Boeken

Alles fout gezien en verkeerd begrepen ★★★★☆

Ingetogen, souvereine roman van Carys Davies over een dolende Engelse vijftiger die een nieuw leven zoekt in India.

Carys Davies  Beeld Jonathan Bean
Carys DaviesBeeld Jonathan Bean

Het is een literaire trope die zo oud is als de roman: westerling zoekt avontuur, carrière, spirituele verheffing of gewoonweg veel geld en trekt naar de Oost. Voor Nederlanders betekende dat lange tijd onze Gordel van Smaragd, voor de Britten hun Jewel in the Crown, oftewel het Indiase subcontinent. Sommigen vonden wat ze zochten, anderen niet, maar over één ding waren de meesten het eens: de oosterse en westerse culturen waren toch wel heel erg verschillend, en als je dacht dat je de ander begreep, dan wilde dat als puntje bij paaltje kwam nog weleens vies tegenvallen. Rudyard Kipling bedacht er een mooi aforisme voor.

Naast heel veel verliezers had dat culturele onbegrip één grote winnaar: de literatuur. Kipling, J.G. Farrell, Paul Scott en, last but not least, E.M. Forster hebben prachtig geschreven over de interculturele verwarring die de ontmoetingen tussen Oost en West heeft opgeleverd. ‘Literature of the Raj’ (de periode dat het subcontinent een Britse kroonkolonie was) is ten overzijde van het Kanaal een begrip.

Wanneer de Welshe auteur Carys Davies – die drie jaar geleden sterk debuteerde met West – in haar tweede roman Het missiehuis (The Mission House) haar gedesillusioneerde hoofdpersoon Hilary Bird naar India laat afreizen, betreedt ze dus vertrouwd terrein. Vooral omdat je als lezer aanvankelijk de indruk kunt krijgen dat deze roman ten tijde van de Raj speelt. In het bergplaatsje waar Bird zich tijdelijk vestigt, heb je immers een King Star Chocolate Shop, een Modern Stores-winkel waar je Highfield Premium Tea en Hartley’s frambozenjam kunt kopen, en de boekhandel van Higginbotham’s, die prima gesorteerd is in Britse klassieken.

Al snel echter voert de aanwezigheid van een internetcafé ons naar moderne tijden en wordt duidelijk dat Bird een hedendaagse vijftiger is die tot voor kort bij een bibliotheek in een Londense voorstad werkte. Maar wat ooit een oord van rust, ernst en beschaving was, is verworden tot een plek vol hinderlijk ratelende toetsenborden, onpersoonlijke automatische uitleenbalies en mensen die hun mond niet kunnen houden in de leeszaal. Wanneer hij zijn baan verliest, is dat eigenlijk een soort bevrijding. En is het tijd voor ‘iets anders’.

Bird behoort dus tot het slag westerlingen dat in India vooral ontsnapping zoekt. Door zijn onhandigheid, stugheid en angst voor het onbekende (‘zodra je oogcontact maakt, ben je verloren’), wekt hij het mededogen van een Indiase presbyteriaanse padre: Bird mag wel een tijdje goedkoop in het missiehuis verblijven, dat tijdelijk leegstaat.

Onnadrukkelijk maar soeverein werkt Davies twee verhaallijnen uit: enerzijds die van de verdoolde zoeker die in een nieuwe omgeving gaandeweg zijn evenwicht hervindt en weer tot zichzelf komt door het creëren van vaste patronen en ijkpunten die zijn leven structuur geven. En anderzijds dat van de buitenstaander die denkt dat hij greep aan het krijgen is op zijn omgeving, maar daarbij voortdurend mistast en verkeerd interpreteert.

Bird laat zich dagelijks naar een aantal vaste locaties rijden door tuktukchauffeur Jamshed, die de hemel te rijk is met deze klant. Hun verbale contact is in alle opzichten eenrichtingsverkeer. Daarnaast is er de 19-jarige, gehandicapte adoptiedochter van de padre, Priscilla, die mank loopt en geen duimen heeft, en voor wie haar adoptievader een echtgenoot zoekt. De Engelsman overweegt dat hier wellicht een rol voor hem is weggelegd, en de verwikkelingen waartoe dit leidt zijn op een mooie, ingetogen manier tragikomisch.

Reeds vroeg in de roman suggereert Davies dat er in het schijnbaar rustige stadje waar Bird zich heeft gevestigd verwikkelingen gaan plaatsvinden die niet onopgemerkt aan de Engelsman voorbij zullen gaan. Het hindoenationalisme broeit, er hangt dreiging in de lucht. Voor wie het wil en kan zien. Ook Bird zal zich dat realiseren. Heel laat.

Carys Davies: Het missiehuis. Uit het Engels vertaald door Nicolette Hoekmeijer. Meulenhoff; 270 pagina’s; € 20,99.

Meer over