BeschouwingAli Smith

Ali Smith geeft in Zomer een boodschap van hoop, maar wel onder voorbehoud

Met de verschijning van Zomer is de seizoenscyclus van Ali Smith – vier romans in vier jaar – compleet. In het web van verhalen vindt schrijver Sander Kollaard een hoopvolle boodschap. Toch blijft hij achter met een verontrust gevoel.

null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Vier romans in vier jaar tijd, steeds geschreven in een maand of vier, en zo dicht mogelijk op de actualiteit. Dat was het idee van het seizoenskwartet van Ali Smith (Schotland, 1962): Herfst, Winter, Lente en onlangs Zomer. Het is daarmee duidelijk wat Smiths inzet was. Heeft literatuur nog iets bij te dragen aan het maatschappelijke debat in een tijd van leugens, enkelvoudige meningen en een nieuwscyclus die nauwelijks tijd laat voor reflectie?

Om misverstanden te voorkomen: Smith laat de grote kwesties zelden expliciet aan bod komen. Trump, Brexit, vreemdelingenhaat, klimaatverandering en meer spelen grotendeels op de achtergrond. Het meest politiek is ze in de inventieve, vaak erg grappige intro’s van haar romans, die ze wijdt aan de preoccupaties van onze tijd. Verwijzend naar Dickens valt ze in Herfst met de deur in huis. ‘Het was de slechtste van alle tijden.’ Ze relativeert dat niet met een geruststelling, zoals Dickens dat deed, maar herhaalt het nog maar eens. ‘Het was de slechtste van alle tijden.’

In Winter somt ze op wat we hebben doodverklaard. ‘God was dood: om te beginnen.’ Maar ook de romantiek, ridderlijkheid, het boek, jazz, de radio, het huwelijk en nog veel meer: zó van gisteren. Wat we beslist niet willen, begint ze in Lente, zijn feiten. We willen verbijstering, sensatie, griezelen, veroordelen. ‘We willen wat we nodig hebben.’ Het laatste deel, Zomer, opent met onverschilligheid. Mensen reduceren tot hun geslacht, ras of seksuele voorkeur. ‘Nou en?’ Vluchtelingen weren? ‘Nou en?’ Onbeheersbare natuurbranden en smeltende ijskappen. ‘Nou en?’

Web van verhalen

Maar explicieter dan dat wordt ze niet. Geen analyse dus, geen commentaar, geen opinie. Smith blijft trouw aan haar kunst en spint in vier romans een web van verhalen over machteloze, vastgelopen mensen die nieuwe ruimte vinden dankzij hun verbeelding. Natuurblogger Art betaalt de dakloze Lux om de rol van vriendin te spelen bij een kerstbezoek aan zijn moeder en breekt zo niet alleen zijn eigen leven open, maar ook dat van Lux en zijn moeder. Een jong meisje wandelt ongehinderd een zwaarbewaakt asielcentrum binnen en krijgt de directeur zover dat hij de toiletten eindelijk een keer goed laat schoonmaken – in een omgeving van onverschillige wreedheid een daad van aandacht en mededogen. De jonge academicus Elisabeth vergeet haar eenzaamheid in het gezelschap van haar stokoude, comateuze buurman. De puberende Robert Greenlaw lijmt een zandloper aan de hand van zijn zusje zodat ze altijd tijd om handen heeft.

Ruimte vinden dankzij de verbeelding: dat laat Smith graag zien. Ze schrijft veel over kunst. Ze beschrijft de wolken die Tacita Dean tekende met wit krijt op schoolbord: landschappen die de toeschouwer op slag verlossen van benauwde perspectieven. Ze schrijft over Charles Dickens, die zijn romans in feuilletonvorm schreef, nooit zeker van het vervolg, maar in het vertrouwen dat zijn verbeelding altijd een volgende episode zou ingeven. Ze schrijft met veel genegenheid over Charlie Chaplin, de zwerver, de buitenstaander, de komiek die in alles iets lichts wist te vinden.

Seizoenen

Natuurlijk schrijft ze over de seizoenen waarnaar ze haar kwartet heeft vernoemd. In elk deel staan pastorale passages over tijd die voorbijgaat, over terugkeer en de keten van ontstaan, groei en sterfte. Smith beschrijft het groen dat in de lente door het beton breekt. Ze laat zien hoe een zomerdag ons attendeert op haar eigen einde. Ze geeft ons een roos die laat in de herfst nog bloeit. ‘Kijk eens naar die kleur.’ Contrast is er altijd: haar beschrijvingen staan in de schaduw van klimaatverandering. Op de omslagen van de Engelse uitgave van het seizoenskwartet staan reproducties van schilderijen die David Hockney in de vier seizoenen maakte van een landweggetje in Yorkshire. De schilderijen zijn schitterend, maar je ontkomt niet aan de gedachte dat je naar een idylle kijkt: naar de seizoenen zoals ze ooit waren.

Ali Smith Beeld Getty
Ali SmithBeeld Getty

Wie de vier delen achter elkaar leest, ziet de terugkerende thema’s en motieven. Smith schrijft veel over familie, vriendschap en gemeenschap, zoals het curieuze gezelschap dat elkaar vindt tijdens de kerstdagen in Winter. Ze schrijft over koppig verzet tegen macht en bureaucratie, zoals dat van Elisabeth, die in Herfst strijd voert met een postbeambte over het aanvragen van een paspoort. Ze schrijft veel over taal. In Zomer is er Ashley, die we niet te zien krijgen en die uitsluitend onderwerp is in het gesprek van anderen. Ze zwijgt omdat de taal zo beschadigd is door leugens, overdrijvingen en holle frasen dat ze elke betekenis heeft verloren.

Smith schrijft opvallend vaak over muren, hekken en grenzen. Ze staan voor afbakening en uitsluiting. Ik krijg de indruk dat de benepen omgang met vluchtelingen voor haar de kwalijkste is van al onze zonden. In Lente volgen we Brittany Hall, die als bewaker werkt in een asielcentrum dat veel weg heeft van een gevangenis. Ze registreert de kilte, maar schikt zich: het is nu eenmaal haar werk.

Als ze in de ban raakt van de engelachtige Florence, lijkt ze te ontdooien, maar uiteindelijk helpt ze een netwerk oprollen dat illegale vluchtelingen probeert te helpen. Dat doet ze niet uit principe, niet uit kwaadaardigheid, maar omdat ze zich door Florence in de steek gelaten voelt. ‘Omdat het nooit om haar ging. Omdat ze nooit echt deel was van het verhaal.’ Het is onmogelijk om het haar kwalijk te nemen: haar machteloosheid wordt in Smiths beschrijving een akelig herkenbaar lot.

Hoop onder voorbehoud

Smith eindigt haar kwartet met een boodschap van hoop, maar die boodschap komt met een voorbehoud. In Zomer schrijft de 16-jarige Sacha brieven aan een geïnterneerde Vietnamese vluchteling, Ahn Kiet. Ze vertelt hem over de gierzwaluwen die de Engelse zomer aankondigen. Smith besluit het boek – en daarmee het hele kwartet – met het antwoord van Ahn Kiet. Hij dankt Sacha voor haar brieven. Het vooruitzicht van een nieuwe zomer maakt hem gelukkig, maar tegelijk beschrijft hij de gierzwaluwen als ‘gemaakt van as’. Het is een verwijzing naar de vogel feniks, die in een eeuwige kringloop verbrandt en weer opstaat uit zijn eigen as.

Niets is gegeven, houdt Smith ons voor, en alles bestaat bij de gratie van contrast. Als ze met haar seizoenskwartet een boodschap van hoop heeft willen brengen, past ze ervoor die boodschap te overdrijven. In een interview beschrijft ze hoop als symbiotisch met wanhoop. Hoop, zegt ze, is als ‘balanceren op het scherp van een mes’.

Dus: heeft de literatuur nog iets bij te dragen aan het maatschappelijke debat? Ja natuurlijk, ze draagt bij wat ze altijd heeft bijgedragen: een nadruk op begrip, oog voor complexiteit, een van clichés gereinigde taal, een verbeelding die altijd nieuwe perspectieven vindt. Smith demonstreert het in elk van haar vier romans, ogenschijnlijk achteloos.

Tegelijk is haar antwoord nauwelijks geruststellend. Steeds is er de achtergrond van een samenleving die zich zonder veel verzet overgeeft aan oordelen, vereenvoudigen, aan betekenisloze taal en benauwde verhalen. Zo laat Smith ons achter met een verontrustend contrast: het seizoenskwartet laat zien wat literatuur in goede handen kan bijdragen, maar roept tegelijk de vraag op of de samenleving waarin die bijdrage kan resoneren, nog wel bestaat.

Literatuurprijs

Lente van Ali Smith, in het Nederlands vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer, wordt op zaterdag 7 november tijdens het festival Crossing Border in Den Haag bekroond met de Europese Literatuurprijs 2020, een prijs voor zowel schrijvers als vertalers. De roman is onderdeel van Smiths seizoenscyclus, waarvan het laatste deel, Zomer, onlangs in Nederlandse vertaling is verschenen (Prometheus; € 21,99). De prijsuitreiking is online te volgen. Crossing Border duurt nog tot en met 8 november.

Meer over