EssayTheatersector

Als de stoelen ook in 2022 leegblijven, is dat een teken dat theater voortaan anders moet

null Beeld Kalle Wolters
Beeld Kalle Wolters

Al gaan de zalen als vanouds open, terugkeren naar het theater van vóór 2019 wordt moeilijk. Hoe nu verder? Schrijver en theatermaker Marjolijn van Heemstra over de zoektocht naar nieuwe rituelen.

Marjolijn van Heemstra

Lockdowns brengen onverwachte bijwerkingen met zich mee. Een daarvan kwam vorig jaar aan het licht in talloze theaterzalen. Toen in juni 2021 de maatregelen (deels) werden opgeheven, stonden podia klaar om hun publiek in groten getale te ontvangen. Door het hele land lag een bomvol buffet van nieuwe en uitgestelde voorstellingen klaar. De mensen moesten wel uitgehongerd zijn na al die cultuurloze maanden!

Maar de mensen bleken geen honger te hebben, ze hadden nauwelijks lichte trek. Zalen bleven halfleeg. Voorstellingen die eerder waren geannuleerd vanwege het virus, sneuvelden nu bij gebrek aan publiek.

Wat was er aan de hand? Van alles. Angst, om te beginnen. De podiumkunsten leunen grotendeels op een ouder publiek. Mensen met spaargeld en tijd omhanden. Precies de groep die niet meer een avond dicht op elkaar wil zitten om dezelfde lucht in te ademen. Maar dat was niet het enige. Vanwege de grilligheid van de maatregelen was er weinig tijd geweest om de kaartverkoop op gang te brengen. Tegenstanders van de QR-code bleven na de zomer weg.

En wie weet heeft de gewenning aan on-demandleven vorig jaar een kantelpunt bereikt. Een voorstelling bezoeken is een risico nemen; je weet niet wat je krijgt, je weet wel dat je het minstens een uur moet uitzitten. Zo’n risico past niet in een wereld waarin alles – van boodschappen tot Netflix-account – tot in de puntjes is aangepast aan hoogstpersoonlijke wensen. (Wat werd overladen met sterren zat trouwens wel degelijk vol, net als de grootste namen. In een onvoorspelbare wereld gaan we voor veilig.)

De cocktail die verantwoordelijk was voor al die lege stoelen zal deze lockdown niet verwaterd zijn, grote kans zelfs dat hij sterker is geworden. Het wordt tijd dat we die werkelijkheid tot ons laten doordringen.

Oprekken van het ‘normale’ leven

De afgelopen twee jaar hebben we vooral gewacht tot alles weer normaal zou worden. Er werd aangepast en afgeweken, maar altijd met het idee dat het tijdelijk zou zijn.

Dat geldt niet alleen voor de theatersector. In zekere zin leven de meesten van ons nog hetzelfde als voor corona, met het verschil dat we onze plannen en verwachtingen voortdurend moeten opschorten. Dat de rek eruit is, zoals het al maanden klinkt, verraadt wat we aan het doen zijn. Het ‘normale’ leven oprekken om tijdens deze pandemie te kunnen volharden in wat we gewend zijn.

Begrijpelijk, maar problematisch. De werkelijkheid is geen elastiek. Voortdurend oprekken is een doodvermoeiende manier van leven. Bovendien, ook zonder pandemie is onze oude manier van leven onhoudbaar. Achter de gezondheidscrisis ligt de klimaatcrisis, die in de nabije toekomst waarschijnlijk om grotere aanpassing vraagt.

Verlangen naar rituelen

Stel je voor dat we zouden stoppen met rekken. Stoppen met leven in de verwachting dat alles weer normaal wordt. Dat we in plaats daarvan ons werk herdefiniëren in het licht van wat er is en gaat komen.

Waar staan we? Wat zijn we? Terug naar die lege stoelen. Het is gemakkelijk ze te zien als bewijs dat mensen minder theater willen. Maar misschien is het tegendeel waar, willen mensen juist meer.

De pandemie heeft ons verlangen naar rituelen aangewakkerd, schrijft Cristine Legare, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Texas, in haar onderzoek naar rituelen tijdens de pandemie. De afgelopen maanden zag ik Legares bevinding om me heen bevestigd: stiltewandelingen, natuurceremonies, de WhatsAppgroep getiteld ‘Nieuwe Rituelen’ waaraan ik onlangs werd toegevoegd.

In de meest onverwachte hoeken van mijn sociale leven vormen mensen nieuwe riten of duiken in de oude. Het Amsterdam Light Festival had dit jaar verdacht veel weg van de Stille Omgang, een traditionele katholieke processie in Amsterdam. Massa’s bezoekers trokken langs het water, met geen ander doel dan gezamenlijk lopen langs het licht.

Die hang naar ceremonie is niet verwonderlijk. In perioden van angst en onzekerheid helpt een ritueel de stressniveaus verlagen. Het geeft houvast, het bestendigt onze plek in een chaotisch bestaan. Bovendien is een ritueel een markering in de tijd – iets waaraan we een chronisch gebrek hebben na lange, stille dagen thuis – en een manier om belangrijke overgangen betekenis te geven: de dood, de liefde, het verlies van de wereld zoals we die kennen.

Als er ergens rituele expertise bestaat, dan is dat – behalve in gebedshuizen – in het veld van de podiumkunsten. De coulissen, de gordijnen, de vaste aanvangstijden. Het begeleiden van een groep langs de boog van een verhaal. Muziek, stilte, applaus.

Simpel, zou je denken. Wij hebben in huis waar de mensen naar verlangen. Vraag en aanbod kruisen elkaar in de zaal.

Het spiegelpaleis ontmantelen

Alleen is dit niet hoe de podiumkunsten zichzelf graag definiëren. Een ritueel associëren we met een collectief geloof, en dat staat haaks op de principes van een autonome maker. Wij zien onszelf niet als sjamanen in dienst van de gemeenschap, liever als een luis in de pels of als objectieve spiegel van het menselijke onvermogen.

Maar je kunt je afvragen of je in een extreem geïndividualiseerde samenleving niet juist een luis bent als je gaat voor collectief. En ook of het niet eens tijd wordt naar niet-menselijke vormen van leven te kijken in plaats van steeds maar naar onszelf. Het spiegelpaleis te ontmantelen en in gesprek te gaan met de wereld om ons heen, die wel wat aandacht kan gebruiken.

Natuurlijk gebeurt dat al. Als reactie op de chaos zijn er wereldwijd groepen bezig zich anders tot de planeet te verhouden, en kunst is daarvan vaak een onderdeel. Een inspirerend voorbeeld vind ik het Dark Mountain Project, waarin schrijvers en makers uit allerlei landen zich oefenen in een wereldbeeld dat niet is gestoeld op de mythe van eeuwige groei. Doe jezelf een plezier en lees hun manifest, dat is online makkelijk te vinden.

Ons werk zou winnen aan belang als dit soort initiatieven van de uitzondering de regel worden. Als we nu niet langer volgend, maar leidend zijn. Onze kennis, energie en vakmanschap inzetten om de verandering te ondersteunen die onze soort toekomstbestendig maakt. Daarvoor moeten we grote beslissingen durven nemen. Als het nieuwe normaal een jaarlijkse culturele winterslaap behelst, laten we dan nadenken over wat we kunnen zonder zalen; wat podiumkunst min het podium is.

Behoefte aan draagkracht

Het woord ‘podium’ stamt af van pous, Grieks voor ‘voet’ of ‘basis’, datgene wat het verhaal draagt. We zijn gewend de podiumkunst te associëren met kijken en tonen. Maar met die voet in gedachte zijn er nieuwe associaties: dragen, brengen, ondersteunen. Podiumkunst is dan niet alleen kunst op een podium, maar ook de kunst een podium te scheppen. Het vormgeven van de voet die een verhaal uittilt boven het alledaagse. Zo bekeken kan podiumkunst het creëren van draagkracht zijn.

Er zijn genoeg makers die op deze manier werken, die hun tijd en expertise steken in het maken van een platform waarop nieuwe verhalen ruimte krijgen.

Dit soort werk wordt, zeker nu, aangemoedigd in onze sector. Toch beschouwen we het niet als het hart van ons veld. Zoals voor alles hebben we ook hiervoor een speciale categorie bedacht: locatie- of wijktheater, met bijbehorende makers, subsidies en festivals. (Die eeuwige neiging alles te scheiden!)

Alles verschuift en verandert, maar wij blijven ons vastklampen aan het idee dat theater draait om de kunst die door het podium wordt gedragen, niet om de kunst van het dragen zelf. Terwijl er om ons heen zo veel behoefte is aan draagkracht.

De podiumkunst weet een verhaal/gedachte/wens op te tillen en in een slijtvaste vorm te zetten. Het is regelrecht verweer tegen de chaos, tegen een breed gedeeld gevoel dat de wereld ons ontglipt. Die expertise zou voor veel meer mensen toegankelijk kunnen zijn, als we anders naar ons vak kijken.

Andere vormen kiezen

Het zou helpen als we onze draagkracht gaan zien als een essentieel onderdeel van wat theater te bieden heeft. Als we de naam van onze sector op twee niveaus begrijpen: kunst op het podium én de kunst van het podium. Dan kan een podium ook een wandeling zijn, een podcast, een ode in een achtertuin. Een klein ritueel om ons gezond te houden in een ontwrichtende tijd.

Het heeft geen zin meer af te wachten. Laten we met alle expertise die we hebben andere vormen durven kiezen, het met minder durven doen. Het zou zomaar kunnen dat die lege stoelen ooit werden bezet door mensen die nu aan het wandelen zijn, het populairste tijdverdrijf sinds de pandemie is uitgebroken. Uit nood geboren, maar misschien ook uit verlangen in contact te zijn met wat ons omringt. Een handvol makers loopt al mee; praat, zingt, zwijgt, geeft betekenis aan het samen op weg zijn. Laten we daar in godsnaam geen categorie voor verzinnen.

Niet iedereen hoeft door de modder te ploegen, maar we kunnen ons – veel meer dan nu – aanpassen aan de onvoorspelbaarheid die onze levens beheerst. Daar hebben we tijd en ruimte voor nodig, waarvan we een deel kunnen winnen als we stoppen ons vast te klampen aan oude structuren.

Wie weet krijgen we er uiteindelijk een mooier veld voor terug, waarin makers zichzelf niet meer verliezen in overproductie en het dwingende ritme van seizoensbrochures. Waarin we ons niet schikken naar programmaboekjes, maar naar de seizoenen van onze planeet, onze vertelvorm laten afhangen van winters en zomers.

We hoeven niet bang te zijn dat we verdwijnen, zolang we onthouden wat we zijn: verhalenvertellers. Door middel van verhalen hecht de mens zich aan de wereld, daaraan zal altijd behoefte zijn. Zelfs als alles instort, zullen we ons verzamelen rond een vuurtje, wachtend op het moment dat iemand begint te zingen, dansen, vertellen.

Over de auteur

Marjolijn van Heemstra (Amsterdam, 1981) heeft godsdienstwetenschappen gestudeerd. In 2009 debuteerde zij als dichter met de bundel Als Mozes had doorgevraagd. In 2012 verscheen haar eerste roman De laatste Aedema. Als theatermaker is ze verbonden aan Theater Frascati in Amsterdam en aan Theater Rotterdam. Sinds 2019 is ze correspondent ruimtevaart bij De Correspondent; ze onderzoekt hoe de ruimte een nieuw perspectief kan bieden op de aarde en de toekomst.

Marjolijn van Heemstra Beeld Jiri Büller
Marjolijn van HeemstraBeeld Jiri Büller
Meer over