Afgewogen kijk in Amazonia's leefwereld

Verwacht van 'Amazonia' geen romantisch beeld van Edele Wilden in de rimboe. Het Amsterdamse Tropenmuseum serveert ook geen overdosis aan dode voorwerpen over de indianen....

NELL WESTERLAKEN

DE MEEST nivellerende bijdrage van Europa aan de Amazoneculturen is ongetwijfeld de introductie geweest van het sportbroekje. Het kledingstuk is gemeengoed bij goudzoekers, landbouwers, rubbertappers, notenverzamelaars en vissers. Zelfs traditioneel levende indianen dragen het bij hun ceremonieën onder hun rituele uitrusting.

Aparte aandacht voor het sportbroekje, van nylon of katoen, is er niet op de expositie Amazonia - het is overal te zien op foto's en videobeelden - maar verder is de coproductie met de Novib in alle opzichten een echte, inmiddels haast klassiek te noemen Tropenmuseum-tentoonstelling. Geen gepolijst romantisch beeld dus van Edele Wilden in de rimboe, maar vele facetten van de oerwoudbewoners, hun achtergronden, culturen, leefwijzen, hun dagelijkse bezigheden en hun struggle for life.

De indianen zijn ruim vertegenwoordigd. Zij waren er immers al voordat de Europeanen arriveerden aan het begin van de zestiende eeuw. Tevergeefs zochten de ontdekkers uit de Oude Wereld in de dichte jungle naar El Dorado, het mythische land vol goud. Op beschilderde panelen en tekeningen zijn de veroveraars te zien en hun ontmoetingen met de indianen, inclusief de vrouwelijke krijgers die hen deden denken aan de mythische Amazones.

Evenmin als de ontdekkingsreizigers van weleer vonden gelukszoekers een kleine vier eeuwen later hun eldorado in Amazonië. De expositie omspant ongeveer die vierhonderd jaar, waarbij het recente verleden én het heden terecht veel aandacht krijgen. In de jaren zestig en zeventig trokken honderdduizenden arme Brazilianen naar het Amazonegebied in de hoop op een beter leven. De bodem was rijk aan goud en delfstoffen, en landloze boeren dachten er een stukje grond te vinden.

De motieven van de laatsten om naar Amazonië te gaan, worden terloops, maar ontroerend verbeeld door drie koffers: in elk ervan is wat bagage te zien, een foto van de situatie waaruit de landverhuizers vertrokken en een briefje met het motief: werkloosheid, droogte of stedelijke armoe.

Tot in het begin van deze eeuw stroopten ontdekkingsreizigers, missionarissen en fortuinjagers het stroomgebied van de Amazone af. Ze gingen weer op huis aan met allerlei wonderlijke beesten op sterk water en andere verbazingwekkende zaken, waarvan een aantal is uitgestald in een rariteitenkabinetje. Een ingedroogd indianenhoofd, huiveringwekkende voorwerpen van tanden en schedels, reusachtige insecten; nog steeds vormen ze een mysterieuze kippenvelcollectie. Een fiets en enkele rubberslangen vestigen de aandacht op de Schotse veearts Dunlop, de katalysator eigenlijk van de rubber-boom. In de junglestad Manaus bouwden de rubberbaronnen in hun hoogtijdagen een operagebouw, de bezoekers van Amazonia kunnen een diaserie zien in het nagebouwde decor van dit curiosum. Meer efficiënte rubberplantages in Azië gaven de Braziliaanse rubberwinning de doodklap.

De westerlingen van vóór 1910 waren tijdelijke gasten, maar ze brachten wezenlijke veranderingen in Amazonië. De zucht naar exploitatie was geboren, de teloorgang van de indiaanse culturen ingezet. Dankzij de ontoegankelijkheid van de groene hel bleef toch wat van de oorspronkelijke culturen behouden, hoewel in de kantlijn van de expositie even de vraag wordt gesteld of er tegenwoordig geen sprake is van Tuppe Rware- of Plasticuna-indianen.

ET Tropenmuseum serveert geen overdosis aan dode voorwerpen en details over de verschillende indiaanse volkeren, maar geeft een afgewogen kijk in hun leefwereld. Eén volk, de Ticuna, kreeg een centrale plaats. Een deel van een indianenhut, een enscenering van een initiatieritueel, een hoekje met bootjes, speren, hoofdtooien, sieraden, muziekinstrumenten, gereedschappen, potten en kleren krijgen betekenis door korte videofilmpjes en de prachtige kleurenfoto's van de Nederlandse fotograaf Michel Pellanders, die maanden doorbracht in het Amazonegebied.

In de loop van deze eeuw vestigden zich mondjesmaat de eerste niet-indianen in het gebied. De caboclo's, boeren en vissers van gemengde Europese, indiaanse en Afrikaanse afstamming. In de Braziliaanse havenstad Salvador werden decennia lang honderdduizenden negerslaven te koop aangeboden voor het werk op de plantages. Een aantal van hen wist te ontsnappen en verborg zich diep in de jungle. Zij brachten een Afrikaans element aan in de verscheidenheid van culturen waar je prettig doorheen kunt wandelen in het museum: een deel van een woning, een bewerkte hutfaçade, kijkdozen, het proces van het rubbertappen met gereedschappen en foto's.

Je loopt in Amazonia van de ene in de andere sfeer dankzij de afwisselende, vaak verrassende vormgeving van Jaap de Groote; verlichte vitrines in het donker, tafereeltjes uit het dagelijks leven, afgescheiden themahoeken, fotoseries en aardige gimmicks in verloren gaatjes: een kruiphol, een spiegelopstelling waarin kinderen hun eigen gezicht kunnen zien mét traditionele indianenstrepen, een wespennest waarin ze hun hand kunnen steken. Om hun moed te bewijzen krijgen indianenjongens een handschoen aan gevuld met wespen. Ze mogen geen kik geven. Prikkelige haarborstels vervangen de wespen in Amsterdam.

In de jaren zestig begon de tweede ontdekking van het Amazonegebied. Een harde en vaak ongelijke strijd om economische belangen (delfstoffen, land) brandde los. De hoofdrolspelers waren grootgrondbezitters, kleine boeren, rubbertappers, grote veeboeren en investeerders. Bulldozers kwamen, waterkrachtcentrales, wegen en spoorlijnen werden aangelegd, grote stukken oerwoud werden kaalgebrand voor veeteelt. De wetten van de jungle gingen opnieuw op: geld en de daaraan gekoppelde macht bleken het belangrijkste wapen. De overheid subsidieerde megalomane projecten, waarvan uiteindelijk weinig terecht kwam, het voornaamste resultaat was de vernietiging van stukken oerwoud en het leefgebied van de indianen.

Amazonia-bezoekers lopen in de in lagen opgebouwde tentoonstelling inmiddels boven de indianenscenes. Ze zien een stuk van het modderlandschap waarin de goudzoekers hun geluk beproeven, van de grote ranches waarvoor oerwoud werd gekapt, van de strijd van de kleine rubbertappers, en het fabriekje dat na de moord op Chico Mendes, hun leider, werd opgericht. 'Chico Mendes vive', zeggen de kartonnen dozen van de fabriek.

De hoop op nieuwe perspectieven voor het Amazonegebied met zijn geschakeerde miljoenenbevolking, en het voorzichtige begin daarvan worden weergegeven door nieuwe producten: kleurstoffen uit natuurlijke materialen, medicijnen, notenolie, natuurlijke pigmenten. De Ticuna-indianen uit het plaatsje Benjamin Constant hebben een plaatselijk cultureel centrum opgericht, dat ook aandacht krijgt.

Het is veel, Amazonia. Maar evenals bij eerdere grote thema-tentoonstellingen is het Tropenmuseum erin geslaagd het punt van verzadiging dat elke museumbezoeker wel eens voelt naderen, uit te stellen tot het einde.

Amazonia, t/m 31 augustus in het Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam, 020-56.88.200. Open werkdagen 10-17 uur, zat-zon 12-17 uur.

Meer over