TaalgebruikAnglicisme van de week

Anglicisme van de week: Engelse zinsbouw

U stoort zich aan luie leenvertalingen uit het Engels. Hoe erg is zo’n anglicisme? Zoals een Engelse zinsbouw.

Terwijl de wereld zich in 2020 bezighield met netflixen, complottheorieën bedenken, pandemieën bestrijden en wat al niet meer, besloot deze rubriek zich op een andere manier nuttig te maken: door het verzamelen van bijzinnen met een verkeerde woordvolgorde, in onze optiek beïnvloed door het Engels.

In een bijzin is de woordvolgorde beduidend anders dan in een hoofdzin. In een hoofdzin is de volgorde over het algemeen: onderwerp-persoonsvorm-overige zinsdelen (‘man bijt hond’). Een algemeen kenmerk van een bijzin is juist dat de persoonsvorm achteraan staat (‘ik zie dat de man de hond bijt’).

In het Engels is dat niet het geval. Daar blijft de volgorde óók in de bijzin onderwerp-persoonsvorm-overige zinsdelen. En tot onze teleurstelling zagen we die volgorde in meerdere media ook voorbijkomen in Nederlandse bijzinnen: ‘De auteur schreef een boek, waarin hij duikt in de geschiedenis van de mens’, ‘Het is perfect getimed dat het museum komt met een tentoonstelling over dit onderwerp’, ‘Hij hoopte dat hij gespeeld zou worden door Denzel Washington’, ‘de arbeidsvitaminen die schalden uit de radio aan de overkant’.

Dit zijn allemaal gevallen van een syntactisch anglicisme: een anglicisme op zinsbouwniveau. Correct Nederlands was geweest: ‘waarin hij in de geschiedenis van de mens duikt’, ‘dat het museum met een tentoonstelling over dit onderwerp komt’, ‘dat hij door Denzel Washington zou worden gespeeld’, ‘die uit de radio aan de overkant schalden’.

Is het erg? Ja. Zinsbouw is net zo essentieel voor de Nederlandse taal als elk ander onderdeel.

Meer over