Als bruisend water in een goot

Kees Fens

Rossetti was naast schilder dichter, en ook in de poëzie vormde hij met enkelen een kring. Vandaar de benaming van die dichters. Een relatie tussen de twee onderdelen van zijn kunstenaarschap is moeilijk aan te wijzen, zoals dat altijd bij dubbelkunstenaars het geval is. In beide kunstvormen is Rossetti een gedrevene geweest. Poëzie beheerste hem het eerst. Hij was al heel vroeg een alles verslindende lezer: Goethe, Byron, Shakespeare, Poe en natuurlijk vooral Dante. Die was de huisgod van de familie Rossetti.

De vader, Gabriele, was een Italiaanse balling. Hij heeft zich zijn hele leven met Dante beziggehouden, maar al zijn theorieën over diens werk werden verworpen. Hij stierf met lege handen en de hele oplage van zijn laatste diepzinnige studie werd door de familie vernietigd. De zoon vertaalde La Vita Nuova en werk van Dantes tijdgenoten. Hij zette al vroeg zijn tweede naam voorop. Dante werd zijn eerste voornaam.

Rossetti was een alles en iedereen bezielende figuur, een veroveraar ook, de bijna absolute kunstenaar, die zijn vrij korte leven - 1828-1882 - helemaal heeft uitgeleefd, met ziel en zinnen. Bijna ontroerend is het getekende vroege zelfportret: een smalle jongen met lang haar. Zijn leven zal zijn gezicht goed tekenen: het was aan het einde dik en opgezet, de ogen waren zwaar van melancholie en de overmoed van het lange haar was allang verdwenen. Zijn biografie - de jongste, voortreffelijke verscheen in 1999 en werd geschreven door Jan Marsh - is uiterst boeiend en meeslepend, tragisch ook, naar het einde. (Marsh schreef ook over het leven van Rossetti's zus, Christina, een literair zeer begaafde vrouw, die al haar talenten ondergeschikt maakte aan een heel strenge, scrupuleuze religiositeit, van de meest benauwende Victoriaanse soort; zij bleef ongetrouwd.)

Rossetti, die als schilder snel kon werken en succesvol was, heeft zijn schilderkunst altijd als 'broodwerk' afgedaan. Zijn poëzie stelde hij veel hoger. Zijn tijdgenoten oordeelden anders, latere generaties ook. Als dichter is hij zelfs lange tijd de mindere van de schilder geacht. Andere Victoriaanse dichters, Tennyson en Hopkins bijvoorbeeld, zetten zijn gedichten in de schaduw.

Ik vermoed dat er nu een evenwicht is: schilderkunst en poëzie worden beiden hooggeacht. Beide krijgen ook hun eerbetoon: in het Van Gogh Museum is een overzichtstentoonstelling van Rossetti's schilderijen, aquarellen en tekeningen, en bij Athenaeum-Polak en Van Gennep verscheen onder de titel Sonnetten een tweetalige bloemlezing uit de afdeling The House of Life van zijn derde en laatste bundel, Ballads and Sonnets, die een jaar voor zijn dood verscheen. De vertaler is Ike Cialona (die onder meer Ariosto en, samen met Peter Verstegen, de Divina Commedia vertaalde).

Het sonnet is een gekunstelde vorm. Rossetti slaagt erin, met de grootste dichters van het genre, die vorm een natuurlijk karakter te geven. Alles, indeling van octaaf en sextet, metrum, enjambementen, rijm, is en klinkt haast vanzelf. Soms is het octaaf één doorlopend geheel. Poëzie is ook mooi als ze ten slotte schitterend op haar laatste versvoeten terechtkomt. Virtuoos zijn de sonnetten van Rossetti zeker. De liefde en de natuur zijn de twee hoofdonderwerpen. En zeker de eerste kent een prachtige zinnelijkheid (zoals die ook in Rossetti's vrouwenportretten te zien is).

Een heel mooi sonnet, waarin natuur en liefde samengaan, is 'Silent Noon', 'Middagstilte'. Ik citeer het sextet, al was het alleen maar voor de slotregel, een der mooiste verzen die ik ken:

Deep in the sun-searched growths the dragon-fly

Hangs like a blue thread loosened from the sky: -

So this wing'd hour is dropt to us from above.

Oh! clasp we to our hearts, for deathless dower,

This close-companioned inarticulate hour

When twofold silence was the song of love.

In de Nederlandse vertaling:

Alsof de waterjuffer in het gras

Een draadje van de lauwe hemel was.

Zo werd ons dit gevleugeld uur geschonken.

Laat ons gedenken, liefste, levenslang,

Hoe stil en woordeloos de liefdeszang

In ons gedeelde zwijgen heeft geklonken.

Opvallend - en niet alleen hier - is dat de vertaler beknoptere regels maakt dan in het origineel. Zij voegt samen of maakt impliciet wat in de oorspronkelijke tekst meer expliciet is. Zij verdicht dus het gedicht! Een enkele keer, zoals in het geciteerde sextet, leidt dat tot wat ik maar kaalheid noem. Of zuinigheid, als men wil. Superieur vertaald is het octaaf van het beroemde 'Nuptial Sleep', dat hier 'Liefdesnacht' heet:

Hun monden zijn allengs uiteengegaan,

Met pijn. Als bruisend water in een goot

Dat weer tot rust kwam toen het onweer vlood,

Zo ebde beider hartekolk stilaan.

Hun lijven lieten elkaar los, ontdaan

Als tweelingbloemen, aan de moederloot

Met kracht uiteengebogen; gloeiend rood

Riep beider mond van ver de ander aan.

Veel van de liefdessonnetten zijn geschreven voor Jane Morris, de vrouw van de grote kunstenaar William Morris; met haar had Rossetti een hartstochtelijke verhouding. (P.C. Boutens, die gedichten van Rossetti vertaalde, nam in de bundel Carmina een zeer fraai en vergeestelijkt sonnet op dat hij opdroeg 'Aan D.G. Rossetti voor zijn portretstudies naar mevrouw Morris').

Een sonnet als 'Winter' moet hij in zijn laatste jaren hebben geschreven: de wereld is leeg geworden, de lijster, de dichter natuurlijk, zit heel groot en alleen in de kale hagendoorn. Van ziel en zinnen heeft hij alleen de eerste overgehouden, erg gekreukt bovendien. Ga kijken en lezen.

Dante Gabriel Rossetti: Sonnetten.
Vertaald uit het Engels door Ike Cialona.
Athenaeum-Polak en Van Gennep; 94 pagina's, euro 18,95.
ISBN 253 4683 9.
Overzichtstentoonstelling van Rossetti in het Van Gogh Museum, Amsterdam; 27 februari tot en met 6 juni.

Meer over