Moet u lezen

Amerikacorrespondent Erik Mouthaan over leven en werk in de ‘veeleisendste machine ter wereld’

De langstzittende Amerika-correspondent van de Nederlandse tv heeft zijn belevenissen geboekstaafd. Zichzelf houdt hij niet buiten beeld: hij is die man die zichzelf (en anderen) voortdurend aan het redigeren is.

Thomas Rueb
Erik Mouthaan in zijn appartement in New York. Beeld Chantal Heijnen
Erik Mouthaan in zijn appartement in New York.Beeld Chantal Heijnen

Zeven uur, het eerste daglicht valt door de hoge ramen en Erik Mouthaan is al even op. Met een pot thee kijkt hij, zoals elke ochtend, het Amerikaanse ontbijtjournaal. Wit T-shirt, blote voeten, haren nog nat. Op het scherm duidt nieuwslezer Tony Dokoupil – marmeren kaaklijn, perfecte coiffure – een onhandige opmerking van president Joe Biden. ‘Een ster’, zegt Mouthaan, ‘zo’n klassieke ik-ben-een-ontzettende-tv-anchor met een lage stem. Daar zijn ze hier nog niet overheen.’

Mouthaans eigen ideaalbeeld was ooit ook zoiets. ‘Toen ik begon, klonk ik nog net niet Polygoon. Elke ‘n’ moest worden uitgesproken.’ Hij glimlacht. ‘Ik was non-stop bezig mezelf te redigeren. Een van de eerste dingen die ik vroeg toen ik bij RTL begon, was: je kunt toch niet horen dat ik gay ben?’

Erik Mouthaan (48) is waarschijnlijk de bekendste tv-correspondent van Nederland, of, met bijna zestien jaar in New York, in elk geval de langstzittende. Presidenten kwamen en gingen, cameramensen, producers en redacteuren rouleerden, de stad veranderde – maar Mouthaan bleef.

In zijn eentje woont hij in dit appartement aan de chique Upper West Side van Manhattan, met glanzende houten vloeren, turnringen in de deurpost en muren vol kunst. Geen privéfoto’s. ‘Ik heb Erik de verslaggever en Erik de persoon al die tijd keurig van elkaar gescheiden gehouden. Nu heb ik een punt bereikt in mijn leven dat ik daar eens mee ophoud.’

Afgelopen week verscheen zijn boek New York, de gedroomde stad, over Mouthaans leven in wat hij de ‘mooiste, meest veeleisende machine ter wereld’ noemt. Een persoonlijk verslag, waarin hij zijn eigen vooroordelen en zelfs zijn seksleven niet schuwt. Waarom? ‘Ik wil mezelf niet blijven redigeren.’

Waar komt die behoefte tot controle bij hem vandaan? Mouthaan schudt zijn hoofd. ‘Nu gaan we wel heel snel. En je hebt nog niet eens koffie gehad! Je drinkt koffie, toch? Ik weet een plek vlak bij mijn redactie. Maar eerst...’ – hij mompelt boven zijn telefoonscherm – ‘even good morning zeggen tegen mijn vriend.’

Erik Mouthaan in zijn appartement in New York. Beeld Chantal Heijnen
Erik Mouthaan in zijn appartement in New York.Beeld Chantal Heijnen

Je kop op tv

Met een rotvaart schiet Erik Mouthaan op zijn fiets door het Riverside Park langs de Hudson. Zijn adem wolkt in de vrieskou. ‘De afspraak met RTL is dat ik nooit verder dan 20 minuten van de redactie vandaan ga wonen’, roept hij over zijn schouder. Nieuws ‘breekt’ hard in de VS. ‘Je moet altijd paraat staan in deze stad.’

Later vandaag zal hij tijdens een live-uitzending vragen beantwoorden over de Amerikaanse strategie rond Oekraïne. ‘Op de fiets oefen ik vaak alvast wat ik voor de camera ga zeggen.’

Op zijn 25ste werd Mouthaan aangenomen als jongste verslaggever ooit bij RTL Nieuws. ‘Mijn chef zei dat ik ouder moest proberen te lijken. Ze waren bang dat niemand feiten zou aannemen van zo’n broekie. Ik heb van alles geprobeerd, jassen, dassen, voor meer gravitas.’

Mouthaan ontwikkelt zich tot sterverslaggever van de zender. Tijdens de vuurwerkramp van Enschede in 2000, staand voor een ziekenhuis, doet hij zijn eerste live-reportage. Hij wordt na de arrestatie van Milošević uitgezonden naar Bosnië, na terroristische aanslagen naar Londen en Madrid. Als Mouthaan wordt gevraagd voor de post in New York, in de Verenigde Staten van president George W. Bush, is hij pas 32 jaar oud.

De RTL-redactie is gevestigd boven in het gebouw van de Amerikaanse omroep CBS. De entree, voorbij de beveiliging, is behangen met posters van hun anchors, onder wie Tony Dokoupil van vanmorgen: die zit ook in dit gebouw. ‘Ik denk bij anderen altijd: óóó, dus jij wil met je kop op tv? Waarom wil je zo gezien worden? Wat zít daar?’

De lift naar boven. Mouthaan deelt zijn kantoor met de Duitse RTL. De Nederlandse redactie bestaat, naast hemzelf, uit een producer, een cameraman en een stagiair. Mouthaan zegt hoi tegen iedereen en ploft neer achter zijn bureau in een eigen kantoortje, de gestoffeerde wanden vol verkiezingsposters. Het is negen uur ’s ochtends. Nog een paar uur en hij moet live.

Waarom wil hij eigenlijk gezien worden? Wat ‘zit daar’ dan bij hem? Mouthaan denkt even na. ‘Als je vroeger altijd het gevoel had dat hoe je uit jezelf communiceert niet juist is, dat je moet verbergen wie je bent, dan leer je jezelf wel presenteren.’ Hij werpt door de deurpost een blik naar zijn collega’s op de redactievloer. Ze zijn bezig een item te monteren voor een latere uitzending. ‘Goed, als we het toch hierover gaan hebben, dan liever even in een andere kamer.’

Erik Mouthaan. Beeld Chantal Heijnen
Erik Mouthaan.Beeld Chantal Heijnen

Spinazie à la crème

Erik Mouthaan groeit op in Aerdenhout, met een oudere broer en een geadopteerde zus, in een gezin dat daar ‘niet kon meekomen’. Zijn vader werkt als hr-manager bij uitgeefconcern VNU, zijn moeder is huisvrouw. ‘Iedereen was voor mijn gevoel steenrijk, behalve wij. We waren duidelijk niet chic genoeg. Spinazie à la crème vonden we al heel wat.’ Als Erik 8 is, verhuist het gezin naar Eys, Limburg, waar zijn vader directeur wordt van een wenskaartenfabriek. ‘Je weet wel, van die kaarten met ‘Happy Birthday’ of ‘Gecondoleerd’ erop.’

Als Mouthaan zich in Aerdenhout al een buitenstaander voelde, in Limburg neemt dat nieuwe vormen aan. ‘De les was in dialect, zelfs rekenen, maar omdat ik dat als enige niet sprak moest iederéén daarmee ophouden. Mijn klasgenoten behandelden me alsof ik van Mars kwam. Ik kon niet voetballen, maar wel paardrijden. Ik wist de antwoorden in de les. Als enige was ik niet katholiek, dus wanneer de pastoor kwam vertellen over God, moest ik in mijn eentje op de gang een boekje lezen. Ik was een discrepantie.’

De jonge Erik baalt ervan dat hij anders is. ‘Ik wilde geliefd worden, gezien worden. Dat lukte me maar niet, op school of thuis.’

Zijn zus kampt met zware psychische problemen en wordt uit huis geplaatst. Zijn broer rebelleert in de krakersscene. Als Erik 11 is, scheiden zijn ouders. Hij blijft bij zijn moeder, die na een tweede scheiding ernstig depressief wordt. Op zijn 18de is hij negen keer verhuisd. ‘Mijn moeder leunde zwaar op mij, achteraf te veel. Ik zorgde voor háár, meer de volwassene dan het kind. Ik wilde laten zien dat ik de stabiele kon zijn, met wie het altijd goed ging, die alles kon dragen.’

Erik Mouthaan. Beeld Chantal Heijnen
Erik Mouthaan.Beeld Chantal Heijnen

Seksualiteit

Erik Mouthaan is een jaar of 11 als hij wordt overvallen door zijn eigen seksualiteit. ‘Het beeld van de buurman in zijn witte tennisoutfit. Ik dacht: waarom vind ik deze man toch zo verdomde móói?’ De jonge Erik voelt zich bang, stopt zijn gevoelens weg – ook voor zichzelf. ‘Tot mijn 19de heb ik een vriendinnetje gehad. Dat was een echte relatie, we hadden ook gewoon seks. Ik kende niemand die homo was. Wat ik wist, wist ik van televisie: dat er om je werd gelachen en dat je doodging aan aids.’

Zijn antwoord: controle. ‘Alles draait bij mij om controle. Thuis ontbrak het daaraan. En zelf was ik altijd bang dat mijn lichaam me zou verraden, weet je? Handjes die opvliegen, of mijn stem, dat daar een of andere slis in zou zitten. Vandaar ook zo’n vraag: kom ik op camera gay over? Nee? Zie je nou, dacht ik: ik heb er controle over! Daar was ik trots op. Mensen zien alleen wat ik wil dat ze zien.’

Na de middelbare school overweegt Mouthaan de kleinkunstacademie, acteren. Bij hem blijken een extraverte natuur en gesloten persoonlijkheid elkaar niet zozeer te bevechten, als wel te versterken. ‘Ik speelde altijd al een rol. Ik zorgde dat mijn moeder Toppop aanzette, want dan mocht de verkleedkist open en kon ik in een jurk voor de tv staan dansen. Ik hield van performen, presenteren, spreekbeurten geven: zie mij staan!’

Voor de toneelschool wordt hij te jong bevonden. Mouthaan kiest de hogeschool voor journalistiek. De stap naar verslaggeving, zegt hij, met zijn hoofd op televisie, voelt logisch. ‘Ik had al een versie van mezelf gecreëerd, daar heb ik vervolgens mijn vak van gemaakt. Ik wilde mezelf laten zien... Maar wel op mijn voorwaarden. En daarmee had ik succes.’

Keiharde professional

Als Mouthaan 25 jaar in dienst is, stuurt de hoofdredacteur van RTL Nieuws een mail waarin hij wordt geroemd om zijn gedrevenheid. ‘Er stond: Erik heeft vijf vakanties onderbroken voor zijn werk. En dat klopte. Had mijn toenmalige vriend kostbare vakantiedagen opgenomen, stonden we in een of andere Etruskische tombe – en dan rinkelde mijn telefoon en moest ik terug. Dat legt druk op je relaties.’

Meer dan twee weken achtereen neemt hij in al die jaren niet vrij. ‘Ik was erop gebrand om een keiharde professional te zijn. Waar ik thuis vroeger altijd de sterke wilde zijn, die nooit een probleem had, zo deed ik dat ook bij RTL: Erik is altijd beschikbaar, Erik doet nooit moeilijk over dingen, Erik krijgt geen burn-out. Zelfs toen ik tijdens het begin van de pandemie corona had, 40 graden koorts, stond ik nog voor de camera.’

De keerzijde van controle is dat kwetsbaarheid gevaarlijk wordt. ‘Ik had altijd het gevoel dat ik mijn emoties binnen een bepaalde bandbreedte moest zien te houden. Daaroverheen gaan, was een risico.’ Sommige gevoelens raken zo onbereikbaar, voor hemzelf, voor anderen.

‘Ik kan soms scherp zijn. Kortaf. Dat heb ik van mijn moeder: het depressieve wat zij had, heb ik gelukkig niet, maar er zit wel iets negatiefs in mij. Vooral oog voor wat er níét goed gaat. Dan hadden mensen tien uur achtereen gewerkt aan een reportage en kon ik alleen zeggen hoe ik baalde van dat ene shot. Ik moet mezelf eraan herinneren tegen mijn collega’s te zeggen: goed gedaan vandaag. Dat heb ik de afgelopen jaren pas geleerd. Als je je kwetsbaarder opstelt, krijg je kwetsbaarheid terug. Dan krijg je diepere banden.’ Hij glimlacht. ‘Ik zeg dit allemaal na jaren bij een Amerikaanse therapist, hè?’

Mouthaan is op zoek naar een nieuwe mildheid, voor zichzelf en voor anderen. Hij wil kwetsbaar leren zijn, in zijn nieuwe relatie, naar vrienden en collega’s, en nu ook naar zijn publiek. ‘Het voelt heel raar, en ook heel eng, om dit achter in de 40 nog allemaal te laten zien.’ Hij wijst om zich heen. ‘Kijk nou, ik durf met jou niet eens in mijn eigen kantoor te praten,’ – zijn stem schiet omhoog – ‘terwijl je dit nota bene in de Volkskrant gaat afdrukken.’

‘Ik kan dit niet meer’

In het kantoor hangt een kaart van de VS, volgeprikt met felgekleurde punaises, honderden, één voor elke reportage die hij ooit maakte. Mouthaan mist nog twee van de vijftig staten, de meeste bezocht hij vele malen. De legenda zegt welke kleur hoort bij welk jaartal, van 2006 tot 2026: hij heeft net voor vijf jaar bijgetekend.

Bijna was hij gestopt. ‘De pandemie was hier vreselijk, de koelwagens stonden in de straten te draaien voor alle lijken, het was de zomer van de Black Lives Matter-protesten en toen kwamen de verkiezingen.’ Hij zucht. ‘Na elke verkiezingscyclus zeg ik: ik kan dit niet meer, klaar nu, stop. Maar deze keer was het erger. De uitslag werd door Trump ontkend en het blééf maar doorgaan. Het was het zwaarste jaar uit mijn carrière.’

Op sociale media werd Mouthaan het mikpunt van Nederlandse Trump-aanhangers die geloofden in de leugens over verkiezingsfraude. ‘Ik kreeg de meest vreselijke dingen toegezonden. Gefotoshopte kinderporno die moest bewijzen dat de zoon van Joe Biden... Allemaal ellende. Het voelde toen als een midlifecrisis. Ik dacht: misschien is dit het moment om iets anders te gaan doen. Om mijn gezicht terug te krijgen.’

Maar dan, op 6 januari 2021, bestormen duizenden Trump-aanhangers het parlementsgebouw in Washington D.C.. Mouthaan doet, als enige Nederlandse journalist, live verslag vanaf de trappen van het Capitool. ‘De volgende dag belde ik RTL om te zeggen dat ik doorging. Dit is wat ik kan, dit is wat ik moet doen.’

De jonge verslaggever die zich zorgen maakte of kijkers zouden horen dat hij gay is – zit die nog ergens? ‘Ja, ik... hé!’ Mouthaans koelblauwe ogen glanzen vilein. ‘Jij denkt: even het verhaal rondmaken, hè? Mooie terugverwijzing naar het begin.’ Zijn toon verzacht. ‘Sorry, nu zit ik jou ook te redigeren. Het is een tweede natuur.’ Dan begint hij te lachen. ‘Een conclusie... Ik ben minder bang geworden. Dit is wie ik ben. Het maakt me niet meer uit hoe ik overkom. Ik wil opener zijn, minder oordeelzuchtig. Wat dacht je ervan? Zoiets?’

Wenkbrauw

Half twee ’s middags in New York, half acht ’s avonds in Hilversum. Mouthaan moet live. Samen met zijn cameraman en producer gaat hij door het vervallen trappenhuis naar het dak, dat volgepakt staat met immense satellietschotels waarvan slechts een handjevol werkt, de overige zijn relieken van shows die al lang niet meer bestaan. Mouthaan beklimt een vlonder en posteert op een zware bouwsteen, buiten het oog van de camera. Daar drukt hij een oordopje in zijn oor, brengt zijn blauw-witte microfoon tot borsthoogte en wacht.

Dit is hoe Nederland hem kent, roerloos tegen een achtergrond van glanzende wolkenkrabbers, één karakteristieke donkere wenkbrauw opgetrokken. De afgelopen zestien jaar is Mouthaan, behalve wat vonken grijs in zijn haar, minder veranderd dan zijn decor.

Dan verstrakt zijn blik. Aan zijn houding zie je dat er iets gebeurt, in zijn oor, in Nederland. Snel knippert hij zijn ogen vochtig, haalt een diepe teug adem, en begint.

‘New York, de gedroomde stad’ van Erik Mouthaan is verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam

Meer over