Kunstcolumn

Als deze sluiting veel langer duurt, dan moeten onze musea kunst verkopen om overeind te blijven

Anna van Leeuwen Columnist kunstredactie
Te gebruiken voor een artikel Beeld rv
Anna van Leeuwen Columnist kunstredactieTe gebruiken voor een artikelBeeld rv

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Er staat een nieuwe plant in mijn huis. Dat hoeft heus niet in de krant, denkt u misschien. Maar ik ga het tegendeel bewijzen. Het is een stek van een van de laatste planten uit de welhaast vergeten plantencollectie van Stedelijk Museum Amsterdam. Bepaald geen knappe plant om te zien, een sansevieria. Het Amsterdamse museum had decennialang een voorliefde voor robuuste kamerplanten, zoals een euphorbia, ficus of gatenplant, wel 102 stuks telde plantenverzorger en suppoost Van der Ham er in 1967. Ze stonden in de museumzalen, tussen de kunstwerken.

Kunstenaar Inge Meijer bracht de plantencollectie twee jaar geleden in kaart voor haar prachtige boek The Plant Collection. De planten verdwenen in de jaren tachtig geleidelijk uit de museumzalen zo ontdekte de kunstenaar tijdens haar onderzoek. De sansevieria die in het restauratie-atelier stond was na de grootschalige verbouwing in 2013 plotseling niet meer welkom in het museum. Een medewerker van de afdeling ‘art handling’ had haar veto uitgesproken, ontdekte Meijer. Planten zijn gevaarlijk: voor de luchtvochtigheid, de veiligheid en de hygiëne.

Het aangescherpte plantenregime van het Stedelijk past bij het beeld dat we in de 21ste eeuw hebben van moderne musea: smetteloos. Kunstwerken zijn kwetsbaar, klimaatbeheersing is een grote kostenpost. De mate van beheersing is extreem, dat bewijst mijn kleine stek (een kunstwerk, deel van een speciale editie van het boek van Meijer). Het heeft iets absurds natuurlijks, maar musea zijn nou eenmaal zorginstellingen. Musea zorgen voor hun kunstwerken zodat wij en ook onze achterachterkleinkinderen van die kunstwerken kunnen blijven genieten.

Toch (kijk, nu kom ik van de plant to the point) zijn musea nog steeds dicht. Ondanks deze aangeleerde bezorgdheid moeten musea deze maand in de rij aansluiten tussen de casino’s en de zwembaden, zo zie ik op de website ‘testenvoortoegang.nl’. Uit de dagen waarop de musea de komende weken voorzichtig op proef opengaan, valt op te maken dat de persconferentie volgende week de museumsector weer gaat teleurstellen: nog tot eind deze maand wordt in musea getest.

Ik schrijf dit stuk op de 115de dag dat musea aaneengesloten dicht zijn. Opgeteld met de eerste lockdowns erbij tel ik 208 dagen, meer dan een half jaar. Het rare is: zouden musea kunst verkopen, dan mochten ze wel open, net als winkels en dus galeries. Het wrange is: als deze sluiting veel langer duurt dan moeten onze musea straks hun kunst verkopen om overeind te blijven. In de Verenigde Staten, waar de regelgeving voor het afstoten van collectiestukken tijdelijk is versoepeld, gebeurt het al. Het Brooklyn Museum verkocht eind vorig jaar meer dan twintig kunstwerken. De opbrengsten vielen tegen, dus er zullen nog meer kunstwerken worden verkocht om conservatoren te kunnen blijven betalen om voor de achterblijvers te zorgen.

De sansevieria uit het restauratie-atelier was door een museummedewerker geadopteerd nadat het museum planten besloot te weren. Ik lees in Meijers boek hoe de planten ooit in het Stedelijk terechtkwamen: directeur Sandberg nam ze mee naar zijn museum als ze te groot werden voor zijn eigen huis. Ook hieruit blijkt: musea zijn zorginstellingen. Ze zorgen ook voor ons. Op manieren die niet met casino’s en zwembaden te vergelijken zijn.

Meer over