijken, eindelijk was ze tussen gelijken – in formaat. Op de televisie zag ze De Fabeltjeskrant in het Japans, ze at met stokjes, en ontdekte dat Japanners geen zweetvoeten hadden. Na haar eerste concert werd ze zelfs buiten toegejuicht en kreeg ze briefjes toegestopt met ontroerende teksten.

Waar ze ook naar toe ging tijdens deze tournee, Takada was erbij. ‘De eerste keer zei ze dat ze nerveus was, maar daar was niets van te merken’, schrijft Takada. ‘Het was in de Shiba Yubin Chokin Hall, voor 1.600 mensen.

Met haar natuurlijke charme wist ze het publiek om haar vingers te winden. Ik denk dat ze zo populair in Japan was omdat ze dezelfde gevoeligheid kende als zo veel Japanners, dat blue-gevoel. Dat kwam vooral naar voren in haar ballads. Ze zong de liedjes alsof ze met het publiek praatte, en daarin was ze zeer overtuigend. Haar rustige stem maakte het ook extra aantrekkelijk, en daar komt dat behaaglijke geklets nog eens bij. Ze had een persoonlijkheid waar het Japanse publiek van hield.’

Ann Burton met haar ontdekker Osamu Uchida na haar optreden in de Yamaha Jazz Club in 1973. Beeld
Ann Burton met haar ontdekker Osamu Uchida na haar optreden in de Yamaha Jazz Club in 1973.

Later zou hij haar de juichende reviews uit vooraanstaande jazzbladen als Swing Journal en een van de grootste kranten van Japan, Asahi Shimbun, toesturen. ‘Onvergetelijk’, heetten de concerten te zijn, en haar frisse jeugdige uiterlijk werd gekoppeld aan de volheid van haar stem.

Aan het einde van het bezoek aan zijn huis, kreeg Takada ook een andere kant van de altijd opgewekte zangeres te zien. ‘In de avond begeleidde ik haar naar het station’, schrijft hij. ‘Toen een groep schooljongens in zwarte uniformen met glimmende knopen ons tegemoet liepen, kneep ze in mijn hand: ‘Keizo, bescherm me’. Ze was bang voor die jongens, terwijl er niks aan de hand was. Pas veel later begreep ik dat het uniform haar herinnerde aan nare ervaringen als kind. Je kon met haar overal over praten, maar niet over haar ongelukkige jeugd.’

Allesbehalve veilig

Als Amnon Rafalowicz (74) het over zijn nicht heeft, zegt hij ‘Ansje’, alsof Ann Burton een soort alter ego was, losgezongen van familiebanden. Toch is hij de trotse bewaker van haar nalatenschap, zoals door haar ooit aangewezen. Daar had ze overigens wel een disclaimer aan verbonden: laat de doos met de opdruk ‘nare jeugd’ maar ongeopend, waarin documenten van de zedenpolitie en justitie zijn terug te vinden. Ze was geen zielig vrouwtje, en zo wilde ze de geschiedenisboeken ook niet ingaan, aldus haar neef. ‘Laten we het zo zeggen: dat ze misbruikt is door haar stiefvader, wordt door mij niet ontkend’, zegt Rafalowicz. ‘En daarmee heb ik genoeg gezegd.’

Ansje heette eigenlijk Johanna, en was de dochter van Sura Ryfka Rafalowicz, een uit Polen naar Amsterdam gevluchte Joodse dienstbode, en een voor altijd onbekende vader. Ze kreeg de achternaam van haar stiefvader, De Pauw. In de oorlog werden haar moeder en haar stiefvader op transport gezet, vermoedelijk naar Auschwitz, en Ansje verkaste van onderduikadres naar onderduikadres, eenzaam en alleen. Ook na de oorlog, herenigd met haar moeder en stiefvader die de holocaust hadden overleefd, voelde ze zich allesbehalve veilig.

‘Ansje heeft het nooit makkelijk gehad, om te beginnen in haar jeugd’, zegt Amnon Rafalowicz. ‘Ze haatte haar stiefvader en deed er alles aan om hem te ontlopen. Ze wist al vroeg in het leven dat je alles zelf moet doen in het leven en niet moet wachten. Ze was klein maar dapper. Zo is ze ook zangeres geworden, dat heeft ze zichzelf aangeleerd. ’

Over haar loopbaan als zangeres kun je zeggen dat het in het begin een vlucht naar voren is geweest. Ze trok al jong met de muziek mee, weg van haar stiefvader en moeder, met orkestjes en combo’s, snel naar het buitenland. Van die rottige achternaam wilde ze ook vanaf; ze noemde zich Ann Burton, naar de Britse acteur Richard Burton. Tijdens een optreden voor Amerikaanse militairen in West-Duitsland, raakte ze in de ban van de Nederlandse bassist Eddy de Haas. Hij gaf haar ook een gloeiend advies: luister naar Billie Holiday en stap over op jazz, dat hoort bij jou. Ze zou zich altijd blijven spiegelen aan de zeggingskracht van de aan de dope overleden Amerikaanse zangeres; de tekst van een lied moest altijd leidend zijn. ‘Als ik zing van een ongelukkige liefde, dan weet ik wat dat betekent’, zei ze ooit in Het Parool. ‘Als ik eenzaamheid zingend beschrijf, weet ik zo verrekt goed wat het is eenzaam te zijn.’

Ann Burton op de cover van het Japanse jazz magazine Swing Journal / Japan 1973 Beeld
Ann Burton op de cover van het Japanse jazz magazine Swing Journal / Japan 1973

Net als met de vele mannen die nog zouden volgen, liep de relatie met de naar Amerika geëmigreerde De Haas op de klippen. Eén keer trouwde ze, in 1962, maar dat huwelijk werd na drie jaar weer ontbonden. ‘Ze kon zich moeilijk echt aan iemand geven’, zegt Amnon Rafalowicz. ‘Ik denk dat die ongelukkige jeugd haar bindingsangst heeft bezorgd. Ze was mooi, lief en aardig, maar ook tegelijkertijd moeilijk, eigenwijs en eigenzinnig. Een kat die je met handschoenen moest oppakken.’

De Grote Drie van de jazzzangeressen

Je hoeft maar de plaat op te zetten, Blue Burton, en je begrijpt dat dit haar grote doorbraak was, in 1967. Het trio van pianist Louis van Dijk zet haar op virtuoze wijze op een stoel met fluwelen bekleding, en ze omsingelt de liedjes met haar stem, om ze subtiel en spatzuiver alle ruimte te geven. Net als op New York State of Mind (1979), waarvoor ze eveneens een Edison kreeg, hangen de nummers aan het moment dat de dag een nacht wordt, langzaam en meeslepend van snit, een ijsklontje lost op in een glas.

‘Ook al was ze niet enorm beroemd: ze behoort echt tot de Grote Drie van de jazzzangeressen’, zegt jazzarchivaris Frank Jochemsen. ‘Eerst had je Rita Reys, dan kwam er een hele tijd niks, dan Greetje Kauffeld, en dan Ann Burton. Haar verhalende zang was onovertroffen. Misschien was het niet voor een miljoenenpubliek, maar zeker wel voor de fijnproevers. Wat we niet moeten vergeten: ze was de enige Nederlandse jazz-zangeres met een unieke internationale carrière: Duitsland, Engeland, de Verenigde Staten en vooral, Japan. Er is geen Nederlandse zangeres geweest die zo veel in Japan heeft opgetreden als Ann Burton.’

Geen graf

‘Lieve Ann’, schreef Keizo Takada op 16 december 1989. ‘Ik hoor bij gerucht van een kennis in Amerika dat het niet goed met je gaat. Ik ben zeer bezorgd. Ik hoop dat het gerucht niet klopt. Ann, alsjeblieft. Kun je me laten weten hoe het met je gaat?’

Drie weken eerder, op 29 november, was Ann Burton overleden in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam, op 56-jarige leeftijd, en Takada wist van niks. Hij kreeg het pas later te horen, tot zijn grote schrik, via de Amerikaanse zanger Mark Murphy, ook de rouwkaart belandde met vertraging op zijn deurmat. Ze was de laatste jaren vaker ziek geweest, en dacht de oplossing te kunnen vinden in het alternatieve circuit, niet wetend dat de kanker al zover was uitgezaaid.

Vier jaar voor haar dood vlamde ze op televisie voor een van haar grootste fans, tv-presentator Willem Duys, die haar ‘Annetje’ noemde, ‘een fijnzinnig vogeltje’ en ‘de heldin van de Japanse hitparades’. In een tomeloze uitzending van het programma In de hoofdrol zong ze samen met Rita Reys en Greetje Kauffeld, I Can’t Give You Anything but Love, Willem – waarbij Duys haar uitzinnig van blijdschap optilde.

Toen Keizo Takada jaren na haar dood Nederland bezocht, kwam hij er tot zijn teleurstelling achter dat er geen graf was waar hij haar in stilte kon herdenken. Haar lichaam was beschikbaar gesteld aan de wetenschap. In plaats van een begrafenis, hadden vrienden en bekenden iets uit haar huis mogen halen, in ruil voor een bijdrage aan Burtone, een fonds voor beginnende jazzartiesten. Takada had zijn speciale herinnering aan Ann Burton al jaren in huis in Tokio hangen: door haar ingelijste enveloppen, als bewijs van hun jarenlange correspondentie, voorzien van hartjes.

Met zijn Tokyo Jazz Vocal Appreciation Society Japan, een 50-jarige club van 25 fanaten die één keer per maand naar vocale jazz luisteren, heeft hij Ann Burton herdacht door haar platen te draaien, en zo herdenkt hij haar nog steeds. ‘Ze is altijd in het hart van vele Japanse vocale jazz fans gebleven’, schrijft Keizo Takada. ‘Voor mij persoonlijk: ik ken veel jazzzangeressen, maar Ann was voor mij die ene speciale.’

Ann Burton: Early Blue, 1958-1968. Treasures of Dutch Jazz.

Ann Burtonlaan

Het is nu nog een kort, doodlopend laantje, de Ann Burtonlaan in Beverwijk, maar in de loop van 2021 wordt hier een nieuwbouwproject gerealiseerd. De Ann Burtonlaan komt uit op de Theo Uden Masmanlaan, vernoemd naar de oprichter van The Ramblers. In deze wijk worden jazzartiesten geëerd die in Beverwijk ooit hebben opgetreden, zoals ook Coleman Hawkins en Dexter Gordon . Burton trad ooit op in het voormalige theater ‘Time Out'. Beverwijk is na Leiden de tweede gemeente die Ann Burton eert met een straatnaam.

Meer over