Ali Çifteci doet in proza teniet wat hij in zang opbouwt

Eiland van Willem van Toorn door Ali Çifteci. Regie: George Groot. 18 december, Theater de Balie, Amsterdam. Herhaling t/m 29/12....

MARIAN BUIJS

Ali Çifteci is rond de dertig. Voor regelmatige bezoekers van de kleine zalen is hij geen onbekende. Hij is Turks, heeft een wat gedrongen gestalte, spreekt zonder merkbaar accent, en is nu in zijn eerste soloprogramma te zien, Eiland. Gebaseerd op gedichten van Willem van Toorn, op muziek gezet door Fons Merkies.

De titel slaat op het gezin, de warme plek die je toch zo snel mogelijk wilt ontvluchten omdat er wetten en regels heersen. Voor Çifteci is dat zijn Turkse ouderlijk huis, waar zijn vader nog altijd terug verlangt naar zijn geboortedorp aan de Syrische grens. De volwassen zoon houdt thuis de schijn op. Hij vertelt dat het hem allemaal voor de wind gaat, terwijl hij in werkelijkheid zijn tijd verdoet in het café.

Angst voor de dood van zijn vader duikt telkens op. Niet denken aan die kamer /van over een of twee jaar, /waar we met vrienden samen/soms nog over je praten /in de derde persoon. Çifteci zingt die gedichten, begeleid door zes muzikanten. Van Toorns poëzie laat zich schijnbaar moeiteloos omzetten in liederen.

De zoon hangt wat stuurloos in tussen de Turkse en de Nederlandse cultuur. Maar hij hervindt zijn wortels als hij naar Sevilla reist. De zigeunermuziek biedt daar meer aanknopingspunten dan het nuchtere Nederland. En plotseling horen we onvoorziene overeenkomsten tussen de klaaglijke tonen van de Turke sas, een tweesnarige luit, en het opwindende ritme van de flamenco.

Çifteci zingt met hart en ziel. Hij is niet benauwd om alle registers open te trekken waarbij het tremolo in zijn stem, dat hoort bij de monotone Turkse zang, zorgt voor een smartelijke ondertoon. Met die muziek zit het wel goed, het luisteren naar de enthousiaste gelegenheidsformatie is bepaald een genot.

Minder geslaagd zijn de verbindende teksten, ook van Willem van Toorn, die een groot deel van het programma beslaan. Die teksten proberen de nummers in een context te plaatsen en komisch tegenwicht te geven. Maar helaas is een dramatische lijn ver te zoeken. Nu eens gaat het over vader, dan weer over de liefde of over een nachtelijke tocht naar het Alhambra.

Aan die teksten is zo weinig zorg besteed dat het lijkt alsof Çifteci zomaar wat voor zich uit babbelt. Dat is jammer, want de acteur heeft genoeg in huis. De manier waarop hij een Turkse mamma neerzet die haar zoon in de deuropening zegent, is onverbeterlijk. Dat talent komt nu nauwelijks uit de verf. Wat in de muziek wordt opgebouwd, doen de prozafragmenten weer teniet.

Marian Buijs

Meer over