Analyse

Als verliefdheid een waan wordt: Harry Sacksioni schreef over de vrouw die hem jarenlang stalkte

null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Vrouwen (en minder vaak mannen) die in de waan leven dat hun obsessieve verliefdheid wederzijds is: het syndroom van Clérambault is een dankbaar onderwerp voor schrijvers van fictie, ziet psycholoog Douwe Draaisma. Het nieuwe boek van gitarist Harry Sacksioni laat de realiteit zien, in een beklemmend hoofdstuk over de vrouw die hem jarenlang stalkte.

In het supplement voor de Kerst van 1936 trakteerde Paris Soir de lezers op een verhaal van Georges Simenon. In het chique Neuilly bij Parijs onderzoekt commissaris Maigret de zaak van een dienstmeisje dat is overleden ten huize van dr. Barion, een medisch specialist. Obductie wees uit dat er minuscule naalden verstopt zaten in het gebak dat zij had gegeten. De dokter biecht op dat ze zijn minnares is geweest, maar ontkent dat hij iets met het dodelijke gebak te maken heeft. Sterker nog, dat gebak was eigenlijk voor zijn kinderen bestemd, het was bij toeval op het bord van het dienstmeisje terechtgekomen.

Er komt een tweede geheim in het leven van de dokter naar boven. Naast hem woont juffrouw Laurence Wilfur, een 38-jarige Engelse vrouw. Hij is een paar keer wegens vage klachten bij haar geroepen. Tot zijn verbazing wist ze van alles over hem. Bij het beluisteren van haar borstkas, stethoscoop in de oren, had ze plotseling zijn gezicht gepakt en een kus op zijn lippen gedrukt. Later stuurde ze hem een brief, gericht aan ‘Mijn liefje’, waaruit bleek dat ze ervan overtuigd was dat ze een liefdesrelatie hadden.

Maigret weet te achterhalen hoe deze vrouw – zonder enige gratie, met grote voeten, een mannelijke uitstraling (Simenon had het niet zo op Engelse vrouwen) – erin is geslaagd de naalden in het gebak te krijgen dat later bij de dokter bezorgd zou worden. Bij haar arrestatie beweert ze dat zij al een tijdlang de minnares van de dokter is, ze zou zelfs zwanger van hem zijn. Na medisch onderzoek blijkt ze nog maagd. Ze wordt veroordeeld tot een levenslang verblijf in een psychiatrische inrichting.

Syndroom

De stoornis waaraan dit personage leed, staat bekend als het syndroom van Clérambault. De naamgever is de Parijse psychiater Gaëtan Gatian de Clérambault (1872-1934). Hij heeft in de jaren twintig een reeks gevalsstudies beschreven over vrouwen die stuk voor stuk in de waan verkeerden dat een man zijn hart aan hen had verloren. De mannen zelf ontkenden dat, maar daar waren volgens de patiënten altijd wel verklaringen voor: zijn vrouw liet het niet toe, hij was te verlegen, haar pogingen tot contact drongen niet tot hem door. Gaandeweg werden de avances opdringeriger en uiteindelijk gevaarlijk: na de zoveelste afwijzing werden de vrouwen rancuneus. De naalden-uit-wraak van Simenon hadden een pendant in heel wat reële gevallen van agressie tegen dierbaren van belaagde mannen.

Het waren altijd vrouwen. Als ze al een baan, hadden was het in een nederig beroep: dienstmeid, winkelmeisje. De man daarentegen – in de psychiatrie droogjes ‘het object’ genoemd – had een prominente positie. Hij was rijk of beroemd, behoorde tot de koninklijke familie of had een hoge functie, zoals medisch specialist of rechter. Het begin was plotseling, meestal na persoonlijk contact; de vrouw had een lezing of een concert bijgewoond, een medisch consult gehad, een preek beluisterd. Daarna: coup de foudre, een brandende verliefdheid en de zekerheid dat die wederzijds is. Vervolgens de toenaderingen, met een vindingrijkheid en hardnekkigheid die beangstigend is voor het slachtoffer. En de aandoening is chronisch: een van Clérambaults patiënten was op haar 17de in de kerk verliefd geworden op een jonge priester. Nadat ze talloze keren was gearresteerd wegens verstoring van zijn diensten, nam ze als dienstbode alleen nog werk aan in huishoudens met een telefoon. Al bellend bleef ze hem belagen. Ze was inmiddels 54 jaar.

In de psychiatrie van de jaren dertig, waar uit Simenon putte, stond het syndroom van Clérambault ook wel bekend als het ‘ouwe-vrijstersyndroom’. Dat is het allang niet meer: de patiënt is niet altijd oud of alleenstaand en de waan is ook niet meer onveranderlijk een heteroseksuele relatie. Een veel recenter literair personage met het syndroom van Clérambault treedt op in Ziek van liefde (Enduring Love, 1998) van Ian McEwan. Jed Parry, een werkloze godsdienstfanaat, wordt verliefd op de wetenschapsjournalist Joe Rose. De stalker (want daar draait het op uit) is homo, het slachtoffer niet.

Levensvervulling

Inmiddels zijn allerlei combinaties van geslachten en seksuele voorkeuren beschreven. Wat gebleven is, is de oververtegenwoordiging van vrouwen, zo’n vier om één, met de aantekening dat mannelijke patiënten een grotere kans lopen niet in een psychiatrisch maar in een justitieel dossier terecht te komen. Onveranderd is ook het grote statusverschil tussen patiënt en slachtoffer, het abrupte begin, de overtuiging dat de ander is begonnen met avances en het vermogen van de patiënt in het doen en laten van het slachtoffer ‘tekens’ te zien van diens heimelijke liefde voor hem of haar. Tijdloos is de ‘trouw’ van de patiënt: zelfs na eindeloos lang vergeefs belagen wordt het slachtoffer niet ingewisseld voor een ander. De waan heeft een onwaarschijnlijk lange duur, vaak letterlijk tot aan de dood. Als het slachtoffer eerder overlijdt, is er bij de patiënt gevaar voor suïcide, opnieuw een teken van hoezeer de waan een levensvervulling is.

null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

In de psychiatrische handleiding DSM-5 staat de waan gerubriceerd als ‘erotomanie’, een subtype van de grootheidswanen. Als de waan deel uitmaakt van stoornissen die goed reageren op medicatie, zoals bij depressie of een bipolaire stoornis soms gebeurt, kan de waan verdwijnen. Maar een waan die op zichzelf staat, is nagenoeg onbehandelbaar. Dat is tegelijk het raadselachtige: hoe kan iemand aan wie verder niets afwijkends te zien is, er deze ene curieuze waan op nahouden?

Psychiatrische gevalsstudies nemen meestal het perspectief van de patiënt. Wat de waan aanricht bij het slachtoffer, is te lezen in romans als die van McEwan en te zien in een film als À la folie… pas du tout (2002). De Vlaamse seksuoloog en therapeut Wilfried Van Craen analyseerde in zijn boek Gek van liefde (2010) een hele serie liefdeswanen, uit zowel de letteren als de psychiatrische praktijk. Anders dan bij aandoeningen als tourette, parkinson, asperger en (beginnende) alzheimer zijn er bij het syndroom van Clérambault geen patiënten die van binnenuit verslag doen van wat het betekent om aan deze waan te lijden. Het is een stoornis zonder woordvoerders.

null Beeld Van Halewyck
Beeld Van Halewyck

Gestalkt

Voor de slachtoffers ligt dat anders. Harry Sacksioni (70) blikt in zijn net verschenen Dat kunnen ze allemáál wel zeggen… terug op zijn vijftigjarige loopbaan als gitarist. Aan het eind staat een lang en beklemmend hoofdstuk over de tijd dat hij werd gestalkt door een jonge vrouw. In zijn relaas zitten veel elementen die Clérambault een eeuw eerder als karakteristieken had opgesomd.

In 1974 speelt Sacksioni in Carré in het programma van Herman van Veen. Na afloop komt een meisje naar het podium om hem bloemen aan te bieden. Hij bedankt haar. De volgende dag is hij in een gitaarwinkel in Utrecht en staat opeens datzelfde meisje naast hem. Ze maken een praatje (‘Nou, dat is ook toevallig!’) en zeggen elkaar weer gedag. ’s Avonds zitten hij en zijn vriendin naar een documentaire over Bob Dylan te kijken als de bel gaat: het meisje. Hij laat haar weten dat het niet de bedoeling is dat ze zomaar naar zijn huis komt. Als ze iets van hem wil, moet ze maar een brief schrijven. Ze blijkt nog maar 14 te zijn en is komen liften. Sacksioni laat haar toch maar even binnen, met het plan haar daarna naar een bushalte te brengen. Zijn vriendin kijkt er vreemd van op. Het meisje blijkt op het gymnasium te zitten en woont zo’n 30 kilometer verderop.

Bij Sacksioni en zijn vriendin gaan de haren recht overeind staan als het meisje zegt: ‘Wat goed hè, dat Bob Dylan jou noemt als de man die de Vietnamoorlog kan stoppen.’ Ze wisselen een blik van verstandhouding. Sacksioni besluit het einde van de documentaire niet af te wachten en haar direct op de bus te zetten. Daarna volgen brieven. Sacksioni schrijft terug dat ze hulp moet zoeken. Al snel gaat het van kwaad tot erger. Ze blijft eindeloos bij zijn huis verschijnen, hij moet haar telkens door de politie laten weghalen. Ze begint optredens te verstoren, belt tientallen keren per dag. ’s Nachts gooit ze steentjes tegen zijn slaapkamerraam en zingt ze liedjes voor hem. Ze wordt een keer opgepakt omdat ze op de snelweg loopt. Tegen de politie zegt ze dat ze onderweg is naar Sacksioni, met wie ze de volgende dag gaat trouwen. Een andere keer breekt ze in en vindt hij haar naakt in bad.

Op een zomerdag in 1997, na al 23 jaar te zijn belaagd, verliest Sacksioni zijn zelfbeheersing. Voor de zoveelste keer komt ze zijn erf oplopen. Hij rent op haar af, sleept haar aan haar haren naar de sloot, gooit haar erin en houdt vanaf de kant haar hoofd onder water. Hij komt pas bij zinnen als zijn vriendin schreeuwt: ‘Je moet haar nu loslaten, anders is ze dood!’ Als ze bovenkomt, veegt ze het kroos uit haar gezicht en zegt: ‘Zie je wel dat je van me houdt…?’

null Beeld Cutaway
Beeld Cutaway

Geschrokken van zichzelf zoekt Sacksioni de publiciteit, in de hoop dat hij wetgeving tegen stalking op de politieke agenda kan krijgen. Met hulp van D66-Kamerlid Boris Dittrich komt er uiteindelijk een Wet Belaging, maar wanen trekken zich niets aan van wetten. Nog vijftien jaar lang blijft ze komen, af en toe onderbroken door vrijheidsstraffen en gedwongen psychiatrische opnamen. Sacksioni vermoedt dat ze wel steeds zwaardere medicatie krijgt: ‘Ze lijkt apathischer geworden. Vaak staat ze daar dan alleen maar te staan en doet haar mond open en dicht zonder dat er geluid uit komt. Haar lippen maken een soort vissenbekbewegingen.’ De belaging komt pas tot een einde als Sacksioni van haar vader een briefje krijgt dat ze op 54-jarige leeftijd is overleden.

Achterdocht

Misschien was het een verkapte zegen voor Sacksioni dat zijn vriendin ook thuis was toen hij haar die eerste avond binnenliet. Nu had ze met eigen ogen gezien dat het meisje niet spoorde. De waan is een grote belasting voor de relatie tussen het slachtoffer en zijn partner. Soms is er achterdocht. Ben je niet net iets te vriendelijk tegen haar geweest? Heb je het in het begin misschien zelfs aangemoedigd? Zo’n vrouw haalt dat toch niet zomaar in haar hoofd?

null Beeld De Harmonie
Beeld De Harmonie

Dit zijn de kieren waarin ook Ian McEwan vakkundig zijn breekijzer zet. Binnen een paar weken staat de relatie tussen Joe Rose en zijn vriendin Clarissa onder grote spanning. Het lukt Joe maar niet om haar duidelijk te maken dat Parry een psychiatrisch patiënt is. Clarissa heeft haar twijfels over het stalken en vindt dat het handschrift van de brieven die Joe van hem krijgt wel erg op dat van hemzelf lijkt. Veel meer heeft McEwan niet nodig om toe te werken naar een gewelddadige afloop.

Dat is wat het leven van literaire personages verbindt met de echte gevallen: de eenzaamheid. Het lukt Joe niet om zijn vriendin mee te krijgen in zijn versie van de realiteit en dat is wederzijds. Ze staan elk alleen. Dat geldt ook voor de relatie tussen patiënt en slachtoffer. De belaagde kan maar niet duidelijk maken dat hij werkelijk niet verliefd is, dat de ander zich vergist. De patiënt is misschien nog het eenzaamst, jaar na jaar levend in een door niemand gedeelde waan. Die geluidloze vissenbek aan de andere kant van het glas, het had een beeld van McEwan kunnen zijn.

Harry Sacksioni: Dat kunnen ze allemáál wel zeggen… Anekdoten & bespiegelingen. Cutaway; 174 pagina’s; € 19,95.

Ian McEwan: Ziek van liefde. Uit het Engels vertaald door Rien Verhoef. De Harmonie, 1998.

Wilfried Van Craen: Gek van liefde – Als liefde een obsessie wordt. Van Halewyck, 2010.

Meer over