Tv-recensieFrank Heinen

Alledaagse eenzaamheid lijkt op tv een zeldzaamheid

Precies een jaar geleden zag ik de zoveelste variant op de prehistorische tv-truc om twee uitersten tijdelijk in elkaars leven onder te duwen. Dit keer ruilden sociale, opgewekte types met vereenzaamde leeftijdsgenoten, terwijl EO-conifeer Bert van Leeuwen informeerde hoe het ze verging. 

In de kern was Proef eenzaamheid, een titel die van eenzaamheid een onbekend gerecht maakte dat je gewoon eens moet proeven, even problematisch als de programma’s waarin mensen voor even van huis, partner of inkomen ruilen. Het punt met verdrietige situaties is nu juist dat je erin vastzit, zonder uitzicht op meer of anders.

Vorige week, in de Week van de Eenzaamheid, zond de EO, voor de vierde keer, elke avond een acht minuten durend portretje van een eenzame medemens uit. Wie kent mij nog? heet het programma, en het bewijst dat moeilijk doen zinloos is als het ook makkelijk kan. Gewoon: mensen laten vertellen over hun eenzaamheid en dat uitzenden. Ontzettend veel mensen zijn eenzaam, en toch komen er maar weinig eenzame mensen op televisie. Eenzaamheid die het gevolg is van Ander Groot Onheil schopt het nog weleens tot het uitzendschema, maar ‘gewoon’ gebrek aan contact zelden.

Er was geen cliffhanger, of een beeld dat zich uit alle macht in je geheugen wilde wringen. Gelukkig.Beeld EO

De mensen uit Wie kent mij nog? vertelden uiteenlopende verhalen: er was een klokkenluider bij, een dwangmatige verzamelaar van geluidsapparatuur, een jongen met allerhande fysieke malheur en iemand die vast zat in een liefdeloos, in alcohol gedrenkt huwelijk. 

En er was Bryan, die moeite had aansluiting te vinden. Waar praat je over in de bedrijfskantine? Wat zeg je, en wanneer precies? Na een massaal beantwoorde Twitter-noodkreet over zijn allenigheid was Bryan beheerder geworden van een Facebook-groep voor Brabanders op zoek naar vriendschap. Zelf werd hij helaas vooral benaderd als beheerder, en niet als potentiële kameraad.

Zoals het voor mensen met een bevredigend sociaal leven moeilijk voor te stellen is om niemand te spreken, niemand te kennen, zo lijkt het voor de hoofdpersonen in Wie kent mij nog? onvoorstelbaar dat het om hen heen ooit níét doodstil was, of zal zijn. De stilte vreet zich een weg naar binnen. 

Bij Jan kwamen ze op een dag een paar vrachtwagens aan spullen weghalen. Zijn kinderen ziet hij niet meer. Hij ziet überhaupt niet veel mensen. Soms staat hij voor de spiegel, maar de spiegel praat niet terug. Een relatie hoeft voor hem niet per se. Met een maatje zou hij al blij zijn.

Spelelement, spanningsopbouw en catharsis: ze ontbraken allemaal. Er was geen cliffhanger, of een beeld dat zich uit alle macht in je geheugen wilde wringen. Gelukkig. Er was niets anders dan het gesprek, en de herinnering aan een bestaan dat ook best het jouwe had kunnen zijn – of nog kon worden.

Meer over