Komedie

Amazones

Halfbakken bijstandsmoeders

In de Griekse mythologie waren de Amazones een volk bestaande uit krijgshaftige vrouwen. Mannen tolereerden zij in hun samenleving niet; om de stam in stand te houden, leefden de Amazones twee maanden per jaar samen met een buurvolk.

In de gelijknamige film van Esmé Lammers zijn de amazones drie blijmoedige bijstandmoeders uit Breda-Noord die zich op sleeptouw laten nemen door een kleptomane kakmadam.

Als zij getuige zijn van een overval op het plaatselijke benzinestation, komen de vier tot het inzicht dat een bankroof weleens de oplossing zou kunnen zijn voor al hun problemen. Zij kijken goed naar de reconstructies in Opsporing verzocht; de brutaalste van het stel regelt een tas vol wapens.

De overval slaagt, maar het valt vervolgens niet mee de draad van het gewone leven weer op te pakken, de kinderen weer naar school te brengen en uit handen van de politie te blijven. Bijkomend probleem: de inspecteur die het onderzoek leidt (Theo Maassen) valt op het schoolplein als een blok voor een van de vier Bredase achternichtjes van Thelma and Louise.

Als het aan scenarioschrijfster Barbara Jurgens had gelegen was Amazones een film over eenzaamheid en isolement geworden; regisseuse Esmé Lammers (Lang leve de koningin, Tom en Thomas) besliste anders. Zij had een lichte, emotionele, romantische feel good-film voor ogen, over vier vrouwen die hun moment van glorie beleven.

Het resultaat is een schizofrene film. Soms lichtvoetig, dan weer sociaal bewogen. Soms pure camp, dan plotseling, helemaal uit het niets, bikkelhard - als een overval op de lokale supermarkt danig uit de hand loopt. Het tweeslachtige karakter van Amazones wordt versterkt doordat Lammers de actiescènes (of wat daar voor door moet gaan) niet zelf opnam; daarvoor huurde zij haar partner Dick Maas in.

De film is om onduidelijke redenen in Breda-Noord gesitueerd. De acteurs praten met een zachte g en ze slikken - zo goed en zo kwaad als het gaat - de d en de t in. 'Fuckeduck, die gas die ken ik!'

Dit halfbakken accent is het enige dat de acteurs bindt. Georgina Verbaan, als de aan drugs verslaafde, grof gebekte, alleenstaande moeder Reneetje, gooit alle remmen los; Susan Visser (alleenstaande moeder Lot) en Monic Hendrickx (de met een werkloze Egyptenaar getrouwde Sam) zijn juist ingetogen. De enige die er in slaagt beide werelden met elkaar te verbinden, is Monique van de Ven (Kers).

Zij weet wel sympathie te wekken voor haar personage, hoewel de koelkast van Kers helemaal niet leeg is en ze ook niet in oude lompen loopt. Kers heeft een probleem omdat ze na de dood van haar man op veel te grote voet is blijven leven. Een baantje als onderwijzeres biedt geen soelaas; het levert wel de vermakelijkste scènes op, als zij de schuinsmarcherende hoofdmeester (een prettig-schmierende Pierre Bokma) van haar lijf probeert te houden.

Het zijn lichtpuntjes in een aaneenschakeling van clichés. Zo wordt de buit van biljetten blij in de lucht gegooid en maken de gelegenheidsdieven gekleed in ondergoed een vreugdedansje op het metersbrede bed van de duurste suite van een tophotel. Dat soort beelden is overbekend. Uit veel betere films dan Amazones.


Meer over