interviewwillem de wolf

‘Als ik schrijf over wat mij raakt, komt er vaak een mooi kunstwerk van. Maar die openheid is ook een spel’

Drie Vlaamse collectieven maakten een theaterdrieluik over hun held, de Amerikaanse auteur David Foster Wallace. De Volkskrant spreekt met Willem de Wolf (60), een van de auteurs, over Wallace-achtige vragen als: wat is echt en wat is gespeeld?

Karin Veraart
Toneelschrijver Willem de Wolf. Beeld Siska Vandecasteele
Toneelschrijver Willem de Wolf.Beeld Siska Vandecasteele

Twee jonge vissen zwemmen zij aan zij en ontmoeten op enig moment een wat oudere vis, die vriendelijk knikt en vraagt: ‘Jongens, hoe is het water vandaag?’ De twee jongere vissen zwemmen nog even door, totdat de een uiteindelijk naar de ander kijkt en vraagt: ‘Wat is dat in godsnaam, water?’

Zo begint de beroemde toespraak van cultauteur David Foster Wallace (1962-2008) voor zijn gehoor van afzwaaiende college-leerlingen; een Amerikaans gebruik dat jongeren voorbereidt op het echte leven met een ‘parabel-achtig verhaal’ (Wallace’ woorden). Wallace was 43, hoogleraar en schrijver van naam toen hij zijn speech This Is Water hield – een pleidooi voor wat we nu misschien een ‘mindful’ bestaan zouden noemen: mild, open voor de ander en in het moment. In 2008 maakte hij een eind aan zijn leven, maar nog steeds is hij als eigenzinnig denker en dwars essayist een bron van inspiratie voor velen.

David Foster Wallace Beeld Getty
David Foster WallaceBeeld Getty

Zo bundelden de Vlaamse collectieven Compagnie de Koe, De Nwe Tijd en Hof van Eede de krachten voor een nieuw theaterdrieluik over hun held, waarvan het eerste deel net klaar is: David of hoe we ons bedacht hebben gaat in januari in Nederland op tournee.

Niet alleen het hartroerende This Is Water, het hele oeuvre van Wallace was al langere tijd geliefd leesvoer van dit stel theatermakers, met als middelpunt het haast onvertaalbaar geachte Infinite Jest, een humoristische en tegelijk diep melancholische ‘encyclopedische roman’ boordevol verhaallijnen en thema’s, en met 388 eind- en voetnoten. Even doorwerken, maar dan heb je ook wat: verhalen over taal, wetenschap, film, tv, sport, popcultuur en identiteitskwesties, maar ook over verslaving, depressiviteit en hypersensitiviteit, problemen waarmee David Foster Wallace – DFW voor de fans – zelf kampte.

Willem de Wolf (60) is een van de drie auteurs van David, naast Wannes Gyselinck en Freek Vielen. Uitgangspunt van dit eerste deel van het drieluik is de biografie, het levensverhaal van de schrijver. Maar rechttoe-rechtaan een leven ensceneren is niet wat deze makers doen. David speelt zich af in het donker, een nachtelijk universum waarin allerlei Wallace-thema’s samenkomen: een latenightradioprogramma waarin zijn vrouw Karen vertelt over haar verlies, bijvoorbeeld. Een stukje David Letterman Show (een fenomeen dat DFW fascineerde) en verwijzingen naar slapeloosheid en in drank en drugs gedrenkte momenten. Wallace zelf komt er als personage niet in voor, maar zijn geest is overal.

Willem de Wolf

Willem de Wolf (Groningen, 1961) studeerde in 1985 af aan de Amsterdamse Toneelschool. In datzelfde jaar formeerde hij met Ton Kas het theaterduo Kas & de Wolf. Nadat in 2004 de subsidie werd stopgezet, schreef De Wolf onder meer voor Dood Paard en Mugmetdegoudentand. Zijn tekst Krenz, de gedoodverfde opvolger werd in 2012 genomineerd voor de Taalunie Toneelschrijfprijs. Sinds 2010 maakt De Wolf deel uit van de artistieke kern van Compagnie de Koe in Antwerpen. Hij speelde in televisieseries, en in films als Zwartboek, De gelukkige huisvrouw en Bumperkleef.

Zo stoeien de zes acteurs met het gegeven van de ‘biografie’, met Wallace-achtige vragen als: wat is écht, wat is authentiek? Wat is oprecht aan een (auto)biografisch werk? Hoe eerlijk kan het zijn? Wat is gespeeld?

Spil van de avond is Willem de Wolf. Hij is radiopresentator, hij is David Letterman en hij is zichzelf: net 60 geworden en mijmerend over zijn eigen biografie. Met vijf tekstfragmenten van zijn hand als leidraad spreekt De Wolf in het onderkomen van De Koe in Antwerpen met de Volkskrant. Hij vertelt hoe dat werkt, hoe hij eigenlijk al een theaterleven lang zijn privéleven laat doorklinken in zijn werk.

‘Ik doe dingen die op dingen doen lijken. Altijd doe ik dingen en lijkt het op het doen van (die) dingen’ (uit: David of hoe we ons bedacht hebben)

‘Deze voorstelling gaat over hoe we naar onszelf kijken. Neem ons gesprek. In hoeverre denk ik dingen als: wordt dit moeilijk voor me, of is het eigenlijk nu al makkelijker dan ik dacht? Wil ik dat ze me een aardig iemand vindt, is ze daarmee bezig? Ben ik daarmee bezig? In hoeverre beïnvloedt me dat?

‘Wallace schrijft daar ongelooflijk goed over, beangstigend goed, zodanig dat je denkt: hou op, hou op, dat eindeloze bewustzijn!’

‘Am I a good person? Deep down, do I even really want to be a good person, or do I only want to seem like a good person so that people (including myself) will approve of me? Is there a difference? How do I ever actually know whether I’m bullshitting myself, morally speaking?’ (Uit: David Foster Wallace, Consider the Lobster and Other Essays)

‘Het is manisch, het is deprimerend en tegelijk denk je: ik ken het wél van mezelf. Het zit bovendien in het wezen van theater: die paradox dat je alles ver van tevoren hebt bedacht, geprobeerd, met zinnen hebt geschoven, en dat het er dan uiteindelijk moet uitzien alsof het ter plekke wordt gezegd en bedacht. Met die blik kun je ook kijken naar (auto)biografieën. Poets je een levensverhaal willens en wetens op?

‘Hoe akelig is het om overal op die manier een vraagteken bij te moeten zetten? Enfin, wanneer je accepteert dat ‘jezelf zijn’ betekent dat het dan ook maar al die metadingen omvat, scheelt het misschien alweer. En met collega-makers een voorstelling daarover maken misschien ook.

‘Ik ben er in toenemende mate dankbaar voor dat het me lukt om dingen die mijzelf aangaan op te schrijven. Om er iets mee te doen. Dat ik waar ik vandaan kom op een of andere manier meeneem. Onlangs las ik Strijd en metamorfose van een vrouw van Édouard Louis, over zijn moeder. En ik merkte op een gegeven moment dat ik doorbladerde om te kijken of z’n moeder nog leefde. Op een of andere manier vond ik dat belangrijk. Ze leeft nog – hij schrijft over levende mensen, dat vind ik mooi. Mijn ouders duiken in mijn stukken op, ik heb het over mijn broer, over mijn vriend Kas. Ik vind het fijn dat zoiets kan terwijl het nog gaande is. Dat maakt het voor mij belangrijk.’

‘Elke existentiële kwestie, elke zwaarte of somberte in mijn werk, in de kromming van mijn rug was, als ik eerlijk ben, niet meer dan aanstellerij’

‘Toen we, al snel, hadden besloten niet letterlijk het leven van DFW te gaan ‘doen’ – daar is Wikipedia goed voor – en het idee voor de voorstelling uitbreidden naar biografieën, dacht ik: ik wil het, uiteraard aanhakend bij Wallace, hebben over mijn drankverslaving. Ik dacht: daar moet ik iets over kwijt, namelijk hoe die deels óók is ontstaan vanuit een ‘kunstenaarsbeeld’, het plaatje van de diepzinnige maker met het glas binnen handbereik. Deels, hè.

‘Het speelde rond het einde van Kas & de Wolf. Als theaterduo hadden we sinds onze oprichting in 1985 een ongelooflijk intense tijd achter de rug en toen we geen subsidie meer kregen, had ik het daar best moeilijk mee. Ik ben Duits gaan studeren, maar op een gegeven moment realiseerde ik me: als ik blijf drinken, kan ik die studie net zo goed niet doen, want ik onthoud helemaal niks. Dit is volkomen zinloos. En ook: waarom doe ik die studie? Om tegen de kunsten te kunnen zeggen: ik heb jullie helemaal niet nodig – terwijl het tegendeel waar is?

‘Misschien was het ook al zo dat het latere werk van Kas & de Wolf minder sterk was, omdat ik minder geconcentreerd was... Met terugwerkende kracht was dat het moment om te besluiten er wat aan te doen en op een nacht cold turkey af te kicken. Ik heb misschien veel schaamte over veel dingen, maar mijn werk zorgt ervoor dat ik die dingen toch allemaal zeg, en daar blij mee ben. Want: moet ik dat verbergen? Het maakt toch deel van mij uit?’

‘Everybody’s always going around all the time with something wrong and believing they’re exerting great willpower and control to keep other people, for whom they think nothing’s ever wrong, from seeing it.’ (Uit: David Foster Wallace, The Pale King)

‘Ik ben blij dat ik eraf ben. Al denk ik de laatste tijd dat ik binnenkort wel weer een glas wijn kan drinken bij het eten.’

Willem de Wolf  Beeld Siska Vandecasteele
Willem de WolfBeeld Siska Vandecasteele

‘Ik heb dat altijd tegen je gezegd, dat je in je voorstellingen de mensen niet de hele tijd moet lastigvallen met de problemen die ze thuis ook al hebben, je moet daarmee stoppen, de mensen willen lachen’

‘Dit is deel van een fictieve dialoog met mijn moeder. Ze memoreert in het stuk dat ik zo’n grappenmaker was, ooit. Soms vraag ik me af: is wat ik nu doe wel iets waarbij mijn talent het meest tot zijn recht komt? Moet ik andere dingen doen? Maar in de routine van het schrijven aan voorstellingen vind ik wel geluk. Op dit moment voel ik me goed, want vanochtend had ik een paar goede zinnen. Dan is de rest van de dag echt beter. Ik doe dat ’s ochtends, dat schrijven, in mijn bed.

‘Mijn moeder herinnert me ook aan mijn kinderloosheid, omdat ik ‘de beslissing’ altijd voor me uitgeschoven heb. Een van de dingen waarmee je werd opgevoed in de jaren tachtig was: kunst of een kind. Ik chargeer nu, maar daar waar gezinnen begonnen, begon het verraad aan de kunst. Zo’n onderwerp is zo complex, ik weet niet of ik zonder meer kan zeggen: ik vind het jammer dat ik geen kinderen heb. Omdat ik daardoor ook weer zo veel andere dingen heb kunnen doen. Maar het is iets waarover ik nadenk en schrijf. Als ik zoiets openlijk doe, raakt het natuurlijk ook mijn vrouw. En ik heb vaak overwogen: moet ik het wel hebben over ons gezin vroeger, zoals in Krenz (zijn toneeltekst uit 2011, red.), of over andere mensen, zoals Hans Kemna in Bazel (zijn toneeltekst uit 2008, red.)?

‘Maar ik merk dat als iets mij heftig raakt en ik erover schrijf en het ensceneer, dat er vaak – een verschrikkelijk criterium, natuurlijk – mooie kunstwerken van komen. En met DFW zeg ik: deze openheid is ook een spel. Tuurlijk is het ook fictie en heb ik gezocht naar mooie scènes. Die ijdelheid is er nooit helemaal uit te halen.’

‘Je weet wat er is gebeurd, je weet wat je hebt ervaren, je weet wanneer je oprecht bent, je herkent het. Je ziet het in de ander en je weet het van jezelf’

‘Een #MeToo-scène. In het kielzog van DFW hebben we lang en veel gedacht en gepraat over hoe ingewikkeld het is gebeurtenissen oprecht weer te geven, om ze te plaatsen, over hoe het geheugen kan falen, over wat je zelf van ervaringen maakt. En dan nog denk ik dat bovenstaande zinnen altijd overeind blijven. Als er iets laakbaars is gebeurd, wéét je ergens deep down: dit was niet goed.

‘Ik ben met mijn dronken kop vast weleens vervelend geweest, maar anders dan DFW – er zijn vrouwen geweest die zich over hem beklaagd hebben – heb ik nooit in een dergelijke positie verkeerd; zo autobiografisch is dit nu ook weer niet. Maar ik heb in mijn tijd genoeg situaties gezien waarvan ik me achteraf realiseerde: dit was niet in de haak. Toentertijd werd er anders op gereageerd en in de zaal merk je nu het verschil wanneer we deze scène spelen: oudere kijkers reageren laconiek, jongeren meteen veel onrustiger en ongemakkelijker.’

‘In het Shaffy waren in de tachtiger jaren nachtvoorstellingen’

‘Die jaren in het Shaffy Theater, de jaren van Kas & de Wolf, waren vormende, razende jaren. Dat was zo intens. Mijn samenzijn met Ton Kas – dat heb ik daarna nooit meer meegemaakt. We sliepen niet samen, dat was het enige. Verder was er geen scheiding tussen werk en privé. Onlangs was ik bij Ton, hij had het archief van Kas & de Wolf nog in huis; ik heb het meegenomen om te digitaliseren. Het was mooi, we stonden daar met z’n tweeën over het verleden gebogen. Ik moet zeggen: ik kan daar goed naar kijken zonder melancholisch te worden. Ik vond het ook gewoon wel goed, heel goed.

‘Ik werk nu aan een project met een veel jongere acteur, en ik merk dat ik een beetje moet uitkijken met herinneringen ophalen, dat kan verstorend zijn voor een nieuwe generatie. Niet dat het niet waardevol zou zijn, of niet mooi verteld; het gaat erom dat wij die ruimte steeds maar hebben en vullen. Enerzijds jammer dat ons kennisgebied als een ijskap aan het wegsmelten is, maar ik vind het ook belangrijk om je te realiseren: we hadden het wel allemaal over witte mannen, hè, met zwarte coltruien, een De Beauvoir of Duras daargelaten. Het is goed dat daarnaar gekeken wordt, er wordt terecht aan onze stoelpoten gezaagd, er verschuift veel, er komen mooie dingen bij. En ja, ik wil wel oud worden in de kunst.’

David of hoe we ons bedacht hebben. Door De Nwe Tijd, de Koe en Hof van Eede. Tournee door Nederland vanaf 6 januari 2022.

Willem de Wolf Beeld Siska Vandecasteele
Willem de WolfBeeld Siska Vandecasteele

Van de Koe tot De Hoe

De Vlaamse theatercollectieven Compagnie de Koe en Hof van Eede fuseren per 1 januari 2022 tot De Hoe. Het nieuwe gezelschap zal vanuit Antwerpen en Gent gaan opereren en bestaat uit Ans Van den Eede, Greg Timmermans, Natali Broods, Peter Van den Eede, Wannes Gyselinck en Willem de Wolf. Hun vaste kern vullen ze elk anderhalf jaar aan met een ander jong collectief. De Koe werd in 1989 opgericht door Peter Van den Eede en Bas Teeken. In wisselende samenstellingen maakt het gezelschap al meer dan dertig jaar persoonlijke, filosofische, absurdistische en (impliciet) politieke voorstellingen, waarin veel bevraagd en hardop geëxploreerd wordt. Sinds 2011 bestaat de artistieke kern uit Peter Van den Eede, Natali Broods en Willem de Wolf.

Meer over