Agnes Varda dagdroomt altijd over de ander

De grand dame van de Nouvelle Vague maakte een surrealistisch zelfportret dat eerder over anderen gaat dan over haarzelf. ‘Dat is toch veel interessanter?’

Van onze medewerkster Floortje Smit

Geregeld valt het gesprek met Agnes Varda even stil. Als een blond meisje op het terras twee vriendinnetjes opeens luid vertelt over de avond ervoor, bijvoorbeeld. Ze verstaat er geen woord van, maar met een glimlach en een nieuwsgierige blik in haar bruine ogen kijkt de 81-jarige Varda toe. ‘Zo groot’, zegt ze dan. ‘Zo blond. Typisch Hollands.’

Op een vol terras wordt de open blik van Varda voortdurend afgeleid door de dingen om haar heen. Door het nieuwste model kinderwagen (‘Waarom zijn die dingen zo futuristisch?’), door een baby in spijkerbroek (‘Dat is toch geen stof voor een baby? Twee maanden oud en nu al onderworpen aan mode.’).

De openingszinnen van haar autobiografie Plages d’Agnes dringen zich op. ‘Ik speel de rol van een klein oudje’, zegt ze daar. ‘Prettig rond en babbelend over haar leven. Maar ondertussen zijn het de anderen in wie ik geïnteresseerd ben. Zij intrigeren me, doen me vragen stellen, fascineren me.’

‘Ik kom wel veel voor in de film,’ beaamt ze in Amsterdam, de dag nadat het DOCU.ARTS-festival is geopend met haar documentaire, ‘maar vreemd genoeg heb ik het niet vaak over mezelf.’

Dat klopt, en ook weer niet. In Plages d’Agnes mengt Varda speels privé, werk en geschiedenis. Ze vertelt over haar liefde voor stranden, natuurlijk. Over de Nouvelle Vague, de revolutionaire filmstroming waar zij als enige vrouw bij betrokken was. Over haar films en documentaires – vooral over de mensen die erbij betrokken waren. Over regisseur Jacques Demy, haar grote liefde. Over de belangrijke historische omwentelingen waarvan ze getuige was, in China, Cuba en Amerika.

‘Ik had de mazzel dat ik alleen die momenten meemaakte waarin enthousiasme overheerste. En niet een slechte afloop. Die energie past bij mijn karakter, op een bepaalde manier.’

Het blijkt uit de film: ze huilt even als ze zich realiseert dat veel van haar vrienden dood zijn en toont demente leeftijdsgenoten, maar somber wordt de toon niet. En ze laat zich graag zo snel afleiden als op het terras. De herinnering aan een dode, roept die aan haar grote liefde op. Als ze haar ouderlijk huis bezoekt, laat ze dat even kort zien – geïntrigeerd als ze raakt door de nieuwe bewoner, een fervent treintjesverzamelaar. ‘Veel interessanter, toch? Natuurlijk volg ik mijn intuïtie. Ik maak geen opsomming van grote gebeurtenissen; het leven bestaat uit zijpaden. Mensen die slechts een kleine rol spelen, kunnen later een levensbepalende invloed hebben gehad.’

Een dagdroom, zo noemt ze Plages d’Agnes. Ze kon beelden kwijt die soms al lang door haar hoofd spookten. Zoals een trapezeact op het strand. Een huis van film. Of een klein bootje waarmee ze linea recta van de kustplaats uit haar tienerjaren Sète naar Parijs vaart. ‘Natuurlijk gingen we gewoon met de bus, of met de trein, ik weet het niet eens meer. Ik vond Parijs helemaal niet leuk toen ik aankwam, juist omdat ik de haven zo miste. In mijn gevoel kwam ik nooit van die boot af. Dat soort innerlijke beelden wilde ik mengen met de werkelijkheid.’

Het verlies van het geheugen is een thema in de film. ‘Ik vergeet dingen. Maar ik weet dat het onderdeel is van een natuurlijk proces. Triest, maar ik lach er ook om. En wat in de film zit, is in elk geval vastgelegd.’

‘Ik was erg onder de indruk van die vriendin van mij, die niets meer wist en alleen nog poëzie reciteerde. Eergisteren overleed ze, 90 jaar oud. Toen ik haar opzocht, koud en dood, dacht ik opeens: ze heeft niet geleden, geen pijn gehad. Ze is langzaam gestorven, terwijl ze steeds meer in poëzie woonde. Dat heeft ook iets moois, dat je er een andere wereld voor in de plaats krijgt.’

Filmbeeld Plages d'Agnes Beeld
Filmbeeld Plages d'Agnes
Meer over