Altijd de tweede viool

BRUSSEL HEEFT 2006 UITGEROEPEN TOT MODEJAAR. OVERMOEDIG, ZEGGEN DE ONTWERPERS. AL BROEIT ER IETS IN DE 'DANSAERT'. DOOR BART DIRKS..

Bart Dirks

De Kalverstraat van Brussel, ofwel de Nieuwstraat (Rue Neuve), is snelgevonden. Maar wie juist niet op zoek is naar de WE, de C & A of H & M,moet de weg kennen: naar de Avenue Louize bijvoorbeeld, waar de Franstaligebourgeoisie winkelt. Naar de hippe Rue Antoine Dansaert, waar menig Vlaamseontwerper is neergestreken. Of naar de Sint-Jacobswijk, die bekend staatals trendy mode- en homobuurt. Stuk voor stuk zijn het eilandjes in de stad- al worden ze wel steeds groter.

'Brussel staat niet bekend als modestad omdat het geen modestad is',provoceert Christophe Coppens, theatermaker, designer en hoedenontwerper.'We hebben zeker onze verdiensten in Brussel. Maar het is heel diffuus enverspreid, veel minder in your face dan in Antwerpen. De charme is dat jeer je best voor moet doen.'

Coppens heeft sinds 2000 een winkel, Le Shop, op de Dansaertstraat, opde hoek met de Léon Lepagestraat, waar ook een reeks modewinkels zit. Ertegenover, aan de Nieuwe Graanmarkt 23, trekt Coppens' ateliernadrukkelijk de aandacht. Elke donderdag- en vrijdagmiddag is er 'openatelier' van twee tot vijf.

'Ook heb ik daar in november een nieuwe winkel geopend, These are a fewof my favorite things', vertelt Coppens. 'Het zijn items die ik leuk,bizar, uniek, boeiend, fascinerend of inspirerend vind.' Kleding, boeken,rariteiten, rare gadgets - ze hebben er allemaal een plaats.

Antwerpen mag dan het enige echte modehart van België zijn, Coppensvoelt zich thuis in Brussel. 'Het is de enige echte stad die België heeft,het heeft dezelfde vibes als Parijs. De andere Belgische steden, Antwerpenincluis, zijn toch eerder grote dorpen.'

Annemie Verbeke, ontwerper van dameskleding, had vooral een praktischereden om zeven jaar geleden haar eerste winkel in Brussel te openen, ookaan de 'Dansaert'. 'Ik woonde er al en had er mijn atelier. Als je eenwinkel opent, moet je kort op de bal zitten.' Sinds drie jaar zit ze ookin de Scheldestad.

'Antwerpen heeft op het gebied van mode de langste traditie. HunModeacademie is twintig jaar ouder dan La Cambre in Brussel.' Er is eenverschil in pedagogie, weet Verbeke uit ervaring. 'Antwerpen legt een enormzware discipline op. In Brussel is het ook hard werken, maar is er meerruimte voor persoonlijke ontwikkeling.'

De mode-eilandjes in Brussel laten zich ook verklaren door de vele(sub)culturen in de stad. De Franstalige bourgeoisie gaat traditioneelnaar de Avenue Louise (Louizalaan) en de nabijgelegen Waterloolaan (Avenuede Waterloo). Naast Max Mara en Cacharel, Gucci, Chanel en Christian Dior,zit hier ontwerper Edouard Vermeulen die voor het huis Nathan dat deBelgische, Deense en Nederlandse prinsessen.

Pas sinds kort weet dat Franstalige publiek ook de AntoineDansaertstraat te vinden, merkt Annemie Verbeke. 'Dat is de bourgeoisie diegeld heeft. In de Dansaert-buurt zitten de Vlaamse schrijvers, architectenen zangers. Die hebben zeker affiniteit met mode, maar lang niet altijd hetgeld.'

Om het versnipperde en soms onbekende aanbod beter te promoten, heeftBrussel 2006 uitgeroepen tot modejaar. 'Overmoedig', oordeelt Coppens. 'Hoezeg ik dit subtiel zonder mensen voor het hoofd te stoten? De ontwerpersweten het alleen maar uit de krant dat dit het modejaar is. Officieelhebben we niets gehoord.'

Annemie Verbeke noemt het modejaar 'belangrijk'. 'Maar dan moeten ernog wel snel initiatieven komen die interessant zijn. Anders is het alleenveel lucht en wind, en is de kans verspeeld om Brussel echt als modestadop de kaart te zetten.'

Meer over