'Als je in Suriname een schilderij De Appel noemt, moeten ze een appel zien' Multiculturele kunst tussen plooirok en sarong

Zaterdag vieren de ruim tachtig gesubsidieerde kunstuitleencentra in Nederland 'De Dag van de Kunstuitleen'. De Artoteek in Amsterdam-Zuidoost viert tegelijkertijd haar tienjarig bestaan en doet dat met The Explosion: scheppingen van kunstenaars bij wier werk meerdere culturen samenkomen en zich mengen....

Van onze verslaggever

Sietse van der Hoek

BIJLMER

Met vier (van de twintig deelnemende) kunstenaars zit Mira Kho rond de tafel in haar Artoteek. Wat is in die tien jaar veranderd, vraagt ze, wat is de multiculturele Stand der Dingen in jullie kunstproductie?

Iene Ambar, geboren in 1951 in Jakarta uit Chinese ouders, ging op haar eenentwintigste naar Europa. Ze volgde in Den Bosch een keramiek-opleiding en deed metaal op de Amsterdamse Rietveld. Werk van haar is gekocht door het Stedelijk. Wat gebleven is, zegt ze, 'en wat je oosters zou kunnen noemen, is de ambachtelijke toewijding aan het materiaal. Ik praat ook met mijn materiaal. De breuk met het verleden is dat mijn vormen veel minder streng en gesloten zijn. Dat hangt samen met mijn persoonlijke geschiedenis. Al denkende leer je jezelf beter kennen. Wat ertoe leidde dat mijn werk persoonlijker, opener werd.'

Rob Renoult, in 1955 geboren in Friesland uit Molukse ouders, werd 'abstract opgeleid' aan de Akademie Minerva in Groningen. 'Ik maakte schilderijen die over verf gingen, over materiaal en kleur. Pas in 1987 maakte ik iets dat direct over mezelf ging, de installatie Onder de Gordel van Smaragd. Tot dan had ik Indonesië altijd ver weg gehouden. Daarna ben ik bijna elk jaar in Indonesië geweest. Ik heb het gevoel dat vanaf dat moment alles op z'n plek viel in mijn werk.'

Beeldhouwer Piet van de Kar, in 1962 in Gouda geboren uit autochtoon-Nederlandse ouders, werd 'betrekkelijk traditioneel' opgeleid in de westerse ruimtelijke kunst van deze eeuw. Drie jaar geleden vroeg hij zich af: 'Wat is nou een beeld voor een mens?' Hij zocht het avontuur in een andere cultuur, kwam uit bij de hoge bergen van de Himalaya in Noord-India en Nepal, en is sindsdien figuratiever gaan werken. 'Meer gedacht vanuit de buik' - en dat laat zich letterlijk zien aan zijn beelden. 'Ik ben er voor mezelf nog niet uit hoor, maar wat me fascineert is dat beelden in die andere cultuur veel meer functie hebben binnen de dagelijkse spirituele werkelijkheid.'

Robbert Doelwijt, in 1951 in Paramaribo geboren en van Javaans-Chinees-Creoolse oorsprong, kwam in 1990 naar Amsterdam en op de Rietveld. Na 'twintig jaren van kunstuiting' in Suriname en daar geschoold door de Nederlandse dame Nola Hatterman, die zo veel Surinamers het schilderspad op heeft geleid. Onveranderd is zijn verlangen 'de realiteit van het volk' uit te beelden. Het verschil is dat hij hier vrijer werkt, indirecter en gelaagder. 'Als je in Suriname een schilderij De Appel noemt, moeten ze een appel zien. In Europa verzwijgt men meer: toeschouwers moet je de ruimte geven zelf de appel te zoeken.'

Mira Kho vraagt of 'het persoonlijke, het anekdotische, het eigen leven' een veel grotere rol is gaan spelen in de beeldende kunst, mede onder invloed van het multicultureler worden van de westerse samenleving.

Rob Renoult: 'Ik ben een heel erg westers mens en ontdekte op zeker moment dat ik ook een heel erg oosters mens ben. Dat laat zich zien in mijn werk. Het is veel meer een persoonlijk commentaar geworden op de wereld. Punt is natuurlijk wel dat je jezelf en je specifiek etnische vormen moet kunnen plaatsen in het idioom van een universele beeldtaal, zodat iedereen er zich mee kan verhouden.'

Mira Kho: 'Gaat er kracht uit van de menging van culturen? Is kunst in een migrantensamenleving energieker?'

Piet van de Kar: 'Volgens mij kun je hooguit spreken van cultuurmenging in één persoon. En ik vermeng niet. Ik ben gaan zoeken bij de Himalaya, iets spiritueels, en dat heb ik meegenomen, gepikt. Heel koloniaal eigenlijk.'

Rob Renoult: 'Mijn moeder droeg een sarong, daar rook ik aan. Mijn Nederlandse kleuterjuf droeg een plooirok, daar hing ik aan. Met de wisselwerking tussen die twee wil ik iets.'

Robbert Doelwijt: 'Ik had eind jaren tachtig een expositie in Paramaribo met realistisch-haarscherpe schilderijen over de decembermoorden, de economische crisis, enzo. Ben je een nationalistische schilder, vroegen ze, pro of contra het bewind? Ik mocht niks verkopen. Hier zei een docent op de Rietveld tegen mij: Meneer Doelwijt, alles wat je denkt, maak het, werk voor jezelf.'

Iene Ambar: 'Ik ben naar Nederland gekomen om meer achtergrond te krijgen. Dan laat je ook wat los van je herkomst. Mijn kunst is ongrijpbaarder geworden. Of het een verlies is, weet ik niet. Je moet jezelf niet verloochenen natuurlijk, maar ik geloof in de cultuurmix. Het wonderlijke is dat ik op een stage-periode in Japan veel meer van de creatieve spanning tussen Oost en West heb gemerkt dan in Indonesië.'

Rob Renoult; 'Dat komt ook doordat Japan al veel langer een economische macht is, die ook esthetica naar het Westen exporteert.'

Piet van de Kar: 'De westerse kunst was altijd psychologischer. Wie ben ik, wie zijn we? Die beïnvloedt kunstenaars uit andere culturen. Maar ook omgekeerd is er nu meer invloed. Wereldwijd komt er een andere beeldproductie.'

Rob Renoult: 'Ik zag afgelopen weekeinde de films van Bert Haanstra. Wat is het beeld van Nederland dan al ongelooflijk veranderd.'

Robbert Doelwijt: 'Vorige week kwam er een meneer van de provincie bij mij en zei: Meneer Doelwijt, wat zijn de mensen mooi in de Bijlmer, maar wat kijken ze droevig! Nou, dat schilder ik.'

Meer over