ALTIJD RISKANT

Shakespeare en film zijn als water en vuur. Zijn theatrale verzen nodigen uit tot spel dat niet strookt met het realisme van film....

Wie een klassiek boek of toneelstuk verfilmt, kan maar beter zo snelmogelijk van de bron afwijken. Zolang de bewerking het origineel trouwvolgt, zal iedereen die ermee bekend is alleen naar de verschillen zoeken.Pas als er iets nieuws en onverwachts gebeurt, kan het verhaal dat in defilm wordt verteld de overhand krijgen.

Michael Radford start zijn versie van William Shakespeares The Merchantof Venice daarom goed: hij opent met een geheel nieuwe scène.

Op de Rialto-brug in Venetië zoeken aan het eind van de 16de eeuwfanatieke christenen ruzie met leden van de kleine joodse minderheid in destad. Een van de joden, de door Al Pacino gespeelde woekeraar Shylock,spreekt zacht de passerende koopman Antonio aan. Het verzoenende gebaarwordt door Antonio, een rol van Jeremy Irons, hooghartig genegeerd. Hijspuugt naar Shylock, die vernederd achterblijft en zijn kledingschoonveegt.

Het is een begin waarmee Radford in een keer de antisemitische omgevingvan het toneelstuk van Shakespeare neerzet. Voor de eerste confrontatietussen de mannen is bovendien een goede motivering in het toneelstuk tevinden. Wanneer de twee elkaar bij Shakespeare voor het eerst ontmoeten,en Antonio geld te leen moet vragen aan Shylock, herinnert die hem eraanhoe vaak hij door hem bespuwd werd op het Rialto. Maar terwijl die woordenals tekst niet per se letterlijk hoeven te worden genomen, als eendichterlijke interpretatie van de onderlinge verhoudingen zouden kunnenworden gelezen, wordt het incident in de film echt, goor, lelijk gemaakt.

Een poëtische beschrijving tegenover een fysieke weergave: daar ligtde tegenstelling waarmee alle bewerkingen van de stukken van WilliamShakespeare te maken krijgen. Film is een concreet medium dat allesletterlijk en precies kan tonen, de teksten roepen gebeurtenissen juist opdoor vergelijkingen of literaire verwijzingen. Terwijl het werk van veelandere schrijvers de overgang naar een filmversie heel soepel kan maken,zijn verfilmingen van Shakespeare daarom altijd een riskante onderneming.Een botsing tussen beelden en verzen.

Theatrale verzen bovendien, die acteurs ertoe uitnodigen op een manierte spelen die heel moeilijk te verenigen is met het realisme dat bij filmhoort.

Laurence Olivier was zich daarvan bewust toen hij zichzelf regisseerdein Henry V uit 1944, Hamlet uit 1948 en Richard III uit 1955, en hij decamera gebruikte in een stijl die tegen de filmconventies inging. Op demeest dramatische momenten, op de hoogtepunten van de grote monologen, zouvrijwel elke regisseur uit zijn tijd voor een close-up van de hoofdpersonenhebben gekozen. Maar Olivier nam juist dan altijd afstand om zichzelf ofeen van de andere acteurs in grote totaalshots te laten zien; alleen zowaren de grote gebaren die bij de woorden horen niet grotesk.

Shakespeare eist, kortom, een eigen regiestijl. Een denkwijze die istoegespitst op zijn werk. Dat geldt zeker ook voor The Merchant of Venice,het meest problematische toneelstuk dat hij naliet.

De lichtvoetige delen van het stuk, waarin de jonge edelman Bassanioprobeert de rijke Portia tot zijn bruid te maken, staan in een te grootcontrast met de duistere sfeer van de scènes waarin Shylock wordtopgevoerd. De centrale rechtbankscène, waarin als mannen vermomde vrouwende boventoon voeren, is bovendien lastig geloofwaardig uit te voeren.

En vooral is het natuurlijk de persoon van Shylock, een spotprent vaneen gierige, genadeloze joodse woekeraar die het hart van zijn schuldenaarAntonio opeist, waardoor The Merchant of Venice zo lastig te verfilmen is.Een paar Britse televisiebewerkingen daargelaten, is de film van Radforddan ook de eerste geluidsfilm die ervan is gemaakt.

De openingsscène op de Rialto-brug laat daarom ook direct zien welkevisie Radford op hem heeft: Shylock is eerst een slachtoffer en pas daarnaeen wraakzuchtig monster. Zijn beroemde monoloog - 'heeft een jood geenogen, geen handen, geen ledematen, geen zintuigen, hartstochten,genegenheden?' - wordt tot de essentie van de film gemaakt - niet hetharteloze vervolg dat hij eraan geeft.

In het scenario zijn veel van de opmerkingen over de duivelse kanten vande jood weggelaten. De mise-en-scène roept een wereld op waarin dekarikaturale kanten die Shakespeares personage ook in deze versie heeft,niet al te zeer uit de toon vallen. Venetië is een verdorven stad, waarde vele prostituees wettelijk verplicht zijn hun borsten ontbloot te laten.De woningen met fresco's van Veronese, de in clair obscur gefilmdeinterieurs en fraaie kostuums, vormen een rijk decor.

Daarmee lijkt Radford de weg in te slaan die zoveelShakespeare-verfilmingen gingen, van Macbeth van Orson Welles uit 1948 totde Hamlet van Grigori Kosintsev uit 1963 en de recente Titus van JulieTaymor uit 1999. Producties waarin de rijkdom van de toneelwerkenaanleiding was voor een regie vol bravoure; waarin groothoeklenzen dewereld vervormden of anachronistische visioenen opdoken, en de taal vanShakespeare ten slotte helemaal ondergeschikt werd gemaakt aan de visueleideeën van de regisseurs.

Maar omdat Radford de dialogen in de barokke omgeving juist zeldzaamkalm en simpel laat uitspreken, ontstaat een contrast dat steeds meer inhet voordeel van de tekst werkt. Uit het duistere, decadente begin van TheMerchant of Venice ontwikkelt zich een overzichtelijke, heldere film,waarin het stuk puur en zorgvuldig wordt behandeld en de acteurs altijdingetogen blijven. Zelfs in close-up, zelfs wanneer Pacino in beeld is, dester die zich recent zo vaak tot overacteren liet verleiden. Het maaktRadfords film tot een opmerkelijke productie; zelden overleefdenShakespeares verzen een confrontatie met het filmbeeld zo ongeschonden.

Meer over