Amerikanen worstelen met verleden zwarte slavernij

Een groep parlementariërs heeft het Amerikaanse Congres deze week opgeroepen zich formeel te verontschuldigen voor de slavernij. Maar sommigen vinden dat de overheid verder moet gaan en de zwarte Amerikanen herstelbetalingen moet doen....

'De regering heeft nog nooit haar verontschuldigingen aangeboden voor haar aandeel in het instandhouden van de slavernij', constateerde de Democraat John Lewis uit Georgia.

De pleitbezorgers van een resolutie waarin het Congres het boetekleed aantrekt, wijzen op het voorbeeld van de Paus die onlangs zijn spijt uitsprak over de houding van de kerk tegenover de joden en de excuses van de keizer van Japan voor het gedrag van de Japanse bezetters in Korea.

Lewis en zijn medestanders willen dat er ook extra aandacht in de schoolboeken aan de slavernij wordt besteed en dat er een slavernij-museum in Washington komt. Sommigen gaat dit lang niet ver genoeg. De Nationale Coalitie van Zwarten voor Herstelbetalingen in Amerika (N'COBRA) is van plan binnenkort een rechtszaak aan te spannen om de regering te dwingen compensatie uit te betalen voor tweeëneenhalve eeuw slavernij.

Kalonji Olugesun van N'COBRA zei: 'Het gaat om veel meer dan alleen geld. Het gaat erom de verzoening te bevorderen door compensatie te geven.'

Waarom zouden de joden wel smartegeld krijgen voor hun lijden in de holocaust, maar de zwarten niet voor de slavernij, is de redenering van de N'COBRA. De organisatie wijst er ook op dat de Amerikaanse overheid begin jaren negentig een schadevergoeding heeft uitgekeerd aan alle Japanse Amerikanen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in kampen werden gezet.

De voorstanders wijzen er ook op dat de zwarten na het einde van de Burgeroorlog '40 are en een ezel' beloofd kregen. Aanvankelijk kregen tienduizenden bevrijde slaven inderdaad stukjes grond in Georgia en South Carolina. Maar later pakten die staten de grond weer af.

De zwarte afgevaardigde John Conyers uit Michigan probeert het Congres er al jaren toe te bewegen een commissie in het leven te roepen die de slavernij en de noodzaak van herstelbetalingen moet bestuderen. Maar tot nog toe heeft hij weinig succes. Er zijn maar weinig Congresleden die hun vingers aan deze zaak willen branden: de meeste Amerikanen voelen niets voor compensatie.

Volgens Myron Magnet van het conservatieve Manhattan Institute for Policy Review is het een 'onzinnig' voorstel en moedigt het alleen maar 'wentelen in zelfbeklag' aan. Waar het om gaat is volgens hem dat Amerika nu 'kleurenblind' is en dat blanken en zwarten gelijke kansen hebben.

Volgens de tegenstanders ligt het ook heel anders dan bij de slachtoffers van de holocaust. Een aantal van hen is nog in leven, maar de laatste slaven (én slavenhouders) zijn al lang overleden.

Bovendien hebben de meeste blanke Amerikanen nooit wat met de slavernij te maken gehad: een groot deel van hen is zelfs pas na het afschaffen van de slavernij naar de Verenigde Staten gekomen. 'Waarom zou ik moeten betalen voor iemand die slaven hield lang voordat ik ben geboren? Ik heb nooit een slaaf gehad. Ik heb nooit iemand onderdrukt', vatte Henry Hyde, een Republikeinse collega van Conyers het samen.

Maar volgens Randall Robinson, de schrijver van het boek The Debt: What America Owes to the Blacks, draagt de regering wel degelijk verantwoordelijkheid, omdat zij de slavernij heeft toegestaan. Dat alle slaven inmiddels dood zijn, is geen argument tegen compensatie, vindt hij, omdat de gevolgen van de slavernij - armoede, gebrekkige onderwijs - nog steeds op de zwarten drukken.

Vrijwel iedereen is het erover eens dat het geen zin heeft individuele vergoedingen uit te keren. Het zou alleen al handen vol geld kosten om uit te zoeken welke zwarten inderdaad van slaven afstammen. Het beste is volgens Robinson het geld te storten in een fonds waaruit projecten voor zwarte wijken worden gefinancierd.

Maar ook lang niet alle zwarten zijn voor compensatie. Zo keerde de zwarte econoom Glenn Loury zich in een opiniestuk in de New York Times tegen het voorstel. 'De tragedie van de slavernij is een probleem dat niet zomaar zal worden opgelost door een andere toepassing van Amerikaanse vindingrijkheid'.

Meer over