Amsterdam bestemt 21,4 miljoen euro noodsteun ook voor cultuur in de nacht en de buurt

Amsterdam heeft een herstelplan in elkaar getimmerd voor een nieuwe ronde van 21,4 miljoen euro noodsteun, waarmee het nadrukkelijk ook wil doordringen tot de haarvaten van het culturele leven. De buurttheaters, broedplaatsen, kleinschalige festivals en de dj’s van de nacht komen normaal gesproken zelden in aanmerking voor kunstsubsidies.

Bezoeker tijdens het Milkshake Festival op het Westergasterrein in Amsterdam.  Beeld Hollandse Hoogte
Bezoeker tijdens het Milkshake Festival op het Westergasterrein in Amsterdam.Beeld Hollandse Hoogte

Het is het tweede noodpakket tijdens de coronacrisis van wethouder voor Cultuur, Touria Meliani (GroenLinks), die de plannen dinsdag naar de Amsterdamse gemeenteraad heeft gestuurd. Ze heeft niet de illusie dat hiermee alle nood is gelenigd: de cultuursector in Amsterdam loopt door de coronacrisis tot eind 2021 naar schatting 2,5 miljard euro aan inkomsten mis.

De gemeentelijke steun is bedoeld voor podia, organisaties en makers die buiten de noodbudgetten voor rijksgesubsidieerde culturele instellingen vallen, zoals het Concertgebouworkest, Internationaal Theater Amsterdam en het Rijksmuseum. Het leeuwendeel gaat naar instellingen die in 2020 door de ballotage van het vierjaarlijkse Kunstenplan van de gemeenten zijn gekomen, waaronder zalen als Theater Bellevue en musea als Het Rembrandthuis.

Culturele nachtclubs

Maar het stadsbestuur kijkt verder. Al maanden is de vrees dat de grote namen de crisis wel doorkomen met de noodsubsidies van het kabinet, maar dat in een reeks aan steden het culturele netwerk daaromheen instort. Voor festivals verlaagt de gemeente in 2021, en misschien ook nog in 2022, de kosten van een vergunning om het makkelijker te maken na een verloren jaar weer op te starten. Voor ‘culturele nachtclubs’ komt er een stimuleringsregeling om kunstenaars, dj’s en andere makers te kunnen boeken zodra de deuren weer open mogen. De reserves bij veel organisatoren van dancefeesten zijn na twaalf maanden op.

De culturele en creatieve sector is goed voor 10 procent van de werkgelegenheid in Amsterdam en krijgt daarom al vanaf de zomer extra aandacht van het gemeentebestuur. Het wegvallen van toerisme raakt culturele instellingen in de hoofdstad over het algemeen ook harder dan in andere steden. Veel zzp’ers - zelfstandige acteurs, musici en kunstenaars, maar ook technici, decorbouwers, productieassistenten en marketingmedewerkers - zijn hun heil al in andere branches aan het zoeken.

Voor het noodpakket zet Amsterdam het geld in dat het rijk aan gemeenten heeft gegeven om de eigen culturele instellingen te steunen. In totaal ging het om 150 miljoen euro, dat naar rato over de gemeenten is verdeeld. Amsterdam kreeg daar 15,7 miljoen euro van, en vult dat bedrag aan met 5,7 miljoen euro die nog over is van de 17 miljoen euro die wethouder Meliani in de zomer al had uitgetrokken.

Om in de coronacrisis meer geld op tafel te krijgen, hebben het Amsterdamse Fonds voor de Kunsten en de hoofdstedelijke Kunstraad vorig jaar de handen ineengeslagen in de Maatschappij voor Behoud van Kunst & Cultuur (MBKC). Na gesprekken met geldschieters concludeerden zij echter dat het niet makkelijk is langs die route noodsteun te krijgen.

‘Alleen activiteiten die potentieel winstgevend zijn, komen in aanmerking voor leningen of garantiestellingen. Fondsen en banken willen investeren en participeren in aansprekende projecten, zij financieren geen tekorten. Instellingen zijn eveneens terughoudend bij het aangaan van financiële verplichtingen, zolang het niet duidelijk is wanneer zij weer publiek kunnen ontvangen.’ Wel blijken mensen uit het bedrijfsleven bereid via de MBKC gratis mee te denken met culturele instellingen voor financieel-economisch advies.

Meer over