Anarchie verdwijnt achter masker van beheersing

Een wolk van hertengeweien hangt boven het luxueuze tweezitsbankje. De excentrieke kroonluchter herinnert aan het bizarre meubilair van hertengeweien dat Paul Gallis in 1991 ontwierp voor Het jachtgezelschap van Toneelgroep Amsterdam....

Marijn van der Jagt

De overwinning van de decadente mens op de natuur, daarover gaat het toneelstuk van Thomas Bernhard. En over de wraak van de overwonnen natuur: het pronkerige landgoed van de generaal uit het stuk blijkt onherstelbaar aangetast door een houtvretende tor, zoals de grauwe staar zich een weg heeft gevreten door het oog van de generaal. Net als Tsjechovs Kersentuin eindigt Het jachtgezelschap met het geluid van bomen die gekapt worden.

Eindregisseur van de voorstelling van De Koe is Damiaan de Schrijver van Stan, die begin dit seizoen een verontrustend vriendelijke versie uitbracht van Thomas Bernhards Alles is rustig. Ook hier valt de ingehouden toon op; de tirades van Bernhard worden in een flink tempo, maar droog en gedempt gespeeld. In de bewerking van het stuk is behalve de generaal en zijn vrouw alleen de figuur van de schrijver overgebleven. Op een schemerig belicht podium neemt Peter van den Eede letterlijk een centrale plek in, als schimmen uit zijn schrijversbrein duikt het generaalsechtpaar Katelijne Damen en Bruno van den Broecke uit het duister op. Het scherpgetekende, kale Dracula-hoofd van Van den Eede licht op als de grijnzende hertenschedels in de kroonluchter.

De belichting - van Marc Claeys - is sfeervol en inventief, maar drukt een zwaar stempel op de voorstelling. Als toeschouwer krijg je het idee zelf aan grauwe staar te lijden. Tevergeefs zoek je naar de duivelse flikkering in de ogen Van den Eede en Damen. De vrolijke anarchie van De Koe verdwijnt achter een masker van beheersing en esthetiek. Voor de groep en voor Bernhard is die beheerste aanpak verrassend nieuw. Voor de toeschouwers, en zeker voor de fans van De Koe, is het resultaat verrassend saai.

Meer over