interviewDe klas van 2005

‘Als we Priemgeval spelen, mogen we weer even kind zijn’

Het afstudeerproject van de Maastrichtse toneellichting uit 2005 was een daverend succes. Priemgeval ging meerdere keren in reprise, ook komende week weer. Maar de acteurs hebben nog grotere plannen met de voorstelling.

Priemgeval in 2005. Beeld Rob Wolvenne
Priemgeval in 2005.Beeld Rob Wolvenne

Het begon met een berichtje in de klassengroepsapp, vertelt actrice Eline ten Camp (39). Het waren de hoogtijdagen van de lockdown, iedereen zat thuis. ‘Ik wilde gewoon weer even contact.’ Dus stuurde ze een oud filmpje uit 2016 van een dolenthousiast applaus in Oostende, nadat ze daar met haar voormalige klas van de Toneelacademie Maastricht de voorstelling Priemgeval had gespeeld. ‘Ik zou ervoor tekenen, als ik weer mocht’, schreef ze erbij.

Toen de rest van haar oude klas dat filmpje zag, begon het bij iedereen weer te kriebelen. Alle acht spelers koesteren namelijk speciale gevoelens voor Priemgeval.

11-jarigen

De voorstelling is het bijzondere, gezamenlijke afstudeerproject van de Maastrichtse toneellichting uit 2005, waartoe Ten Camp behoort. Met de hulp van regisseur Floor Huygen maakte deze klas een voorstelling met het thema groei als uitgangspunt. In de grotendeels woordenloze scènes speelden de acht acteurs, die toen begin twintig waren, 11-jarigen. Kinderen speelden ze, in volwassen lichamen – waarmee ze precies het dubbele, ongemakkelijke gevoel uitbeeldden waarmee 11-jarigen te maken krijgen. Rillend stonden ze op het toneel, in te krappe zwembroeken en badpakken naast een zwembad en even later onwennig schuifelend met een klasgenoot op een klassenfeestje.

Het werd een daverend succes. Priemgeval kreeg jubelende recensies, ging op tournee, stond op vele internationale festivals en ging meerdere malen in reprise: in 2008 op Oerol, in 2012 in Londen, Bath en Kopenhagen, nog een keer in 2016, en, jawel, nu weer. Komende week gaat de voorstelling in reprise, met een kleine tournee door het land.

Maar niet alleen dat. Als het aan de spelers ligt, spelen ze de voorstelling van nu af aan elke vijf jaar opnieuw, tot ze 80 zijn. Dat gaat hoe dan ook lukken, volgens acteur Joris Smit (39), Priemgeval ligt de groep na aan het hart. ‘Wij worden allemaal ouder, maar de voorstelling blijft hetzelfde. Als we Priemgeval spelen, mogen we weer even kind zijn. Op deze manier kunnen we de tijd even terugdraaien en stilzetten.’

‘Dat is precies waar onze voorstelling over gaat’, voegt actrice Sophie van Winden (37) toe. ‘Dat gevoel willen we ook overbrengen op het publiek. Wij laten die speelse energie zien die we hadden toen we 11 waren. Het publiek denkt daardoor hopelijk: o ja, die energie zit ook nog steeds in ons, ergens, ook al gaan we iedere dag naar ons werk.’

Door elke vijf jaar opnieuw te spelen hopen de spelers te laten zien dat dat terugverlangen naar de kindertijd iets van alle leeftijden is. Acteur Fabian Jansen (37): ‘Het verschil tussen ons als volwassenen en als 11-jarigen wordt natuurlijk steeds groter. Het gaat over groei, maar op deze manier ook steeds meer over vergankelijkheid. Je ziet de aftakeling van die lijven. Dat is ook mooi, die andere kant.’

Van Winden: ‘Nou, aftakeling? Ik zit nog in de ontkenning, hoor. Ik ben nu trouwens fitter dan toen ik afstudeerde.’

De acteurs van de voorstelling Priemgeval als 11-jarige en in 2021. Van links naar rechts: Joris Smit, Eline ten Camp, Fabian Jansen, Jeroen de Man, Wanda Eyckerman, Roel Swanenberg, Sophie van Winden en An Hackselmans Beeld
De acteurs van de voorstelling Priemgeval als 11-jarige en in 2021. Van links naar rechts: Joris Smit, Eline ten Camp, Fabian Jansen, Jeroen de Man, Wanda Eyckerman, Roel Swanenberg, Sophie van Winden en An Hackselmans

The Beatles

De emotionele reactie die mensen ervaren als ze terugdenken aan hun jeugd is universeel; het is een van de voornaamste succesfactoren van Priemgeval. Smit memoreert graag een avond in Linz, Oostenrijk. ‘Dat was een van de meest magische speelbeurten.’ De groep speelde er op een jeugdtheaterfestival. ‘In de zaal zaten mensen van een Afrikaans toneelgezelschap, Finnen, Japanners en ook nog een paar Oostenrijkers. Bij het applaus gingen de Afrikanen dansen en de Japanners huilen. Na afloop kwamen ze allemaal naar ons toe en wezen ze naar hun hart. De taal begrepen ze niet helemaal, maar de beelden en emoties des te beter. Oké, dachten we toen, we hebben iets universeels gemaakt.’

Jansen: ‘En een keer in Utrecht: we traden op in de schouwburg en het was alsof The Beatles hadden gespeeld, toen wij klaar waren. Het bleef maar gaan, het geschreeuw en applaus.’

Smit: ‘Verder vinden we onszelf echt niet zo goed hoor, haha.’

Een veelgehoorde reactie op de voorstelling is dat toeschouwers moeten huilen. ‘Ja, daar zijn we tegenwoordig ook niet meer zo bescheiden over’, zegt Jansen lachend. Volgens hem zit dat ’m in de opbouw. Eerst zie je 11-jarigen allemaal ongemakkelijk 11-jarigendingen doen: de eerste sigaret, heimelijk verliefd zijn, elkaar pesten, gillen, stoeien en heel veel rennen. En aan het eind zie je diezelfde personages als volwassenen. Je ziet hoe ze zich staande proberen te houden. Maar eigenlijk zijn het diezelfde kinderen. En in no time brokkelen de aangeleerde maniertjes af en zie je ze weer gillend achter elkaar aan rennen, zoals vroeger bij het zwembad. Jansen: ‘Als dat einde komt, krijg ik ook altijd weer kippenvel.’

Rineke Dijkstra

Priemgeval was er niet geweest zonder de in 2016 overleden Floor Huygen, die van 2005 tot 2012 regisseur en artistiek leider was van jeugdtheatergroep Artemis. Huygen gaf ook les op de Toneelacademie in Maastricht, waaronder aan deze klas, die naast de vier geïnterviewde acteurs bestaat uit Jeroen De Man, Roel Swanenberg, An Hackselmans en Wanda Eyckerman.

Een belangrijk onderdeel van haar lessen was improvisatie: iets wat deze klas goed ligt, al zeggen ze het zelf. Op een dag, herinnert Ten Camp zich, zei Huygen dat iedereen de volgende les zijn badpak of zwembroek moest meenemen. Toen ze op school kwamen, had Huygen een fotoboek van Rineke Dijkstra meegenomen. Als inspiratie voor een improvisatie liet ze de bekende serie Strandportretten zien, waarin Dijkstra pubers in zwemkleding voor de camera liet poseren.

‘Het was heel bijzonder om fysiek met die foto’s bezig te zijn’, zegt Smit. ‘Floor vroeg ons om zo’n pose uit te beelden. Die moesten we dan wel een kwartier volhouden en van daaruit mochten we gaan improviseren. Eerst gingen we heel voorzichtig wat dingen zeggen. Floor ging je ook vragen stellen. Wie ben je? Wat doe je hier?’

Jansen: ‘Ze waren zo herkenbaar, die foto’s. Ik weet nog dat ik 11 was, in groep 8. Mijn vriend was 1 meter 80 en ik veel kleiner. Maar hij speelde wel gewoon onze kinderlijke spelletjes mee. We hadden ook een meisje in de klas en zij was al helemaal af, snap je? Maar daar waren we allemaal nog helemaal niet mee bezig. Je weet dan nog niet wat je met zo’n lijf kan.’

Priemgeval in 2005 Beeld Rob Wolvenne
Priemgeval in 2005Beeld Rob Wolvenne

Na de les vroeg Huygen aan de klas of die bij Artemis een voorstelling wilde maken. Dat werd Priemgeval. Tijdens het repetitieproces bekeken de acteurs jeugdfoto’s van zichzelf, en daarin zagen ze hetzelfde als op de foto’s van Dijkstra: de onzekerheid, de angst, de blik in de ogen die zegt ‘wie ben ik?’ Die jeugdfoto’s gebruiken ze nu als promotiemateriaal.

Van Winden: ‘Die foto’s gaven mij een goede spelingang. Op die van mij zie je mij ongelofelijk kwaad kijken. Dat was ik normaal niet, maar op de ochtend dat die is genomen gingen we naar het strand. Dat wilde ik absoluut niet, want ik was toen net voor het eerst ongesteld geworden. Die boosheid heb ik goed kunnen gebruiken voor mijn personage.’

Doorspelen

Vanaf nu willen ze Priemgeval iedere vijf jaar spelen, ongeacht of mensen gaan emigreren, zich laten omscholen of ziek worden. Zo verknocht zijn ze aan dit project. En als een van hen komt te overlijden?

Smit: ‘Tja, dat is vreselijk. Dan houdt het misschien wel op.’

Ten Camp: ‘Ik zie ook wel een toekomstige vergadering voor me, waarin we zeggen: jongens, we kunnen het niet meer waarmaken. Moet ik straks weer die waterschoentjes aantrekken? Wat nou als ik uitglijd en mijn heup breek?’

Jansen: ‘Nee, die breekbaarheid is juist mooi.’

Ten Camp: ‘Maar op gegeven moment moet je zeggen: het kan niet meer.’

Jansen: ‘Deze discussie hebben we zes jaar geleden ook al gehad. De uitkomst was toen: laten we het nog één keer doen. En hier zitten we weer.’

Smit: ‘De voorstelling wint aan lading en kracht als we haar spelen als we ouder zijn. Die ontroering, die willen we geven aan de mensen.’

Priemgeval, door Theater Artemis en Het Nationale Theater. Eindregie Arie de Mol, coaching Floor Huygen.

Van 25/8 t/m 14/9 in Amsterdam, Den Haag, Leeuwarden en Rotterdam.

Portret door de jaren heen

Ook filmmakers zijn in Priemgeval geïnteresseerd geweest. Acteur Joris Smit weet nog dat Frans Weisz wel tien keer kwam kijken. ‘Hij wilde er een film van maken. Nooit meer wat van gehoord.’ Nu hebben de acteurs het idee opgevat om een documentaire te maken. Daarin wordt de groep gevolgd terwijl ze telkens vijf jaar ouder zijn. De bedoeling is dat er een portret ontstaat door de jaren heen, zoals in de docureeks Seven Up! van de BBC. Fabian Jansen: ‘We moeten wel een heel jonge documentairemaker vinden, hij of zij moet ons overleven.’ De acteurs zijn nog op zoek naar die documentairemaker.

Meer over