tv-recensiearno haijtema

Als slangen kronkelden de IS-strijders langs de vragen van Can

null Beeld
Arno Haijtema

Het was niet eens zozeer wat ze zeiden, het was vooral hun lichaamstaal. Een superieure glimlach op de lippen. Een hautaine blik. Ogen die niet knipperden. Schouders die niet kromden onder het gewicht van schuldvragen. Naargeestig, de drie mannen die zich maandag in de BNNVara-documentaire Retour Kalifaat, de erfenis van een slagveld door Sinan Can lieten ondervragen over hun betrokkenheid bij Islamitische Staat. Sinds het terreurbolwerk twee jaar geleden uiteenspatte, zitten de drie in een Koerdische gevangenis. Ontevreden, want hun berechting laat maar op zich wachten.

Sinan Can interviewt de Belgische IS-strijder Adel voor Retour Kalifaat. Beeld BNNVara
Sinan Can interviewt de Belgische IS-strijder Adel voor Retour Kalifaat.Beeld BNNVara

Twee jaar nadat Can verslag had gedaan uit de net gevallen kalifaat-hoofdstad Raqqa en de geur van de dood had opgesnoven, was hij terug op de plek waar IS genocide heeft gepleegd op de jezidi. Hun vrouwen en meisjes heeft verkracht en als seksslaven verhandeld. Hoofden gespietst op het Paradijsplein van Raqqa. Kleuters de afstandsbediening van autobommen laten indrukken.

Can sprak er met jezidi-vrouwen die in een opvangcentrum wonen omdat hun door verkrachters verwekte kinderen thuis niet worden geaccepteerd. Met Nederlandse IS-vrouwen die vooral spijt lijken te hebben van hun kalifaatverblijf vanwege de nare consequenties voor kun kinderen, maar niet van hun harteloze keuze om de terreurstaat te dienen. En Can interviewde die drie IS-mannen: de Belg Adel, de Deen Jesper en de Zweed Ferit, die toevalligerwijs tijdens hun braveburgerverblijf in het kalifaat niets hadden meegekregen van het heersende schrikbewind.

Als slangen kronkelden ze langs de vragen van Can, die zich in zijn verontwaardiging, niet helemaal onbegrijpelijk, meer bediende van verhoormethoden dan interviewtechniek. Alle drie getuigden ze van een lepe mediastrategie: de bal terugkaatsen bij beschuldigingen van misdaden. Beroep doen op de Koran als enige ware leidraad in het leven, die steniging van overspelige vrouwen, onthoofding van misdadigers en genocide op kufar rechtvaardigt en zelfs voorschrijft. Eigen betrokkenheid bij geweld ontkennen en vasthouden aan dat ongeloofwaardige cv van chauffeur of groentewinkelier.

Maar wat niet werd gezegd, sprak uit hun ogen. De twinkeling bij Jesper toen het ging over de moord op de jezidi’s. De zachte, dromerige blik van de jonge Adel, die vooruitliep op zijn terugkeer naar de rechtstaat België, waarin hij zelf niet gelooft. Relaxed zal het zijn, voorspelde hij. En hij plaatste vast een bestelling voor zijn in de strijd gehavende lijf: ‘Ik heb een nieuwe heup en twee nieuwe knieën nodig.’ De Zweed Ferit zag zijn eventuele berechting met vertrouwen en staalharde blik tegemoet: zijn schuld moest nog maar eens worden bewezen. En juist dat bewijs van individuele gruweldaden is, concludeerde Can, nauwelijks voorradig.

Niemand die Can heeft gesproken, heeft openlijk spijt betuigd, zich geschaamd voor de organisatie waarvan hij deel uitmaakte. Wat zie je in de spiegel?, vroeg hij aan Jesper. ‘Ik heb al twee jaar geen spiegel’, antwoordde de grapjas.

Vroeg of laat komen ze terug, de mannen die hun versteende hart aan IS hebben verpand.

Meer over