Alles draait in Elisabeth om de Dood

De première van de musical Elisabeth maakte in positieve zin twee dingen duidelijk: Pia Douwes is een ster van wereldformaat en choreograaf Toer van Schayk heeft eindelijk een eind gemaakt aan de obligate musicalballetten....

Hein Janssen

Elisabeth is in het Circustheater de opvolger van The Phantom of the Opera en Miss Saigon. Van den Ende haalde de musical uit Wenen waar hij jarenlang een groot succes was en waarin Pia Douwes ook al de hoofdrol zong. In die zin had zij een voorsprong op de rest van de cast, omdat zij al honderden malen de rol van de Oostenrijkse keizerin heeft gespeeld. Los daarvan is haar talent enorm en allround: ze heeft een krachtige stem die ze nu ook eens van de zachte kant laat horen, ze kan fantastisch dansen en ze is een goed actrice. Dat laatste is meer uitzondering dan regel in dit genre, waar men zich voornamelijk bedient van grote gebaren en ronkende stemmen.

Ook in Elisabeth wordt bij vlagen weer overdreven geacteerd, zoals door Wim van den Driessche die de rol van Luigi Lucheni speelt - niet alleen Sissi's moordenaar, maar ook de verteller van het stuk. Hij is degene die de scènes aan elkaar praat en van commentaar voorziet. Hij doet dat als een niet-leuke oom op een fout familiefeest. De vertellersrol is bovendien een zwaktebod omdat hij in een goed script overbodig zou zijn. Een goede musical vertelt zijn eigen verhaal.

Een trouvaille daarentegen is de rol van de Dood, die Elisabeth haar hele leven op de hielen zit. Zo krijgt het verhaal over het jonge meisje dat de keizer trouwt en daarna ten onder gaat aan zowel de strenge regels van het hof als aan haar zelfdestructieve aard, nieuwe dimensies. De Dood wordt gespeeld door Stanley Burleson die hem als een doortrapte verleider neerzet. Hij fluistert zoete woordjes in haar oor als een hitsige minnaar die niet zal rusten voordat zij in zijn armen ligt en symboliseert het noodlot dat Sissi haar hele leven achtervolgt. Burleson geeft de rol een superieure interpretatie, met als hoogtepunt De Laatste Dans, een van de twee beste nummers uit deze musical. Het andere is Mijn leven is van mij, Sissi's leitmotiv dat door Douwes huiveringwekkend mooi wordt gezongen.

Beide nummers zitten in het deel voor de pauze, dat een goed evenwicht kent tussen lichte en serieuzere scènes. Na de pauze is het een en al kommer en kwel. Sissi heeft zich dan volledig uit het openbare leven teruggetrokken en leidt een kwijnend bestaan. Aan het hof vinden allerlei politieke intriges plaats, de keizer (een wel erg fletse Jeroen Phaff) gaat naar de hoeren en tot overmaat van ramp pleegt Sissi's zoon Rudolf (Addo Kruizinga) zelfmoord. De scènes hangen dramaturgisch gezien als los zand aan elkaar. Ze komen zo maar uit de lucht vallen, zoals het enorme schaakbord waarop de keizerin-moeder (Doris Baaten) nieuwe listen verzint om haar schoondochter schaakmat te zetten. Ook een overbodige bordeelscène voegt niets aan het verhaal toe.

Elisabeth is in technisch opzicht een hoogstandje met prachtige plaatjes (laat dat maar aan regisseur Eddy Habbema over), suggestieve beelden, weelderige kostuums en pruiken en een machinerie die perfect werkt, hoewel de draaischijf iets te veel overuren maakt. Daarmee wordt productioneel een topprestatie geleverd, die een volwassen musicaltraditie verraadt. Jammer alleen dat het repertoire zo armetierig is en dat de makers van al die musicals zoveel van elkaar menen te moeten 'lenen'. Elisabeth bevat regelrechte citaten uit Les Misérables, Chess, Miss Saigon en vooral Evita; muzikaal is gejat uit het hele wereldrepertoire, voorzien van rockarrangementen als bewijs van eigentijdsheid.

Seth Gaaikema vertaalde Elisabeth in sinterklaasrijmelarij met voortdurend verkeerde klemtonen. Ondanks de Candlelight-poëzie ('dan verzacht ik jou alle pijn') valt er niet veel te snotteren en te zwijmelen bij Elisabeth, dat meer imponeert dan emotioneert. Gelukkig is het slot waarin Sissi uiteindelijk de kus des Doods op haar lippen voelt, verbluffend mooi: niet alleen sensueel, maar ook een bevrijding.

Meer over