Akkoord over joodse polissen noopt Zalm tot royaal gebaar

Het kabinet maakt zich zorgen over het mooie akkoord tussen de verzekeraars en de joodse gemeenschap over de 'joodse polissen'....

Met het akkoord tussen het Centraal Joods Overleg en het Verbond van Verzekeraars is wellicht de toon gezet voor de afwikkeling van de kwestie met de joodse tegoeden. De onderhandelingen verliepen harmonieus en constructief en dat mag een klein wonder heten. Het onderwerp was uiterst pijnlijk: het profijt trekken van roof en moord en de compensatie die men meer dan vijftig jaar na dato verschuldigd acht.

Dat de sfeer tussen het Verbond van Verzekeraars en de joodse vertegenwoordigers goed is gebleven, is een compliment waard voor beide partijen. Daarbij mag worden aangetekend dat de verzekeraars - die bij uitstek in staat zijn risico's te calculeren - geen ruzie gaan maken voor pakweg vijftig miljoen gulden.

In Nederland waren na de oorlog de meeste 'joodse polissen', zo'n 95 procent, na een operatie van rechtsherstel alsnog uitgekeerd. Het akkoord heeft betrekking op het restant van 'slapende polissen' waarvoor zich geen rechthebbenden aandienden. Deze 'slapende polissen' zijn destijds, in 1954, door de verzekeraars tegen een afkoopsom overgedragen aan de staat.

Daarmee meenden de verzekeraars, begrijpelijk, dat ze van de hele kwestie verlost waren. Maar de geschiedenis was grilliger dan ze konden vermoeden en in 1995 kwam er een internationale beweging op gang die compensatie eiste voor de plundering van joodse bezittingen.

De Nederlandse verzekeraars hebben zich niet verzet, maar alle medewerking verleend aan een oplossing en het eerste definitieve akkoord over joodse tegoeden op hun naam gezet.

Er vallen een paar kanttekeningen te maken.

Ten eerste over de bemoeienis van het Joods Wereldcongres. Die organisatie dreigt verzekeraar Aegon met een consumentenboycot, indien Aegon weigert zitting te nemen in een internationale commissie die holocaust-verzekeringen onderzoekt.

Vanuit de Nederlandse joodse organisaties is er per brief en mondeling - vorige week maandag nog sprak CJO-secretaris J. Sanders in Parijs met de voorzitter van het Joods Wereldcongres I. Singer - op gewezen dat de Nederlandse verzekeraars niets te verwijten viel en dat er een prachtig akkoord in de maak was. Maar het Joods Wereldcongres heeft kennelijk een eigen agenda en niet gehinderd door kennis van zaken lapt het aan zijn laars wat de rechtstreeks betrokkenen vinden.

De tweede kanttekening betreft de voorbeeldwerking. Door een royale berekening te maken van de rente over 1943-2000, legt het Verbond van Verzekeraars de Nederlandse overheid een zekere verplichting op om zich nu eens niet als een kruidenier te gedragen.

Bij de overheid ligt nog 450 duizend gulden aan afkoopsommen van slapende joodse polissen. Geconfronteerd met het onderhandelingsresultaat van de verzekeraars en de factor 22 die zij hebben toegepast, verbleekte minister Zalm.

Hij zei de uitgangspunten van de renteberekening niet te delen en het bedrag van 450 duizend te zullen meenemen in een regeling, waarin de regering over alle joodse tegoeden tezamen een compensatie bepaalt. Het kabinet maakt zich ongetwijfeld zorgen over het feit dat er een royaal akkoord met de verzekeraars ligt, een royaal akkoord met de banken nabij is en dat als hekkensluiter de overheid, waarbij het echt om veel geld gaat, een regeling met de joodse gemeenschap moet treffen.

Ten slotte een opmerking over het rumoer dat meteen al is uitgebroken over de verdeling van het geld tussen de joodse groeperingen. Het CJO wordt verweten niet namens, maar buiten de eigenlijke gedupeerden om te handelen. Daarvan is niets gebleken en het zou van wijsheid getuigen om het CJO vertrouwen te schenken.

Meer over