Interview

‘Albrecht Dürer was een echte homo economicus, heel anders dan bijvoorbeeld Rembrandt’

Peter van den Brink maakte voor zijn afscheid van het Museum Suermondt-Ludwig in Aken een tentoonstelling over de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer en zijn reis door de Nederlanden.

Peter van den Brink Beeld Carl Brunn / Suermondt-Ludwig-Museum, Aken
Peter van den BrinkBeeld Carl Brunn / Suermondt-Ludwig-Museum, Aken

Er zijn niet heel veel kunstenaar die minstens even bekend zijn om hun tekeningen als om hun schilderijen. Tekeningen zijn meestal het ‘voorwerk’, de schilderijen hebben hoger aanzien. Albrecht Dürer (1471-1528) is een uitzondering. Zijn biddende handen, zijn jonge veldhaas, zijn leeuw en zijn wilde blauwe akelei: ze zijn als de hits van de Duitse rockster, die velen kennen of minstens herkennen wanneer ze ze zien. Dürer wás ook een rockster. Hij maakte zijn tekeningen tot autonome kunstwerken en hij bedacht een logo voor zichzelf, het monogram van zijn initialen A en D. Zijn prenten werden als modellen gebruikt door kunstenaars van Italië tot Antwerpen. Dürer kon de zichtbare wereld in een paar lijntjes op papier tot leven brengen.

Er zijn veel tentoonstellingen over de rockster gemaakt, maar toch besloot Peter van den Brink (65), de Nederlandse directeur van Museum Suermondt-Ludwig in Aken, met Dürer zijn afscheidstentoonstelling te maken. Sinds vorige week is hij met pensioen. Het is de grootste tentoonstelling in dit museum tot nu toe en de eerste sinds vijftig jaar over Dürers Nederlandse reis. Na de dood van zijn broodheer keizer Maximiliaan in 1519 ging Dürer op zoek naar een nieuwe mecenas. Die zoektocht brengt hem in 1520 en 1521 naar onder meer Antwerpen, Brugge, Goes, Middelburg, en Aken. Zijn reisdagboek wordt in het museum in verband gebracht met de werken die hij onderweg zag en maakte. Hier geen haas of biddende handen, maar bijvoorbeeld een meisje in Hollandse klederdracht, met een ingenieus wit kapje, brede mouwen van bont en een rozenkrans tussen haar vingers, getekend met pen en grijze inkt. Ze is zo levensecht dat je na een paar seconden kijken al denkt dat je haar kent. Alsof wij haar net op straat zagen lopen, in plaats van Dürer vijfhonderd jaar geleden.

Albrecht Dürer, Portret van een jonge man, 1521. Beeld British Museum
Albrecht Dürer, Portret van een jonge man, 1521.Beeld British Museum

Waarom wilde u met deze tentoonstelling afscheid nemen?

‘Dürers reis door de Nederlanden is niet zo bekend, terwijl die goed is gedocumenteerd. Het is de enige van al zijn reizen waarvan we zijn dagboek nog kennen, omdat er twee vroege kopieën zijn bewaard. Het dagboek is vrij zakelijk, de kunstenaar noteert wat hij besteedt, wie hij ontmoet, wat hij verkoopt, ruilt of weggeeft en soms wat hij ziet. Er staan observaties in, zoals een schipbreuk bij Arnemuiden, een goudschat van de Azteken die hij in het Koninklijk Paleis in Brussel ziet, en hij schrijft over de akoestiek in de Onze-Lieve-Vrouwenkathedraal in Antwerpen. Maar er zijn ook vreemde hiaten. Hij moet bijvoorbeeld op reis Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw van Jan van Eyck hebben gezien in het paleis van Margareta van Oostenrijk, dat hij bezocht. Maar hij schrijft er niets over, dus we zullen nooit weten wat hij ervan vond.’

Hoe veranderde deze reis Dürer?

‘Dürer was al jaren op een hoogtepunt in zijn carrière. Ik denk dat hij heeft meegekregen hoezeer zijn grafische werk in de praktijk werd omgezet door kunstenaars: hij zag dat zijn werk sporen naliet.’

Albrecht Dürer, Portret van ­Katharina, 1521.  Beeld Uffizi Florence
Albrecht Dürer, Portret van ­Katharina, 1521.Beeld Uffizi Florence

De tentoonstelling geeft de indruk dat Dürer naast groot kunstenaar ook een zakenman en netwerker was.

‘Hij was een echte homo economicus: iemand die niet alleen artistiek talent had, maar ook geld wilde verdienen. Heel anders dan bijvoorbeeld Rembrandt. Hij verspreidde zijn prenten en hij was conservator van zijn eigen collectie. In de 15de en 16de eeuw bestond er nog geen verzamelpraktijk voor tekeningen, daarom gingen de meeste snel verloren. Dürer voorkwam dat. Hij creëerde ook een nieuwe markt met zelfstandige getekende portretten. Daarvan zijn er nog 89 bekend, bij ons hangen er dertien. Ze zijn enorm sprekend, je ziet mensen die in gedachten zijn en een gemoed uitdrukken. Zoals het portret van een jonge man met hoed uit Keulen. Zijn gezicht lijkt door een kaars verlicht en zijn ogen stralen alsof hij een binnenpretje heeft.’

Antwerpen was in die tijd het economisch hart van Europa, er werkten veel goede kunstenaars. Heeft Dürer iets van hen overgenomen?

‘Ja, hij ging kleine dingen overnemen van de Vlaamse schilders, zoals het schilderen van handen in portretten, die vaak iets betekenisvols vasthouden als een getijdenboek of sieraad. Dat kende hij niet van zijn reizen naar Italië. Maar Dürer was zo marktgericht dat hij zich aan lokale tradities aanpaste: eenmaal terug in Duitsland schildert hij die handen niet meer. Hij zag Jan Gossaert waarschijnlijk als grootste concurrent, maar bij een altaarstuk in Middelburg noteert hij, bijna opgelucht: ‘Nit so gut im hauptstreichen als in gemähl.’ Hij was niet zo onder de indruk.’

Albrecht Dürer, Portret van een vrouw in Nederlands kostuum, 1521. 	 Beeld National Gallery of Washington
Albrecht Dürer, Portret van een vrouw in Nederlands kostuum, 1521.Beeld National Gallery of Washington

Is hij in het doel van zijn reis, een nieuwe mecenas vinden, geslaagd?

‘Ja en nee. Hij is in Aken om de kroning van keizer Karel V in 1520 bij te wonen en bezoekt in Mechelen diens gouverneur Margareta van Oostenrijk, maar zij weigert hem, naar alle waarschijnlijkheid, een opdracht. Vermoedelijk gaf ze Dürer hiermee een zetje om toch weer weg te gaan uit Antwerpen. Als sympathisant van Luther was het voor Dürer namelijk niet veilig in het katholieke Vlaanderen. Luther was al in 1518 tot ketter verklaard door paus Leo X. Dürer keerde toch terug naar Neurenberg, onder patronage van keizer Karel V.’

De tentoonstelling laat een veelzijdige Dürer zien. Wat heeft ze u gebracht?

‘Ik maakte altijd tentoonstellingen van veel onbekendere kunstenaars zoals Cornelis Bega of Johannes Thopas. Daar valt tenminste nog veel over te ontdekken, ik houd van dat puzzelen. Maar het viel me op hoeveel nieuws er nog over Dürer te vinden was. In het onderzoek hebben we veel ontdekt, onder meer een verloren gewaande tekening van de balseming van het lichaam van Christus. Ik wist relatief weinig van Dürer toen ik hieraan begon, en heb zelf veel geleerd.’

Dürer war hier, eine reise wird legende, t/m 24 oktober in Museum Suermondt-Ludwig in Aken.

Peter van den Brink (Deventer, 1956) was conservator in het Bonnefantenmuseum in Maastricht voor hij in 2005 directeur-conservator van Museum Suermondt-Ludwig in Aken werd. Daar maakte hij tentoonstellingen over onder anderen Jacob Backer, Karel de Grote, Joos van Cleve en Albrecht Bouts. In 2017 zorgde hij dat een schilderij van Balthasar van der Ast in een Amerikaanse verzameling werd gerestitueerd aan zijn museum. Het werk was vlak na WOII geroofd uit het museum door een Russische spionne en naar de VS meegenomen.

Meer over