Review

'Als je foto's niet goed genoeg zijn, sta je te veraf'

Het meeslepende levensverhaal van oorlogsfotograaf Robert Capa is vastgelegd in een graphic novel. De lotgevallen van de roemruchte waaghals, inclusief hartverscheurend liefdesdrama, zijn briljant opgetekend.

Joris Ivens filmt en Robert Capa fotografeert de puinhopen na de bombardementen op Hankow tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog. Beeld Hollandse Hoogte
Joris Ivens filmt en Robert Capa fotografeert de puinhopen na de bombardementen op Hankow tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog.Beeld Hollandse Hoogte

Het avontuurlijke leven van oorlogsfotograaf Robert Capa is geknipt voor een biografische graphic novel. Dat heeft de Franse tekenaar en scenarist Florent Silloray (45) goed gezien. In Capa - De vallende ster volgt hij zijn hoofdpersoon op de voet. Zo komen we terecht bij de gebeurtenissen en locaties waar Capa vanaf 1936 in het heetst van de strijd zijn oeuvre bijeen schoot: de Spaanse Burgeroorlog, het door Japan bezette China, de geallieerde invasie van Zuid-Italië, alsook de hel van D-Day. Iconografische reportages, dus zou je verwachten: die doen we voor een beeldverhaal nog eens letterlijk over, inclusief een paar mooie spreads. Met als bijkomend voordeel de instant-reactie van de lezer/kijker. Zo kennen we onze Robert Capa weer.

In zijn boek kiest Florent Silloray juist een andere aanpak. Denk aan die veelbesproken foto, geschoten op 5 september 1936, nabij het Spaanse dorp Cerro Muriano. Tijdens de slag om Córdoba zien we een Republikeinse strijder vallen, zijn naam is Federico Borrell García. Het dramatische tafereel wordt door Capa frontaal getoond, dat is zijn point of view. En hoewel er decennia later discussie onstond of de prent was geënsceneerd, geldt ze nog steeds als een van de indringendste frontberichten ooit gemaakt.

De man achter de foto's

In de graphic novel wordt voor een ander point of view gekozen. Hier sterft Federico Borrell García op de rug gezien, het kader houdt hem zelfs deels buiten beeld. Daarachter zien we Robert Capa, gehurkt en in volle actie met zijn Leica-camera. De focus van de tekening ligt op hém. Voor een biografische strip heel gepast, natuurlijk. Doorgaans is het de kunst voor een fotograaf om onzichtbaar te blijven, maar in deze beeldroman duikt hij op in bijna iedere scène. Robert Capa in close-up. Niet zijn foto's, maar de man erachter, dat is het verhaal.

Misschien heeft het iets te maken met de copyrights. Zou kunnen, hoewel de auteur het International Center of Photography in New York uitgebreid bedankt. Dit centrum beheert de nalatenschap van Robert Capa, daar kom je niet omheen. Waarschijnlijker is dat we getuige zijn van een briljante vondst, in striptermen gesproken. De foto's van Capa vormen het uitgangspunt. Vervolgens kiest Silloray een gezichtspunt dat consequent diametraal staat ten opzichte van Capa's werk. Zélfs als het iets met copyrights te maken heeft, is dit de elegantste oplossing denkbaar.

Nieuwsgierig

Die aanpak maakt van de lezer een actieve lezer, dat is de winst. Je raakt nieuwsgierig naar hoe het ook alweer bij Capa zat. In 2001 verscheen bij uitgeverij Phaidon Robert Capa: The Definitive Collection, met circa duizend voorbeelden van zijn beste werk. Fotovorsers hebben deze bloemlezing in de kast staan en Florent Silloray ongetwijfeld ook. Pak die dikke Phaidon erbij als je door de strip gaat. Verbaas je over de speelse manier waarop de tekenaar met het gezichtspunt omspringt.

Zo komt Robert Capa opnieuw tot leven, als de uitvinder van de moderne oorlogsfotografie. Een grensverlegger, nog iedere dag zien we het werk van zijn navolgers in de kranten. Niet in de laatste plaats door het gilde van Magnum-fotografen, het collectief dat hijzelf in 1947 mede hielp oprichten. En dat alles onder Capa's motto: 'Als je foto's niet goed genoeg zijn, sta je te veraf.'

Geen naïef heldenepos

Klinkt stoer, dat motto, en dat is het ook wel, maar Capa - De vallende ster is geen naïef heldenepos geworden. De fotograaf komt op 25 mei 1954 vrij roemloos aan zijn einde als hij in het gevolg van het Franse leger tijdens de koloniale oorlog in Indochina op een landmijn stapt. Maar dan hebben we het al over pagina 85, de proloog begint vier maanden eerder. Daarin treffen we Robert Capa aan met een burn-out. Ongetwijfeld wordt hij geplaagd door een posttraumatische stressstoornis, na zo veel jaren in de frontlinie. En dat terwijl hij geheel naar de geest van de tijd nog wel zo'n échte mannenman is.

Flink innemen, verslaafd aan gokken. Dat had hij onderweg geleerd. Weliswaar was hij van eenvoudige komaf toen hij als Endre Friedmann in 1913 te Boedapest werd geboren, zijn gevaarlijke werk bracht hem in contact met de groten der aarde. Hij leerde illustere figuren als George Orwell en Ernest Hemingway kennen. Hij had een korte, maar heftige affaire met Ingrid Bergman, de ongenaakbare Zweedse Hollywoodactrice. En als hij niet op de slagvelden verkeerde, werd hij door tijdschriften als Paris Match, Holiday en LIFE gevraagd zich onder de beau monde te begeven. Gelegenheidskiekjes, een beetje plichtmatig meeroetsjen met de beroemdheden op de flanken van de Zwitserse Alpen. Capa vond dat verre van interessant, maar ja, zijn pokerschulden, hè.

Deze zaken spelen allemaal door zijn hoofd als hij in de opening van het verhaal ligt te piekeren op zijn hotelkamer. Zijn allergrootste wond blijft het verlies van zijn liefje Gerda Taro, ook fotograaf van professie. In Parijs had zij voor hem het pseudoniem Robert Capa bedacht. Klonk Amerikaanser, internationaler, beter voor de verkoop, als je freelancer bent. Dat had Gerda Taro (die zelf eigenlijk Gerta Pohorylle heette) heel slim ingeschat. Ze vertrokken samen richting Barcelona, en maakten naam, maar Gerda overleefde de Spaanse Burgeroorlog niet. In Capa's afwezigheid stierf ze op 26 juli 1937 aan de verwondingen die ze had opgelopen tijdens de Slag om Brunete, nog net geen 27 jaar oud.

Magnum

De geest van Robert Capa (1913-1954) leeft voort in het internationale collectief Magnum Photos, met burelen in Parijs, Londen, New York en Tokio. Het fotopersagentschap staat bekend om zijn kwalitatief hoge reportages, niet zelden in de brandhaarden van de wereld. Magnum Photos werd in 1947 opgericht in Parijs. Naast Capa behoorden ook Henri Cartier-Bresson, David 'Chim' Seymour, George Rodger en Maria Eisner tot de initiatiefnemers. Als fotograaf kom je er niet zomaar binnen. Op basis van een portfolio moet de nieuwkomer door de redactie worden voorgedragen, waarna eerst een aspirant-status wordt verleend.

Een lange flashback

Daar is Robert Capa nooit meer overheen gekomen, alle roem ten spijt. Haar schaduw zal hem gedurende de gehele strip blijven achtervolgen, een verhaal dat wordt verteld als één lange flashback. Totdat hij, deels uit verveling, die opdracht aanneemt van Time-LIFE om naar Indochina af te reizen, ook al had hij gezworen nooit meer naar het front te gaan. Blijkbaar kon Capa de kick niet missen. Dat werd hem uiteindelijk op zijn 40ste fataal.

Pakkend verhaal, vol visuele details, en voor Nederlandse ogen is er ook nog eens een bonus. Dan hebben we het over de link tussen Robert Capa en Joris Ivens, de zelfverklaarde filmer van revoluties. Een curiosum, want zo dikwijls tref je nu ook weer niet een Nederlands personage aan in een Franse strip.

Een Italiaanse boer vertel een Amerikaanse officier waar de Duitse soldaten heen zijn gegaan, Troina, 1943. Beeld Hollandse Hoogte
Een Italiaanse boer vertel een Amerikaanse officier waar de Duitse soldaten heen zijn gegaan, Troina, 1943.Beeld Hollandse Hoogte

De twee leerden elkaar kennen in Spanje. Joris Ivens werkte daar met cameraman John Fernhout aan de documentaire Spaanse aarde (1937), en aansluitend was het plan om naar China af te reizen. Daar was het wat Ivens betreft te doen. In China zat in de blauwe hoek de nationalistische Kwomintang onder leiding van Tsjang Kai-sjek en in de rode hoek zaten de communisten onder voorzitterschap van Mao Zedong.

Oorspronkelijk was het Ivens' bedoeling een film op te nemen in revolutionair basisgebied, gefinancierd door de Chinese communistische partij. Maar in september 1937 sloten beide kampen tegen heug en meug een bondgenootschap om het samen op te nemen tegen de Japanners. Die hadden Mantsjoerije bezet en waren van zins nu ook de rest van China te onderwerpen.

Een vastomlijnd plan had Ivens nog niet, maar wilde Capa niet mee om de film te draaien die uiteindelijk The Four Hundred Million (1939) zou gaan heten? Ja, dat wilde Robert Capa wel. Op dit moment was hij 24 jaar oud, gebutst door de Spaanse Burgeroorlog en nog volledig in shock door het verlies van Gerda Taro. Bovendien had hij zich voorgenomen zijn werk als fotograaf te verleggen naar dat van cameraman, of in ieder geval beide professies voortaan te combineren. Bij Ivens kon dat, hij zou gaan opereren als assistent-regisseur. Daar bovenop wilde LIFE ook foto's van de gevechten, dus Capa had alle reden om met Ivens' vaste sidekick John Fernhout de SS Aramis richting Hongkong te pakken.

Dus zien we ze op 21 januari 1938 vertrekken vanuit Marseille. Volgens afspraak zal Ivens hen aan de andere kant van de wereld opwachten. De reis duurt zesentwintig dagen, het voorschot van LIFE is aan de pokertafel reeds verdampt. Ivens staat op de kaai, inclusief strijdbare baret. Na het nodige diplomatieke gehakketak vertrekken ze naar het front, meer precies richting de op de Japanners heroverde stad Tai'erzhuang.

Helaas wordt de samenwerking tussen Ivens en Capa geen succes. 'Hoewel de Picture Post mij omschreef als de 'beste oorlogsfotograaf ter wereld', horen we Capa mompelen, 'reduceert Ivens mij tot tweede cameraman. Het militarisme en de constante bevelen van de regisseur vallen mij zwaar.'

Dat klopt aardig met wat we er bijvoorbeeld in de Ivens-biografie van Hans Schoots over terugvinden, Gevaarlijk leven (1995). 'Ivens was van mening dat fotografie en film weinig tot niets met elkaar gemeen hadden en door Capa's mislukking zag hij zich in deze mening bevestigd. De fotograaf dacht niet in beweging, maar in statische beelden en was te ongeduldig voor de lange productietijd die een film vergde.'

Ergernis

Andersom verzuchtte Capa dan weer in zijn correspondentie: 'Over het geheel ben ik het 'zwarte schaap' van de expeditie, en dat levert mij heel wat problemen op... Het zijn erg aardige lui, maar de film is hun eigen zaak (en dat laten ze mij voelen), en de foto's zijn volkomen ondergeschikt...' Ergernis alom, en tel erbij op dat er constant vier censoren uit het kamp van Tsjang Kai-sjek omheen hingen. Het liefst wilde Robert Capa dan ook zo snel mogelijk terug naar Parijs.

Met de graphic novel in de hand rest nog een laatste vraag: waarom is er nooit een biografische speelfilm over Robert Capa gemaakt? Beter dan Indiana Jones, dit levensverhaal, met al die waaghalzerij, de parade aan historische bijfiguren en de hartverscheurende liefdesgeschiedenis tussen Capa en Gerda Taro. Er zijn wel wat pogingen geweest in die richting. Zo is de Nederlandse scenarist en regisseur Menno Meyjes al sinds de jaren negentig bezig met een Capa-project. De beoogde film staat nog steeds aangekondigd als Close Enough, maar de status is helaas ongewis. Iets om naar uit te kijken, maar tot die tijd kunnen we het doen met deze inventieve graphic novel.

Florent Silloray: Capa - De vallende ster. Uitgeverij Casterman - 19,95 euro. Vertaling: James Vandermeersch.

Een republikeinse soldaat wordt geraakt door een kogel op het moment dat Robert Capa een heroïsch portret van hem wilde maken in Córboda, Spanje, 1936. Beeld Hollandse Hoogte
Een republikeinse soldaat wordt geraakt door een kogel op het moment dat Robert Capa een heroïsch portret van hem wilde maken in Córboda, Spanje, 1936.Beeld Hollandse Hoogte
Meer over