Afro-beat naast vurige garagepunk

rotterdam Zondagmiddag vijf uur, het is heerlijk weer in het Rotterdamse Zuiderpark. Enkele duizenden mensen hebben zich neergevleid in het gras als op het hoofdpodium Tim Knol zich meldt met zijn band....

Van onze medewerker Gijsbert Kamer

Bij Tim Knol mag het allebei. Hij heeft zich het afgelopen jaar ontpopt tot de ideale festival-attractie, zeker op een gratis voor iedereen toegankelijk Metropolis, dit jaar voor de 22ste keer in Rotterdam georganiseerd.

Het festival onderscheidt zich nadrukkelijk van dat andere grote gratis popfestival, Parkpop in het Haagse Zuiderpark. Waar de Haagse organisatie streeft naar een voor-elk-wat-wils- programmering, richt Rotterdam zich liever op de muziekliefhebber die eens wat anders wil.

Daarmee heeft Metropolis een grote naam op te houden. Op een scherm naast het hoofdpodium staat een imposant rijtje namen van bands die zich op Metropolis voor het eerst presenteerden. Smashing Pumpkins, The Prodigy, The Strokes en Interpop: dat zijn namen om trots op te zijn. Maar gezegd moet worden dat de laatste grote ‘ontdekking’ in deze opsomming ook al weer uit 2004 stamt (The Killers).

Nieuwe namen
Het mooie aan de editie dit jaar bleek behalve het ideale weer (strak blauwe lucht, maar niet te heet) vooral de breedte waarin gezocht werd naar bijzondere nieuwe namen. Los van Nederlandse en Angelsaksische gitaarpop was er dit jaar te genieten van rap uit Zuid-Afrika in de vorm van de zeer enthousiasmerende Jack Parow, afro-beat uit Benin, van het al decennia oude Orchestre Poly-Rythmo De Cotonou, en van popmuziek uit Syrië dankzij de komst van de in eigen land wereldberoemde Omar Souleyman.

Het mag dan zo zijn dat de platenindustrie zijn grip op de popcultuur kwijt is, het is aan kleine westerse platenlabels te danken dat deze Syrische en Afrikaanse muziek nu door de westerse radar wordt opgepikt.

Orchestre Poly-Rythmo De Cotonou oogde en klonk heel gezellig en exotisch, maar leek in niks op de furieuze mix van gitaren, talking drums en percussie die de band in de jaren zeventig opnam en die onlangs door het Africa Analog-label aan het westerse publiek werd geopenbaard. Wel viel vast te stellen dat West-Afrikaanse pop net zoveel door de eigen afro-beat als door muziek uit de Cariben is beïnvloed.

Dergelijke muziek is natuurlijk geknipt voor een zomers festival als Metropolis. Moeilijker verging het de New Yorkse Adam Green, die de laatste jaren al geregeld op de Nederlandse podia te zien is, zonder dat daar enige aanleiding voor leek. Best aardige liedjes, maar schot lijkt er in zijn wat theatrale folkmuziek niet te zitten.

Spectaculair was ook Here We Go Magic niet. Van Talking Heads tot Arcade Fire; je kon er alle hippe rock van de laatste dertig jaar in terughoren maar de gedrevenheid waarmee het gespeeld werd, maakte weer veel goed.

Mooi meerstemmig werd er gezongen door The Chief, waar we zeker nog meer van gaan horen, maar zo bij het vallen van de avond ontstond er toch behoefte aan enige opwinding. Die kwam, dankzij de vurige garagepunk van Japandroids en The Strange Boys. In het gras liggen was geen optie meer.

Meer over