ALLEMAAL EVEN JONI MITCHELL

Midden jaren zeventig ontstond een hausse aan Joni Mitchell-klonen. Vrouwen in de ban van de legendarische folkzangeres die in eigen beheer platen uitbrachten, met aandoenlijke zelf ontworpen hoezen....

Ergens midden jaren zeventig kreeg de ambitieuze zangeres Priscilla Quinby een afwijzing van een platenmaatschappij waar ze een paar van haar liedjes naar toe had gestuurd: ‘De wereld zit niet te wachten op nog een Joni Mitchell.’ Quinby, ongetwijfeld teleurgesteld, liet zich niet uit het veld slaan. Dan maar geen platencontract, dacht ze, waarop ze haar plaat perste in een kleine oplage die ze zelf aan de man bracht.

Van Priscilla Quinby is nooit meer iets vernomen, totdat er onlangs door een klein Amerikaans liefhebbers-label, Numero Group, een liedje van haar op een cd werd uitgebracht. With All Hands heet het en het lijkt inderdaad beïnvloed door de de folk van Joni Mitchell uit de vroege jaren zeventig.

Wayfaring Strangers: Ladies Of The Canyon heet de cd waarop Quinby’s liedjes zijn opgenomen. Het album is vernoemd naar de voor de Amerikaanse popgeschiedenis buitengewoon invloedrijke derde plaat van Mitchell, Ladies Of The Canyon, met daarop liedjes als Woodstock en Big Yellow Taxi. En, zo blijkt, de dertien andere zangeressen op Wayfaring Strangers hebben ook allemaal erg naar Joni Mitchell geluisterd. Allemaal zullen ze een afwijzing als Quinby hebben ontvangen, maar allemaal hebben ze toch een plaat uitgebracht. In eigen beheer, met aandoenlijke zelf ontworpen en getekende hoezen.

Die platen zijn niet zozeer vergeten als wel nooit opgemerkt. De zangeressen verkochten ze bij hun optredens, die vaak niet buiten een straal van vijftig kilometer van hun woonplaats plaatsvonden. De samenstellers van de cd was het erom te doen een overzicht te geven van wat ze de ‘Female Folk Nuggets’ van de jaren zeventig noemen. Het is een historisch belangwekkende cd, omdat onomwonden komt vast te staan hoezeer Mitchell met haar eigenzinnige, volkomen idiosyncratische muziek van invloed was op haar generatiegenoten.

In 1970 was het gedaan met het naïeve hippiedom. Na alle positiviteit, bewerkstelligd door het Woodstock-festival in de zomer van 1969, maakte het Altamont-festival, dat met een Hells Angels-moord volledig uit de hand liep, een einde aan alle illusies van de flower-powergeneratie. Dat had zijn weerslag op de popmuziek, waar de grote gebaren plaatsmaakten voor introspectie. Mannelijke singer/songwriters als James Taylor en Jackson Browne raakten in de mode, en bij deze in de Canyons van Los Angeles verblijvende muzikantenscene zou zich ook Joni Mitchell voegen. Haar persoonlijke maar vooral poëtische teksten vol symboliek sloegen aan in het tijdvak tussen flower power en de vrouwenbeweging van de late jaren zeventig.

De veertien liedjes op Wayfaring Strangers: Ladies Of The Canyon komen precies uit dit tijdvak, en geven een mooi beeld van vrouwen die zich begeleid door gitaar of piano allemaal even Joni Mitchell waanden.

Maar Mitchell hield niet zo van concurrentie, blijkt uit het gelijktijdig met deze cd verschenen boek Hotel California: Singer-Songwriters And Cocaine Cowboys In The LA Canyons 1967-1976 van de Britse popjournalist Barney Hoskyns. In deze zeer inzichtelijke studie over een belangrijk stuk Amerikaanse popgeschiedenis, de jaren zeventig, heeft Hoskyns niet alleen aandacht voor de gebruikelijke Crosby, Stills, Nash & Young, The Eagles en Joni Mitchell en Jackson Browne, maar ook voor de tot een paar jaar geleden vergeten Judee Sill. Sill, zo suggereert Hoskyns, kan wel eens slachtoffer zijn geworden van Mitchells veeleisendheid.

Judee Sill (1945-1979) was begin jaren zeventig, net als Mitchell, een veelbelovende zangeres die haar liedjes zelf schreef en begeleidde met gitaar of piano. Ze had al een leven van heroïneverslaving, prostitutie en gevangenisverblijf achter zich toen ze in 1970 aansluiting vond bij de muzikantenscene in de valleien van Los Angeles. Tussen hen bevond zich ook entrepreneur David Geffen, die al betrokken was bij de doorbraak van Joni Mitchell, maar haar zelf, net als een andere protegé, Laura Nyro, niet kon strikken voor zijn eigen nieuw op te richten platenlabel Asylum Records.

Geffen wilde een eigen Joni Mitchell en liet zijn oog vallen op Sill. Haar titelloze debuutalbum zou in 1971 de eerste elpee op Geffens label worden.

Het is nog altijd een fabelachtig mooie plaat, met als hoogtepunt het door Graham Nash geproduceerde Jesus Was A Crossmaker. Het album werd ook in Europa goed ontvangen, maar Sill had de pech dat Geffens Asylum vlak na haar lp met de debuutplaten van de Eagles en Jackson Browne op de proppen kwam en die slokten alle aandacht op.

Sill maakte in 1973 nog het minstens zo mooie Heart Food, en het gebrek aan promotionele ondersteuning daarvoor zou, volgens Hoskyns, wel eens aan Mitchell te wijten kunnen zijn geweest. Geffen zou haar kunnen contracteren voor zijn label, maar Hoskyns vermoedt dat Mitchell als eis stelde dat hij Sill en andere zangeressen zou dumpen.

Mogelijk, al is wel duidelijk dat Sill en Geffen rond het verschijnen van Heart Food toch al met elkaar in onmin waren geraakt. De plaat flopte in elk geval. Sill werd door Asylum gedumpt en raakte naar verluidt weer aan lager wal.

Ze overleed in 1979 aan een overdosis, maar was al jaren uit het poplandschap verdwenen. Haar platen werden, anders dan die van haar Asylum-collega’s, niet opnieuw uitgebracht en het zou tot 2003 duren voor ze alsnog verschenen op het verzamelaarslabel Rhino Handmade.

Sills twee platen behoren tot de beste uit haar tijd, en lijken dankzij publicaties als die van Hoskyns langzaam een plaatsje in de canon te krijgen. Voor wie nog meer Judee Sill wil horen: het Amerikaanse label Water Records bracht eind vorig jaar nog een dubbel-cd uit met niet eerder uitgebrachte opnamen, ooit bestemd voor een derde elpee. Muzikant/producer Jim O’Rourke mixte de liedjes zoals hij ze bedoeld zag, en een prachtig boekwerkje maakt dit Dreams Come True begerenswaardig.

Joni Mitchell was dan wel de beroemdste Lady From The Canyon, ze was beslist niet de enige en zelfs niet de beste. Ze zou iedereen pas in de schaduw stellen toen Sill al was uitgezongen.

Meer over