Alle plakboeken open voor de Earring

Nederland en popboeken, dat wordt nooit wat. Af en toe verschijnt er een bundel van een popjournalist, maar aan prestigieuze biografieën of overzichtswerken wagen Nederlandse auteurs en uitgeverijen zich zelden....

Een zo lijvig, ambitieus naslagwerk als de 384 pagina's tellende entweeënhalve kilo zware ode aan de Golden Earring verscheen in Nederlandnog niet eerder. Natuurlijk moest het mooiste popboek gaan over de Earring,de enige Nederlandse groep die er recht op heeft. Daar hoort kennelijk eenvoorwoord bij van de Soldaat van Oranje, Erik Hazelhoff-Roelfzema (hoeverzin je het?). Volgend jaar is het 45 jaar geleden dat de oer-Earringwerd opgericht.

Hoe Nederland over popboeken denkt, wordt nog het best geïllustreerddoor de Earring-bibliografie, die tot deze week uit twee bescheiden titelsbestond: de inmiddels moeilijk vindbare biografie Haags(ch)e Bluf vanPieter Franssen (1992) en het charmante Golden Earring: Rock die niet roest(2004), waarin Maarten Steenmeijer zoekt naar de drijfveren van de Earringvan vandaag.

Aan Golden Earring werkten voor het eerst alle ex-bandleden mee. Alleplakboeken gingen open, alle dozen kwamen van zolder en alle fotografen diede groep ooit vastlegden, stelden hun werk ter beschikking. Het resultaatis een superieur en bijzonder fraai vormgegeven document voor op dekoffietafel.

Op de definitieve biografie blijft het wachten. De vier bandledenvertellen hun verhaal, en er is ruimte gereserveerd voor goedeschrijvers: Bart Chabot, Joost Zwagerman en NRC-journalist Jan Vollaard,die de volledige discografie met de bandleden doornam en daar een boeiendechronologie van smeedde.

Golden Earring is tot stand gekomen op initiatief van twee fans uitArnhem. Met fanboeken is niets mis, maar de Earring verdient ooit eenéchte biografie, geschreven door iemand die zich níet verplicht voelt te beweren dat de band in 2005 beter in vorm is dan ooit.

Was het Amerikaanse geld nou écht helemaal op toen ze terugkeerden naarNederland? Ze werden opgelicht door vage managers, schijnt het, maar waarblijft die reconstructie met hulp van Amerikaanse betrokkenen? Is het waardat heimwee ze terugdreef? Zijn ze werkelijk pas rijk geworden dankzij deunplugged-concerten?

'Niet gek voor vier boerenlullen uit Den Haag', zei Barry Hay ooit overde loopbaan van zijn band. Biografen nemen die 'onze Jantjes'-toon graagover. Ook nu weer lijken veel auteurs hun bijdragen voor de bandleden tehebben geschreven, terwijl Hay varieert op zijn thema: 'Het leven houdteens op, maar de Earring gaat gewoon door. Wedden?'

Misschien staat elke Nederlander wel te dicht bij de Earring om hetdefinitieve boek te kunnen schrijven.

Menno Pot

Meer over