TaalgebruikAnglicisme

Anglicisme van de week: hoe groot kunnen de troepen zijn?

U stoort zich aan luie leenvertalingen uit het Engels. Hoe erg is zo’n anglicisme? Zoals: troepen.

Nienke van Leverink

In de Volkskrant van 10 juni stond: ‘Want ook voor het Pentagon en Republikeinen in het Congres kwam het als een verrassing dat Trump de aanwezigheid van 34.500 Amerikaanse troepen in Duitsland met 9.500 militairen wil verminderen.’ Meerdere lezers vielen hierover, terecht, en het is online inmiddels dan ook aangepast. Het probleem zat hem niet in het woord ‘troepen’, maar in de combinatie met een telwoord.

Wat is hier aan de hand? Van Dale beschrijft ‘troepen’ in het meervoud als ‘de gezamenlijke manschappen van een leger’. Dat maakt ‘troepen’ in die betekenis een plurale tantum, een woord dat alleen in het meervoud bestaat, zoals hersenen, coulissen of psychedelica. Zodoende valt ‘troepen’ niet te combineren met een telwoord, net zoals je niet kunt zeggen: ‘Doe mij maar één hersen.’ De lezers stelden bij de 34.500 Amerikaanse troepen dan ook de vraag: om hoeveel soldaten gaat het nu eigenlijk?

We kunnen Trump en zijn hersen niet overal de schuld van geven, maar bij de Amerikanen betekent troops simpelweg ‘soldaten’, en daarom kunnen zij het schaamteloos hebben over a thousand troops. Dat levert voor hen weer een ander probleem op, want Engelstalige taalpuristen discussiëren nu over de vraag waarom je dan niet kunt spreken van one troop? Een telwoord is immers een telwoord. Dan krijg je vreemde oplossingen, zoals het stijlboek van persbureau Associated Press, dat voorschrijft dat troops alleen individuen kan betekenen wanneer het om grote aantallen gaat, dus wel 150 thousand troops, maar niet two or three troops.

Is het erg?

Ja. In bovenstaand voorbeeld is troops ten onrechte vertaald als troepen. Er had soldaten of militairen moeten staan.

Meer over