Altijd winter, nooit kerst

Net als zijn vriend J.R.R. Tolkien schiep de Britse schrijver C.S. Lewis (1898-1963) een fantasiewereld waarin Goed en Kwaad een verbeten strijd aangaan....

Op een dag in 1940 kreeg de redactie van het Engelse weekblad TheGuardian een verontwaardigde brief van een predikant. Hij wilde zijnabonnement opzeggen omdat hij onaangenaam getroffen was door een rubriekin het blad, die instructies bevatte van een duivel aan een van zijnleerlingen. De brave man had helemaal niet door dat deze serie, waarin hetonderscheid tussen hemel en hel op zijn kop werd gezet, nu juist een spitsessay was over het onderscheid tussen Goed en Kwaad.

De schrijver van deze diabolische adviezen was een 42-jarigeliteratuurwetenschapper van Ierse afkomst, die Engels doceerde aan deuniversiteit van Oxford. Zijn naam was Clive Staples Lewis, maar zijnvrienden noemden hem Jack. The Screwtape Letters - dat was de titelwaaronder de verzamelde brieven in 1942 verschenen - bracht hem grotebekendheid, evenals de voordrachten over het geloof en het christendom diehij in de oorlogsjaren hield voor de BBC-radio. Uiteindelijk werd hijwereldberoemd, maar dat was niet te danken aan zijn wetenschappelijk werk,noch aan zijn essays of zijn romans voor volwassenen, maar aan de zevenkinderboeken over het land Narnia die hij tussen 1950 en 1956 schreef.

Er moeten er miljoenen van verkocht zijn, en dat gaat nog veel meerworden nu Disney een begin heeft gemaakt met een verfilming van de reeks.De eerste aflevering, voluit geheten The Chronicles of Narnia: the Lion,the Witch and the Wardrobe, ging op 7 december in première in de VerenigdeStaten en is vanaf 21 december te zien in de Nederlandse bioscopen.

Het is niet waarschijnlijk dat hier zo'n wereldwijde gekte op zal volgenals we kennen van Harry Potter, maar dat Narnia nooit meer hetzelfde zalzijn staat wel vast. Alleen al de hoeveelheid uitgaven waarmee eenvoorschot op de film wordt genomen is nauwelijks te overzien: behalve hetonvermijdelijke computerspel zijn er vele nieuwe edities van deNarnia-boeken, waaronder een luxe koffietafelboek van een kilo of twee metgoud op snee en opbergdoos. Kassa! En dan zijn er nog de kleur- enprentenboeken, de reisgidsen, de beschrijvingen van flora en fauna, alsookboeken met een wat serieuzer invalshoek, zoals de Lewis-biografieën en deliteraire dan wel theologische exegeses.

Een recente uitgave die in beide laatstgenoemde categorieën thuishoortis The Narnian van de Amerikaanse literatuurprofessor Alan Jacobs. De titelzal wel bedacht zijn door de uitgever, want Lewis mag dan wel de schepperzijn van Narnia, het is niet erg waarschijnlijk dat hij zichzelf alsinwoner van het land beschouwde. De ondertitel, The Life and Imaginationof C.S. Lewis, dekt de lading veel beter: Jacobs bedrijft hier een genredat aangeduid kan worden als 'spirituele biografie'. Voorop staat deontwikkeling van Lewis' gedachtegoed, de levensbeschrijving staat in dienstdaarvan.

Lewis' leven is voor een groot deel glad en kalm verlopen, maar werdgetekend door een handvol indringende gebeurtenissen. De meestdoorslaggevende daarvan was niet de dood van zijn moeder toen hij negenwas, en evenmin zijn kortstondige deelname aan de loopgravenoorlog in 1918,die hij dankzij een verwonding overleefde. Wonderlijker was zijn ruimdertigjarige concubinaat met Mrs. Janie Moore, die hij aanduidde als zijn'moeder', maar in feite de moeder was van zijn gesneuvelde strijdmakkerPaddy Moore. Lewis was daarover zo terughoudend dat alle biografen op ditpunt in het duister tasten. Over die andere, minstens zo fundamenteleervaring, die zijn leven en werk ingrijpend beïnvloedde, nam hijdaarentegen geen blad voor de mond. Het was zijn bekering tot hetchristendom.

Lewis was weliswaar netjes anglicaans-protestant opgevoed, maar viel inde loop van zijn tienertijd van zijn geloof en beschouwde zichzelf alsagnost. Toch bleef er een besef van leegte aan hem knagen, zoals hij nadienbeschrijft in het verslag van zijn lange innerlijke zoektocht, Surprisedby Joy. Toen hij uiteindelijk, op een avond in het voorjaar van 1929, tothet geloof kwam, was het 'als een verloren zoon die worstelend entegenstribbelend naar binnen wordt gebracht, om zich heen blikkend, op zoeknaar een kans om te ontsnappen'.

Dat Lewis het geloof uiterst serieus nam, lijdt geen twijfel, maar hijsloot zich niet aan bij een kerkelijke richting: wat voor hem centraalstond was het gemeenschappelijk gedachtegoed dat alle gezindten zou moetenverbinden, Mere Christianity, zoals de titel van een van zijn boeken luidt.

Zijn geloof was misschien niet van het soort dat bergen verzet, maar hetwas wel van een grote standvastigheid - ook toen hij in 1960 zijnechtgenote Joy Davidman aan kanker verloor, nog geen vier jaar na hunhuwelijk. Lewis voelde zich weliswaar door God in de steek gelaten, maarschreef in het dagboek dat hij in die tijd bijhield en dat latergepubliceerd werd als A Grief Observed: 'Niet dat ik veel gevaar loop mijngeloof in God te verliezen. Het echte gevaar is dat ik zulkeverschrikkelijke dingen over Hem ga denken.' Deze laatste episode uitLewis' leven (hij overleed in 1963) ligt ten grondslag aan de filmShadowlands van David Attenborough uit 1993, die ondanks de schitterendehoofdrol van Anthony Hopkins volgens Lewis-kenners op te veel punten eenloopje met de werkelijkheid neemt.

Lewis' bekering luidde tevens zijn geboorte als schrijver in. In 1932schreef hij in twee weken tijd The Pilgrim's Regress, een allegorischverhaal naar analogie van John Bunyans The Pilgrim's Progress. In de jarennadien schreef hij in totaal zo'n 35 boeken, wat neerkomt op ruim een boekper jaar. Maar niet zozeer de hoeveelheid is opmerkelijk als wel devariëteit.

Naast verscheidene non-fictieboeken met een filosofische oftheologische inslag schreef hij enkele standaardwerken op zijn vakgebied,waaronder de meesterlijke studie over de hoofse liefdespoëzie van deMiddeleeuwen, The Allegory of Love, die nog steeds gebruikt wordt. Maarzijn fictie is nog veelzijdiger; The Screwtape Letters is maar éénvoorbeeld.

Tussen 1938 en 1946 schreef hij een reeks van driesciencefiction-romans, waarin andermaal de thematiek van de hemelse enhelse krachten opduikt. In zijn roman Till We Have Faces vertelt hij demythe van Cupido en Psyche opnieuw, en The Great Divorce is een soortrepliek op The Marriage of Heaven and Hell van William Blake.

Dat Lewis een omnivoor lezer was zal duidelijk zijn, maar daarenbovenwas zijn kennis van de literatuur immens - al ging zijn belangstellingoverduidelijk meer uit naar schrijvers uit oudheid, Middeleeuwen enRenaissance dan naar de moderne tijd. Jacobs wijst terecht op zijn vermogenom zich stijlen eigen te maken, en onbekommerd, bijna onbewust elementenuit de klassieke werken opnieuw te gebruiken. In de Narnia-boeken, met hunbonte bevolking van centauren, fauns, reuzen, heksen en weerwolven, is datduidelijk te zien. In het eerste boek voert Lewis daarnaast zelfs dekerstman ten tonele.

Deze mix van motieven kwam Lewis op gepeperde kritiek van een van zijnbeste vrienden te staan. Die vriend was zijn Oxfordse collega professorJ.R.R. Tolkien, die wij allen kennen van zijn befaamde The Lord of theRings. Lewis en hij maakten deel uit van een vriendenclub, die bekend stondals The Inklings en waarvan de leden elkaar tijdens de wekelijksebijeenkomsten voorlazen uit eigen werk onder het genot van pullen bier enpijpen tabak.

Lewis' biografen hebben het vermoeden dat hier een soort jalousie demétier meespeelde. Voor Tolkien, die al een jaar of tien aan zijn magnumopus zat te vijlen, moet het een tamelijk ontluisterende ervaring geweestzijn om te zien hoe Lewis jaar in jaar uit een boek uit zijn mouw schudde.

Niettemin had Tolkien wel enigszins gelijk: Lewis' fantasy-wereld wasbij lange na niet zo consistent en doortimmerd als zijn eigen Middle-Earth,en dat geldt zeker voor het eerste boek in de reeks. Hoewel het plan om eenkinderboek te schrijven Lewis allang bezighield, liet hij zich, eenmaal aanhet werk gegaan, leiden door zijn intuïtie.

Net als de boeken van Edith Nesbit, die Lewis in zijn jeugd had gelezen,voert het eerste Narnia-boek een viertal kinderen ten tonele. Via deachterwand van een kleerkast belanden ze in het land Narnia. Sinds desf-serie Star Trek is dit een alledaags verschijnsel, dat 'warpen' heet,maar een halve eeuw geleden was zoiets nog bij uitstek een zaak vantoverkracht. Magisch is Narnia zeker: niet alleen lopen er mythische wezensen pratende dieren rond, het land zucht ook onder het juk van de WitteHeks, die heeft gemaakt dat het er altijd winter is, maar nooit Kerstmis.

Pas na geruime tijd wordt er voor het eerst melding gemaakt van Aslan,de leeuw uit de titel, die Narnia zal bevrijden van de betovering. Lewis,die er allereerst op uit was om het soort boek te schrijven dat hij zelfgraag las, was achteraf zelf wat verbaasd over de entree van Aslan: 'Maartoen Hij er eenmaal was trok Hij de draden van het verhaal bij elkaar entrok al gauw de zes andere Narnia-verhalen achter Zich aan.'

Dat Lewis hier hoofdletters gebruikt is veelzeggend. In de boeken zelfdoet hij dat niet, maar voor de goede verstaander zijn er tal vanaanknopingspunten. Zo wordt Aslan van meet af aan beschreven als 'de zoonvan de Grote Keizer Overzee'. Later in het verhaal sterft hij op deoffertafel van de heks, maar staat weer op uit de dood. In een volgend boekverklapt hij aan een van de kinderen dat ze hem ook in haar eigen wereldzal zien, 'alleen onder een andere naam'.

De boodschap is duidelijk: Aslan is de Verlosser, en niet alleen vanNarnia. Voor sommigen is dat een reden om de boeken te verafschuwen, vooranderen om ze al te innig te omarmen, alsof het om een kinderbijbel infantasy-gedaante gaat. Die neiging is althans te bespeuren in Het lam enhet land van de leeuw, een aardige Nederlands essayverzameling vanchristelijke signatuur, gebundeld door Henk P. Medema.

Naast een minder leesbare bijdrage, waarin zinsnedes van Lewis wordengespiegeld aan Openb. 22:3-5, 1Kor. 15:28 en Rom. 8:21, bevat het boek veelbehartigenswaardigs. Het maakt onder meer duidelijk dat er zowel bij Lewisen Tolkien als bij de door relifundamentalisten voor satanisch uitgekretenHarry Potter sprake is van eigentijdse mythes met een ethische strekking.

Maar boeken als die van Jacobs en Medema moet je natuurlijk pasachteraf lezen. Want de tijdloze bekoring van Lewis' verhalen schuiltallereerst in het avontuur, en de manier waarop het verteld wordt. Wat datbetreft is de eerste episode nog maar een vingeroefening: in de loop vande reeks voert hij zijn personages mee op een Odyssee, laat ze afdalen inde onderwereld, en besluit het laatste deel zelfs met een Narniaansevariant van de Apocalyps. Dat wordt over zes jaar nog een hele dobber voorDisney.

Meer over