And venus was her name

And Venus was her name: Alison

Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een liedje waarvan de titel alleen uit een voornaam bestaat. Deze week: wie was die Alison van Elvis Costello nou?

null Beeld

Alison, I know this world is killing you

Oh, Alison, my aim is true

Elvis Costello (1977)

Het was in de dagen van veiligheidsspelden en leren jekkies een onverwacht genoegen, een ballad over een meisje dat Alison heette. En degene die het liedje met een nasaal-krakende stem zong, Elvis Costello, zag er ook uit als een atypische vrijer.

In de allereerste OOR’s Pop-encyclopedie (1977) stond een onvergetelijke omschrijving van de Engelse zanger: ‘Zijn uiterlijk houdt het midden tussen een Buddy Holly op acid en een zwaar rockende Koot’ - ja, die van Koot & Bie. Jezelf Elvis noemen in het jaar dat de echte Elvis (Presley) het loodje legde, was eveneens een statement van formaat. Maar met een echte naam als Declan MacManus moest hij wel een list verzinnen. Had zijn vader ook gedaan, trompettist en bandleider Ross MacManus. Die koos als alias Day Costello.

Alison was het vijfde nummer van de debuutelpee van Costello junior, My Aim Is True. Over niet een van zijn liedjes moest hij zoveel vragen beantwoorden als over deze. Wie was toch dat meisje dat hij na zoveel jaren weer zag? Werkte ze echt bij een supermarkt om de hoek? Wat bedoelde hij met de frase dat iemand ‘the big light’ uit moest doen? Moest Alison worden vermoord? Wat was hij voor een vrouwenhater?

null Beeld

In 1988 verklaarde hij over Alison, nogal cryptisch: ‘Veel zou ongedaan kunnen worden gemaakt door meer te zeggen.’ Daar moest de mensheid het maar mee doen.

En toen verscheen er in 2015 een kloeke autobiografie van Costello, Unfaithful Music and Disappearing Ink. Alsof hij zich schuldig voelde over alle verwarring die hij had veroorzaakt, stond hij ruimhartig stil bij Alison.

Resumerend: alles in het liedje was verzonnen, hij had een naamloos meisje volgegoten met bedrog en teloorgang. ‘Ik beschouwde Alison als fictie, waarbij ik vanuit een ooghoek het bedroefde gezicht van een heel mooi meisje voor me zag van wie ik me voorstelde dat haar toekomst in duigen viel’.

Elvis Costello - autobiografie
Costello, Unfaithful Music and Disappearing Ink Beeld
Elvis Costello - autobiografieCostello, Unfaithful Music and Disappearing Ink

De gekozen naam was ‘toevallig’, schreef Costello: ‘Ik vond dat het niet de naam kon zijn van een ravissante, geraffineerde vrouw, zoals Grace of Sophia, of van een poëtische heldin zoals Eloise of Penelope. Ik wilde een naam die paste bij een meisje dat we allemaal kennen en Alison paste ook bij de melodie.’

Uit zijn eigen platenverzameling had hij de nodige inspiratie gehaald. Een beetje The Wind Cries Mary van Jimi Hendrix en een snufje Ghetto Child van The Detroit Spinners plus de wens om Don’t Lose Your Grip on Love van Nick Lowe te evenaren. Dat Alison al die jaren verkeerd werd begrepen, schreef hij toe aan het spleetje tussen zijn twee voortanden. ‘Dat brengt bij mij het effect teweeg dat de helft van wat ik zeg klinkt als een provocatie of een belediging’.

Wellicht daarom dat het andere liedje over een vrouw dat hij jaren later uitbracht, een stuk minder mysterieus was. Veronica (1989) ging over zijn grootmoeder, lijdend aan alzheimer.

Meer over