Als er iemand sfeer kan maken, is het wel Raymann

Combineer het festival Kwakoe, het Rotterdams Zomercarnaval en de Beverwijkse Bazar en je hebt een feest van Jörgen Raymann. Verjaardagen zijn nooit klein.

Het publiek waant zich een avond lang in de achtertuin van de comedian. In het decor van een feest dat net voorbij is (flessen drank, lege glazen, enorme partytent) vertelt Raymann over de familiefeesten die altijd uit de hand lopen. Met veel jeu vertelt hij over de knellende Surinaamse familiebanden.

Bijna twee uur lang bespreekt Raymann het leed dat familie heet. En blijft dat boeien? Ja, absoluut. Hoewel het tweede deel van de voorstelling voor het goede wat te lang duurt, weet Raymann met zijn vaak hilarische anekdotes en soepele presentatie de aandacht vast te houden.

Als er iemand sfeer kan maken, is het wel Jörgen Raymann. Begeleid door een driekoppige band, die van Bollywood tot Caribische achtergrondmuziek speelt, vertelt hij levendig over zijn eigen familie; tante Jetty met haar penis-wijnvlek op haar voorhoofd, de cokesnuivende oom Shenkel en het mooi opgedroogde nichtje Désirée. Hij maakt van zijn familie mensen van vlees en bloed, zeker ook omdat hij ze vaak beschrijft door de ogen van een jongetje dat opgroeit in Suriname.

Daarbij schetst hij en passant de mores van de Surinaamse gemeenschap en typeert Javanen, Creolen en Hindoestanen – zonder al te voorzichtig te zijn. Zeer herkenbaar voor alle Surinamers in de zaal, maar daarmee niet minder leuk voor niet-Surinamers.

Vergeleken met eerdere shows is deze voorstelling eigenlijk simpel van opzet. Juist omdat Raymann dicht bij zichzelf blijft, werkt het uitstekend.

Meer over