Aard van het beestje

Als opportunist heeft de boommarter in het Noordhollands Duinreservaat een prima leven

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Ja, op de beelden lijkt het makkelijk. Tien cameravallen heeft Leo Heemskerk op steeds wisselende plaatsen staan in de duinen bij Castricum. Op de beelden zien we spelende, snuffelende, etende, klimmende en dalende boommarters. Vaak met de gele bef prominent in beeld. Zo kan Heemskerk de individuen herkennen, want elke boommarter heeft een unieke tekening.

Op de beelden: veel boommarters, die zichtbaar op hun gemak zijn.

Maar in levenden lijve een boommarter zien is andere koek. Op deze mooie zomeravond, dicht bij het drukke Johanna’s Hof bij de Zeeweg, in het duinbos van het Noordhollands Duinreservaat van Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN), lukt het niet. Al is het maar omdat de recreërende mens op de vele paden in het duinbos nog altijd de dominante soort is.

Je zou haast denken: kan de boommarter hier wel leven? Nou, dat kan hij, weet Heemskerk. ‘Ik heb ook beelden waarop je mensen hoort roepen, terwijl de boommarter rustig aan de pindakaas zit bij de cameraval, op twintig meter afstand van het pad.’

Toen hij begon met het zoeken, vanaf 2006, wilde hij zelf ook vooral eens een boommarter zien. ‘Boommarters zijn lekker moeilijk, geheimzinnig, en het zijn geweldig mooie beesten.’ Pas in 2009 had hij succes, in 2011 vond hij een eerste nest.

De liefhebberij liep uit op een omvangrijk vrijwilligersproject met cameravallen. Heemskerk heeft inmiddels een tamelijk precies beeld van de aantallen in het bos. In het niet eens zo grote gebied hadden vorig jaar zeven vrouwtjes een territorium, daaromheen leefden nog meer mannetjes, en dan nog de jonge boommarters. In totaal bijna dertig individuen. Dit jaar zal het aantal ongeveer gelijk liggen. Daarmee is het gebied zelfs dichtbevolkt, afgemeten aan de dichtheden die in internationale onderzoeken worden gevonden.

Dat kan allemaal omdat de boommarter zich goed weet te verschuilen, omdat hij vooral ’s nachts actief is en omdat je hem een opportunist kunt noemen. Een scharrelaar, hij eet wat zoal op zijn weg komt, van insecten tot vogels en eieren, van muizen tot konijnen, bessen en andere vruchten. Ook eekhoorns soms, die hij achtervolgt tot in de boomkruinen.

Al net zo flexibel is de boommarter in zijn nestkeuze en rustplaatsen. Heemskerk: ‘Toen ik hier begon, keek ik vooral naar beuken, met spechtengaten. Want daar vonden ze op de Veluwe de boommarters. Maar ja, hier bleek dat de boomsoort helemaal niets uitmaakt. Ze zitten hier bijvoorbeeld veel in abelen.’

Ook de rustplaatsen vond Heemskerk overal, laag bij de grond, op stevige boomtakken en in roofvogelnesten. Nog meer zekerheden gingen onderuit. ‘Ik ontdekte dat het met die territoria niet zo strikt ligt als het vaak beschreven wordt. Er is veel overlap.’

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Nog een fascinerende vraag: hoe hebben de boommarters de Noord-Hollandse duinen bereikt? Daar waren ze tot in 2006 niet gezien, toen leden van de roofvogelwerkgroep een boommarter aantroffen op een buizerdnest. Het dier was in Nederland zo goed als uitgestorven als gevolg van de jacht. Toen die verboden werd, begon het herstel, vanaf de jaren negentig. Dat wordt onder meer afgemeten aan het toegenomen aantal verkeersslachtoffers. Uit het dna van in Noord-Holland gevonden dode boommarters bleek dat ze zowel uit Friesland als uit Gelderland afkomstig waren. Heemskerk denkt dat ze via de Afsluitdijk maar ook ‘onderlangs’ zijn gekomen. ‘Ik vermoed deels via spoortunnels.’

We gaan een aantal cameravallen langs, doorkruisen het gebied, tot de schemering valt. Heemskerk heeft de boommarters namen gegeven. Maar vanavond geen Fluffy, Bruno, Hein of een van de anderen. Ik heb sterk de indruk dat ze ons wel hebben gezien.

Meer over