InterviewAstrid Sy

Andere tijden-presentator Astrid Sy: ‘Met mijn achtergrond ben ik zelf al heel divers’

Beeld Frank Ruiter

Wat zijn dit voor vragen? Zes dilemma’s voor historicus Astrid Sy, de nieuwe presentator van Andere tijden.

Presentator of verhalenverteller?

‘Als historicus ben ik een verhalenverteller, al gebruik ik nu dan televisie als medium. Voor de camera staan is nooit echt een ambitie geweest, maar het presenteren van mijn eerste aflevering voor Andere tijden ging volgens mij goed. Het is supervet om op pad te gaan en mensen te ontmoeten en te interviewen. Je werkt iedere keer weer met een andere filmcrew en redacteur, die zonder uitzondering warm en gezellig zijn. Gelukkig vergeet ik daardoor soms dat die camera er is. Ik vind het alleen nog lastig om recht in de camera te spreken. Dan sta ik daar op een brug aan de Amsterdamse Herengracht, terwijl de crew je een heel stuk verderop aan het filmen is. Ondertussen moet ik in m’n eentje hardop praten in een microfoontje. En iedereen omkijken natuurlijk.

‘Ik weet eigenlijk nog steeds niet hoe de makers van het programma bij mij terecht zijn gekomen. Het zou via de VPRO zijn gegaan, maar daar ken ik niemand. Wel heb ik ooit een screentest gedaan voor een overheidsfilmpje over natuurkundige onderwerpen. Het klikte met de filmcrew waarmee ik het clipje opnam, maar ik werd het uiteindelijk niet, omdat die overheidsinstantie liever iemand wilde met een natuurkundige achtergrond. Ik weet nog dat iemand van die filmcrew, die ook veel met de VPRO werkt, zei dat er misschien nog wel een keer iets anders op mijn pad zou komen.

‘Toen ik werd gebeld met de vraag of ik wilde langskomen voor een gesprek, lag ik ziek op de bank. Er waren meer kandidaten, maar na enkele gesprekken en een testaflevering mocht ik door. Die testaflevering was ook een ervaring, zeg. Ik zie er jonger uit dan ik ben, dus ik nam me voor om me extra netjes en volwassen te kleden. Uiteindelijk had ik een kreukelige trui aan, geen make-up op en viel er een knoop van mijn jasje.’

Amsterdam of Leiden?

‘Ik heb tot mijn 3de in Senegal gewoond met mijn biologische vader en mijn Fins-Zweedse moeder. Daarna vertrok ik met mijn moeder – een diplomaat – naar Nederland en groeide ik op in Leiden. Mijn jeugd was erg fijn, ik heb Leiden altijd mooi en knus gevonden. Toch heb ik me nooit Leidenaar gevoeld. Toen ik 16 was, wist ik dat ik naar Amsterdam wilde. Ik hield de dagen tot vertrek zelfs bij.

‘In Amsterdam heb ik mijn identiteit gevonden: divers en een beetje alternatief. Ik weet nog dat ik een heel opvallende zwart-witte jas had – mijn koeienjas, noemde ik die. Als ik weer eens in Leiden kwam, waar leeftijdsgenoten rondliepen in grote truien van hun jaarclub, vroegen vriendinnen wat ik in hemelsnaam aan had. In Leiden werd ik uitgelachen om mijn jas, in Amsterdam kreeg ik complimenten van wildvreemde mensen. Ik heb altijd het idee gehad dat in Amsterdam veel meer ruimte is voor anders-zijn.

‘Amsterdam is ook écht een mooie stad. Vooral rond Kerst, wanneer ik over de grachten fiets, en al die lichtjes langs de bruggetjes, de Dam en het Centraal Station zie. De stad lijkt dan een sprookje. Misschien zal ik ooit overwegen om Amsterdam te verlaten, maar alleen om in de natuur te gaan wonen. Het liefst een plek waar ik kippen kan houden en een eigen groentetuin heb.’

Werken met kinderen of werken met ouderen?

‘Het is fantastisch om met kinderen te werken, maar ik heb wel de verhalen van ouderen nodig om die kinderen te bereiken. Ik heb negen jaar onderzoek gedaan voor Yad Vashem, een Israëlisch instituut dat Joodse slachtoffers van de Holocaust herdenkt en redders eert. Voor de archiefonderzoeken heb ik veel ouderen gesproken. Het is steeds weer indrukwekkend om iemand te spreken die in Auschwitz heeft gezeten, of om persoonlijke documenten in te zien van mensen die de Holocaust niet hebben overleefd. Ik was 22 jaar toen ik ermee begon, en moest dagboeken, tekeningen, amateurfilmpjes en foto’s bekijken. Ik kan nu, afgezien voor mijn werk voor het Nationaal Holocaust Museum dat in oprichting is, geen oorlogsfilms- of boeken meer lezen, dan krijg ik nachtmerries.

‘Ik weet nog dat ik voor Yad Vashem een huwelijksfilmpje uit 1939 moest onderzoeken van een jong stel dat de Holocaust niet zou overleven. Het zag er gezellig uit, iedereen zwaaide, het was zo alledaags. De beelden eindigen met de tekst: ‘We zien jullie graag terug op ons 50-jarig jubileum in 1989!’

‘Voor een volgend jeugdboek heb ik ook weer veel ouderen gesproken. Het project gaat over een reddingsactie rondom de Joodse crèche die tegenover de Hollandsche Schouwburg stond. In de schouwburg werden Joodse Nederlanders bijeengebracht om hun deportatie af te wachten; hun kinderen werden in de crèche ondergebracht totdat ze samen met hun ouders gedeporteerd zouden worden. Er zijn uiteindelijk zeshonderd kinderen gered dankzij smokkeloperaties, voornamelijk door jonge vrouwen. Een van de redders vertelde me dat ze nog steeds slapeloze nachten heeft van alle kinderen die ze niet heeft kunnen redden – de kinderen die ze uiteindelijk wél naar de overkant moest brengen, hun dood tegemoet.’

Kinderboeken schrijven of lesgeven aan kinderen?

‘Met een boek kom je het dichtst bij kinderen. Kijk maar naar Astrid Lindgren, schrijver van de boekenreeks over Pippi Langkous en De kinderen van Bolderburen. Ze heeft al die jaren contact onderhouden met kinderen die haar boeken lezen. Dat contact met kinderen heb ik ook, sinds ik drie jaar geleden het kinderboek De brieven van Mia schreef. Ik krijg nog steeds mailtjes en tekeningen naar aanleiding van dat verhaal, en ik beantwoord ze altijd. Het is het leukste wat er is.

‘Als historicus geef ik geregeld les aan kinderen op scholen, met name over de Tweede Wereldoorlog en over vooroordelen. Dan spreek ik soms jongeren die totaal geen zin hebben om daarover in gesprek te gaan. Ook toen ik enkele sessies met Syrische jongeren deed, merkte ik weerzin. ‘Waarom leer ik over een oorlog, terwijl ik net een oorlog ben ontvlucht?’, vroeg iemand zich boos af. 

Die herkenbaarheid van een oorlogsverleden nam ik als uitgangspunt in mijn kinderboek. Het verhaal gaat over Laila, een weerbarstig en boos meisje dat met haar ouders Syrië is ontvlucht en hier eigenlijk niet wil zijn. Maar gaandeweg ontwikkelt ze een vriendschap met een oude Joodse man, die eveneens boos en getraumatiseerd is door zijn oorlogsverleden. Hun vriendschap en de gezamenlijke zoektocht naar een meisje uit het verleden van de Joodse man, zorgen uiteindelijk voor ruimte om hun trauma’s te verwerken.’

Televisiecarrière of diversiteit nastreven achter de schermen?

‘Diversiteit moet er zijn, maar uiteindelijk ben ik een historicus. Voor Rose Stories, een mediaproductiebedrijf, heb ik me onder meer ingezet voor meer diversiteit in de mediawereld, met lezingen en presentaties. Met mijn achtergrond ben ik zelf al heel divers. En met de diversiteit gaat het de laatste twee jaar best snel, bij de publieke omroep. Het is goed om bewust bezig te zijn met dat onderwerp, maar het voelt niet als mijn taak of roeping.

‘Ik kies dan liever voor een televisiecarrière, en dan nadrukkelijk voor het programma Andere tijden, dat ik ga presenteren. Als Andere tijden niet over geschiedenis ging, had ik misschien nog getwijfeld.’

Nederland of Scandinavië?

‘Mijn biologische vader komt uit Senegal, maar ik heb eigenlijk weinig interesse in de West-Afrikaanse geschiedenis. Ik voel me verbonden met Scandinavië, waar mijn Fins-Zweedse moeder vandaan komt. Daar leven ze zoals ik met mijn moeder altijd heb geleefd. Ze eten er bijvoorbeeld bullar, zoete kaneelbroodjes. En ze drinken er, net als bij ons thuis, melk bij het avondeten. Kerstcadeautjes pakken ze in met lak, in plaats van plakband. En kerstbomen versier je daar niet met ballen, maar met houten dingetjes.

‘Iedereen is er heel beleefd, dat merk je in elk cafeetje. Ik hou van die omgangsvormen. Nederlanders zijn wat lomper. Maar als ik in het buitenland ben, mis ik Nederland weer. En ik voel me verantwoordelijk als Nederlander: om écht onderdeel te zijn van de maatschappij en onze samenleving sterker te maken. Daarom zal ik altijd voor Nederland kiezen.’ 

Andere tijden, vanaf 29/1 op NPO 2 (22.20 uur).

CV Astrid Sy

1987 Geboren in Leiden

2000-2006 Gymnasium in Leiden

2006-2011 Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

2012-2019 Beeldresearcher Yad Vashem

2014-nu Projectmedewerker Anne Frank Stichting

2014-2016 ‘Diversity trainer’ aan de University of North Carolina

2015-2018 Maker en presentator educatieve documentaires voor Studio Noodzaak

2016-nu Projectmedewerker Rose Stories

2017 Kinderboek De brieven van Mia

2020 Presentator Andere tijden

Astrid Sy woont samen met haar vriend en zoontje in Amsterdam.

Meer over