Alles moet weg

Hij doet deze maand voor meer dan een miljoen gulden aan schilderijen, tekeningen en objecten de deur uit, en hij vindt het ge-wel-dig....

tekst Paul Depondt en fotografie Venus Veldhoen

'Jan, ik zou nooit jouw vak kiezen', schampert kunstenaar Jan Dibbets. 'Mijn reet heeft geen behoefte aan een stoel.'

'Ik ben ook geen kunstenaar', repliceert Jan des Bouvrie, 'ik ben een meubelmaker - een ontwerper die voortdurend kijkt naar kunst en veel van kunst en kunstenaars houdt'.

'Kunst moet in beweging zijn', art on the move, luidt het nieuwe credo van Nederlands meubelgoeroe en interieurdokter Jan des Bouvrie. Hij voegt de daad bij het woord en veilt op woensdag 20 oktober bij Sotheby's een groot deel van zijn kunstcollectie. 'Het moet allemaal de deur uit.' Wat bij het ontwerpen van zijn meubels en interieurs ooit een bron van inspiratie voor hem was, 'kan nu weer anderen leiden in hun groei'.

Des Bouvrie (1942) heeft een missie: hij wil 'de mensen wakker schudden'. Sommigen fluisteren dat hij het alleen voor het geld doet, dat de guldens in Naarden, het meubelpaleis van de ontwerper, rollen als nooit tevoren. 'Ik ben nooit met geld bezig', zegt Des Bouvrie. De baten van de veiling worden aangewend 'om weer meer eigentijdse kunstenaars te ontdekken'. Dat is voor hem vanzelfsprekend.

In 1983 won Des Bouvrie een geding tegen de psp. Die hadden 'de rijkaard' in een televisiefilmpje als een asociale Nederlander afgeschilderd. In de film werd naast Des Bou vrie het gezin Pauw in beeld gebracht, dat van een minimuminkomen moest rondkomen. Des Bouvrie eiste een rectificatie. De rechter gaf hem gelijk. Jan is 'maar een eenvoudige middenstander'. Eigenlijk doet hij hetzelfde als de familie Brenninkmeijer van C & A. Die hadden vroeger een winkel in garen en band, vertelde hij aan hp/de Tijd, 'en nu is het allemaal wat groter'. Dat zei hij ook op televisie bij zijn vriend Gert Jan Droge, 'en de volgende ochtend had ik mevrouw Brenninkmeijer aan de telefoon'. Middenstanders? Hoe hij het in zijn hoofd had gehaald?

De naam Des Bouvrie klinkt elitair, duur. Nu ja, hij stamt 'gewoon van de Hugenoten af'. Tintelende ogen, jongensachtig, wit colbertjasje, zwarte pantalon, glimmende schoenen, sigaartje, every inch een zakenman - zo loopt hij door de toonzalen van zijn meubelzaak Het Arsenaal in de oude vestingwerken van Naarden. Des Bouvrie is opgegroeid in Bussum, 'boven een meubelzaak'. Er werd alleen maar over meubelen gepraat. 'Het zit ons in het bloed.' Zijn opa was schrijnwerker. Hij had een meubelmakerij aan de Amsterdamse Ceintuurbaan. In het begin van de oorlogsjaren openden zijn ouders een Goed Wonen-zaak in Bussum. Ze probeerden 'het betere interieur aan de man te brengen'. Jan, hun enige zoon, schilderde er op tienjarige leeftijd zijn kamer helemaal zwart en wit. Toen al wist hij wat hij later wilde worden: ontwerper.

'Als ik een huis binnenkom, zie ik meteen wat voor soort mensen het zijn. Dan zie ik kinderlaarsjes, of een paraplu in de hoek, en dan denk ik: dat zijn leuke mensen. Nederland moet de helft van zijn huisraad weggooien, dan is iedereen leuker ingericht. Ik had hier enkele oude dames op bezoek en die zeiden: mijnheer Des Bouvrie, wij hebben helemaal uw smaak niet, maar we hebben de helft eruit gegooid en het is inderdaad leuk. Daar gaat het om. Soms kom ik bij mensen thuis, maar die zie je dan gewoon niet. Die zakken in hun eigen interieur weg door al die Perzische kleedjes en bloemstoffen op de bank. Je woont niet mooier met een hoeveelheid pracht en praal. Je oogt niet beter voor de buitenwereld. Hoe minder je laat zien, hoe fijner je woont, lekker in een sober interieur met allure.'

Des Bouvrie volgde lessen aan de Kunstnijverheids-school, de latere Rietveld. Hij had weliswaar zijn mulo niet afgemaakt, maar slaagde in 1961 - omdat hij goed kon tekenen - voor het toelatingsexamen. 'Die academie heeft mijn le ven gered.' Mijnheer Schelvis, bij wie hij toelatingsexamen deed, zei: zet dat ding daar maar neer. Des Bouvrie had een maquette op schaal gemaakt van een woonboot. Weken lang tuurde hij naar de brievenbus. Hij werd aangenomen en maakte de vier jaar vol. Jan dacht: en nu ga ik een tijdje op reis. Jij gaat nergens heen, zeiden zijn ouders, 'je kunt beneden helpen in de zaak'.

Ze verkochten in hun Goed Wonen-winkel meubelen van Gelderland. Die waren lelijk, vond Jan. 'Maak dan wat beters', zei de oprichter-directeur van Gelderland. Jan tekende een rechthoekig bankje, waarvan de rug en de armleuningen even hoog waren en even dik - de beroemde Kubusbank, 'waarvan er inmiddels meer dan honderdvijftigduizend zijn verkocht'.

Zijn vader kreeg een beroerte. Zes jaar nog zat hij verlamd en zwijgend in een rolstoel. Jan des Bouvrie werd bedrijfsleider van de winkel in Bussum en de verfkwast ging over de wanden. Alles werd wit geschilderd, zoals op zijn jongenskamer: het Des Bouvrie-wit. Hij wilde het licht bin nenlaten in het sombere en smoezelige Nederlandse bin nenhuis. Dat was toen revolutionair.

Witte meubelen zijn mooier dan eiken meubelen, vond Des Bouvrie. Hij zou de Nederlanders laten zien hoe ze hun huizen moeten inrichten. Alle truttemerullen moesten eruit. 'En laat ik nou ook maar eens proberen die kaboutertjes uit de tuin te krijgen', dacht hij toen, 'terwijl ik nu gehoord heb dat onze vriend Philippe Starck weer kabouters gaat ontwerpen.

'De meeste mensen kopen veel te veel. Lelijke dingen ook.' Een goede bank is een robuust ding, zegt Des Bouvrie, 'dat ontzettend goed zit', met een nette stof. 'Het mooiste meubel is ruimte. Een meubel mag niet aanwezig zijn; het laat zich niet zien. Architecten zijn eigenlijk meubelontwerpers. Le Corbusier en Rietveld hebben de allermooiste meubelen gemaakt. Allemaal zijn ze met meubels bezig. Ik noem het weleens: vanuit de stoel ontwerpen. Laat iemand vooral maar leuk op een stoel zitten.

'Mijn Kubusbank is gewoon een mooi ding waar iedereen mee kan doen wat hij wil, waar je lekker in kunt zitten; maar een tafel, dat is het mooiste meubelstuk dat bestaat. Een tafel geeft steun. De beste gesprekken voer je altijd aan tafel. Aan tafel zitten is veel intiemer dan op een bank.' Romances kunnen alleen maar aan een tafel opbloeien, meent Des Bouvrie, 'in een restaurant of thuis'. Je hebt het beste oogcontact, je kunt je handen kwijt, je kunt natafelen en je zit beschermd.

'In een huis moet je altijd twee kamertjes hebben, een kamer waar je naar geluid kunt luisteren en naar televisie kunt kijken, en een kamer waar je met elkaar aan tafel zit te praten, en ruzie maakt, en elkaar in de ogen kijkt, en je kind vraagt hoe het op school was. De helft van de bevolking zit alleen nog maar in een kamer met een blauwe buis. Of met internet. Mensen praten niet meer. Ik ben ongelooflijk bang voor internet en computers. De keiharde klap komt nog, volgende eeuw. Multinationals vallen uit elkaar en er komen weer kleine bedrijfjes, waar een baas zit die weet hoe een fiets in elkaar zit. Daar ben ik van overtuigd. Ik kan een multinational worden als ik wil, maar ik wil het niet. Misschien kan ik het ook niet. Ik wil weten waar ik mee bezig ben. Het emotionele is heel belangrijk. De communicatie ook.'

Des Bouvrie is een gezelligheidsdier. Hij houdt van feestjes, van glamour en allure, de wereld van de happy few. 'Het is te eenvoudig om het te ontkennen. Ik ben een echte mensenman.' Daarom loopt hij graag op zaterdagen door de toonzalen. 'Kijk, ik heb een televisieprogramma, een home-magazine dat nu het vijfde jaar ingaat, en ik dacht bij de eerste uitzending: dit houd ik geen drie weken uit. Maar na een paar maanden ontdekte ik dat ik ergens in een cafeetje zat en dat iemand riep: hé Jan, kun je mijn caravan inrichten? Toen wist ik het: het werkt! Ik kom uit een middenstandsgezin. We moesten vechten voor ons brood. Het maakt me niks uit of ik een flatje moet inrichten of een kasteel. Ik vind het allemaal leuk. Het is even spannend.'

Hij werd geprezen en verguisd, uitgespuugd en bewierookt. Hij verscheen in televisiequizzen en was een vaste verschijning in Glamourland - 'Daar zijn we weer!' - of de Playback Show. Je zag hem met zijn paarden op concoursen, hij reed rond in glanzende automobielen en hield van fees ten en partijen. Dat heeft hij gehad. Hij scheidde van Joke - 'in wezen zijn we tien jaar bezig geweest uit elkaar te gaan' - en nu zit hij op zondagen thuis op de bank, bij zijn tweede vrouw Monique en de kinderen.

Het was werken en feesten, tafelen en genieten. 'Ik wilde er eigenlijk mee ophouden. Maar toen kwam ik opeens dit gebouw voorbij, een oude munitieopslagplaats, en dacht: als ik daar nou eens allerlei bedrijven neerzet die iets met mijn vak te maken hebben, die allemaal gespecialiseerd zijn in adviezen geven. En dat is gewoon gelukt! Je ziet hier mensen met vloeren bezig, met badkamers, met meubelen. Dat is toch ge-wel-dig?' Des Bouvrie had Naarden 'weer op de kaart gezet'. Nu komen de mensen 'een dagje Arsenaal pikken', en kunnen er eten bij Paul Fagel.

Met zijn vriend en cuisinier Gerard Fagel, die is ver moord , reisde hij tien jaar lang de wereld rond - van restaurant naar restaurant, 'soms drie keer eten per dag' - en van galerie naar galerie. Hij had altijd 'zijn dagboekje' bij zich, een opschrijfboekje waarin hij wat hij zag in tekenin getjes vastlegde. Des Bouvrie is leesblind, het schrijven en lezen gaat moeilijk, en daarom 'kan ik goed kijken'. Vroeger op school keek hij voortdurend uit het raam, 'want ik had toch niks anders te doen'.

Op de academie zaten Ger van Elk en Wim T. Schippers - 'een genie' - bij hem in de klas. Des Bouvrie kocht hun werk. 'Ger had een meubel nodig, ik wilde een schilderij.' Hij hing hun schilderijen op in de winkel. 'Dat was toch gek? Mensen kochten wel goede meubelen, hebben er ook verstand van, maar waren totaal niet met kunst bezig. Nu komt ineens een bakker in de zaak, en zegt: o, ik vind die Jan Schoonhoven zo mooi! Men wil niet alleen meer een zwak Van Goghje naast een geraniumpje.'

Hij kocht tekeningetjes van David Hockney, de konin ginnen van Andy Warhol, de badjassen van Jim Dine. 'Dat kostte toen vijftienhonderd gulden voor een hele map. En ja, dat kon ik gewoon niet betalen. Maar ik ben toch gaan kopen.' De waarde van de bij Sotheby's te veilen kunstwerken wordt nu op meer dan een miljoen gulden geschat. Des Bouvrie is uitgekeken op zijn Warhols, zijn Cremers en Hockneys. Hij verkoopt zijn Van Elks (20 tot 30 duizend gulden), Armans Geld in vrouwelijke torso (40 tot 60 duizend), een imposante fotocompositie van Gilbert & George (65 tot 85 duizend), een vaas van Picasso (50 tot 70 duizend) en zelfs enkele schilderijen van 'mijn lieveling' Hans van Hoek (50 tot 80 duizend).

'Mijn mooiste schilderij is Van Hoeks Jan in a white shirt, daar kijk ik elke dag naar. Karel Appel kwam bij me thuis en toen hij het zag, riep hij: "Wat is dat? Die man kan schilderen!"' Des Bouvrie zoekt de kunstenaars op in hun atelier. Hij was bij Dine, Christo, Arman, César en Gilbert & George. 'Ik was een keer in New York in de Club 54, de discotheek waar Andy Warhol altijd zat. Ik vond er geen reet aan en ging in de hal bij een vent op een bankje zitten praten. Bij het naar buitengaan vroeg een vriend of ik wel wist wie dat was op die bank? Ik had een half uur met Warhol gesproken, een gewone en ontzettend aardige vent.'

Zijn vrienden-kunstenaars reageren heel verschillend op de verkoop. 'Sommigen vinden het heel spannend wat ik ga doen, en anderen roepen: oh en ah, en dit en dat! Dat is ook logisch. Want er zitten wat dametjes en heren bij. Ze hebben allemaal een grote mond. Maar dat vind ik niet zo erg, het is mijn beslissing.

'Alles moet in beweging zijn. Ook kunst. Je moet niet alleen maar verzamelen. Het moet de deur weer uit. Dat is ge-wel-dig! Je mag ook dingen loslaten, waarom moet je het altijd vasthouden? Het is een soort kleine-jongetjesdroom. Op een gegeven moment droom je van iets en dan wil je dat hebben, en als je het hebt, is het over. Ik heb dat eens ge hoord in een interview met een heel beroemde ontwerper. Die zei: ik heb altijd alles gekocht en ik kan ook alles kopen, maar ik koop niets meer; ik ga alleen nog maar kijken. Want als je het bezit, gaat het over.

'Ik heb ontzettend veel plezier gehad met mijn springruiter Anton en mijn paard Jumbo. Die zijn nu allebei met pensioen. Jumbo is bijna dertig geworden, wat voor een paard heel oud is. Die heeft gesprongen tot zijn drieëntwintigste. Toon woont hier in Naarden. Dat was een geweldige ruiter. Je krijgt nooit meer een tweede Jumbo of een tweede Toon. En dan denk je: dat ik dit heb mogen meemaken! Ge-wel-dig. Dan mag dat boek dicht. De meeste mensen gaan op zoek naar een nieuwe ruiter en een nieuw paard, maar dat lukt je toch niet meer. Toon is Europees kampioen geworden, op mijn paard dat ik ooit aan een lijntje heb gekocht. Dat is ook zo met auto's. Mijn oude bolides heb ik verkocht. Ik heb minder nodig en dat is een prettig gevoel.'

Art on the move, 'alles moet weg'. Jan des Bouvrie is niet zo hebberig. Hij kan leven zonder feesten, zonder zijn paarden maar niet zonder kunst. 'Dat is pure emotie.' Hij wil meer en vooral nieuwe kunst kopen. Des Bouvrie zag ooit een film over een man van meer dan tachtig jaar. Die woonde in een lege en kale ruimte, misschien met een schilderij, maar met maar één stoel. Zo zou hij willen eindigen, 'als die man in die kamer met dat ene meubel'.JW

Meer over