Afgestompte, stuurloze dorpelingen

Monica Ali was de literaire komeet van het jaar 2003. Haar gehypete roman Brick Lane – waarvoor haar uitgever een voorschot van tweehonderdduizend pond had betaald – bleek niet alleen een commercieel succes, maar leverde haar boven-dien een plaats op in Granta’s toptwintig van Best of Young British Novelists....

Toch was het niet alleen halleluja in huize Ali. De Greater Sylhet Development and Welfare Council, een Londense moslimorganisatie die ongeveer een half miljoen Britse Bengalezen vertegenwoordigt, beschuldigde de schrijfster ervan dat ze in Brick Lane de Bengaalse cultuur op onjuiste wijze had afgeschilderd en eiste dat het boek uit de handel zou worden genomen.

Uiteraard gebeurde dat niet, maar Ali, van gemengd Engels-Bengaalse komaf, gaf toe dat de vijandige reactie haar ernstig dwarszat bij het schrijven van haar tweede roman, die in de keuken van een Londens hotel en in een industriestadje in Lancashire was gesitueerd.

Mogelijk verklaart dit waarom die roman er vooralsnog niet is gekomen. Voor haar nieuwe boek is Ali uitgeweken naar Mamarrosa, een fictief dorpje in de Zuid-Portugese provincie Alentejo, waar ze in werkelijkheid een vakantiehuisje heeft.

Niet alleen qua omgeving en personages wijkt Het blauw van Alentejo (Alentejo Blue) af van Brick Lane, ook de structuur is geheel anders. Waar haar debuut grotendeels werd verteld vanuit het perspectief van één persoon, de via een gearrangeerd huwelijk vanuit Bangladesh naar Londen gedeporteerde Naz-neen, ontbreekt in Het blauw van Alentejo een duidelijke hoofdpersoon. Je kunt je zelfs afvragen of het hier een roman betreft, dan wel een verzameling subtiel maar hecht gerelateerde verhalen.

Het blauw van Alentejo vraagt daardoor om een andere leeshouding dan een traditioneler roman als Brick Lane. Wie zich openstelt voor het polyfone karakter van het boek, wordt beloond met een krachtige, vitale, rijkgeschakeerde vertelling over een gemeenschap waarin het juist aan coherentie, perspectief en levenskracht ontbreekt.

Het boek bestaat uit negen genummerde hoofdstukken. In het eerste lezen we hoe de 84-jarige João opstaat om buiten zijn behoefte te doen en het levenloze lichaam van zijn vriend Rui ziet hangen aan een tak van een oude kurkeik. Hij snijdt het touw door en legt zijn vriend in het gras, waarna we het levensverhaal van de twee te horen krijgen. João en Rui hebben elkaar leren kennen op hun zeventiende, toen ze beiden op de vlucht waren voor de honger. Later werd Rui communist en revolutionair, streed tegen dictator Salazar en werd gemarteld.

Uiteindelijk verdween Salazar van het toneel en kwamen de hervormingen waarvoor Rui had gestreden. Maar ze leidden niet tot het arbeidersparadijs. De grote landhuizen raakten in verval, dat wel, maar hetzelfde gebeurde met de arbeiderscollectieven. De landeigenaren kochten het hun ontnomen land voor een habbekrats terug en gingen in zee met projectontwikkelaars. Er verrezen hotels, zwembaden en golfbanen.

Door de vertelling heen weeft Ali een onnadrukkelijk liefdesverhaal. Want als het aan João had gelegen, was Rui niet zomaar een vriend geweest. Maar het lag niet aan João, en Rui trouwde zodra hij zich de grote genegenheid van zijn vriend bewust werd.

Het eerste hoofdstuk van Het blauw van Alentejo bevat stof voor een hele roman, maar Ali verkiest telkens een ander verhaal rond één of meer personages te vertellen, waarbij de hoofdpersoon uit het ene hoofdstuk soms als bijfiguur in een ander opduikt. Zo maken we in het tweede hoofdstuk kennis met de Engelse familie Potts, die in Mamarrosa is neergestreken, op de vlucht voor nooit geheel onthulde gebeurtenissen uit het verleden. Vader China is een verlopen en vervuilde, alcoholistische ex-junk, zijn vrouw Chrissie een afgetobde ploeteraarster en dochter Ruby een weinig aantrekkelijke sloerie (‘de hoeren zeiden dat zij hun het gras voor de voeten wegmaait omdat ze het gratis doet’) die half doof is en een ouderwets gehoorapparaat draagt. Zoon Jay weet zich enigszins te onttrekken aan de sfeer van troosteloosheid die het gezin Potts omringt, maar ook hij is een verdoolde, met nauw verholen tendenties tot zelfdestructie.

Ook rondom de Potts’ kun je je een boek voorstellen. Zowel Chrissie als Ruby duikt het bed in met Staunton, een Engelse schrijver die gebukt gaat onder een writers’ block en in Mamarrosa hoopt eindelijk zijn op het leven van William Blake geïnspireerde tweede roman te voltooien. Ruby raakt zwanger en ondergaat in het geniep een abortus, in Portugal nog immer verboden. Als gevolg daarvan zal Chrissie later worden vervolgd voor moord.

Een ander personage, de moddervette barman Vasco, worstelt met andersoortige problemen. Hij zit aan tafel, voor hem een amandeltaartje. Zal hij het opeten of niet? ‘Wat betekenen een paar calorieën voor een man van zijn omvang? Aan de andere kant: alleen een slanke man zou ’s avonds nog plakkerige zoetigheid moeten eten. Zo zie je maar, er is nooit slechts één manier om iets te bekijken.’ Tussen deze diep-filosofische bespiegelingen door komen we te weten over Vasco’s verdriet om zijn jonggestorven vrouw en de jaren dat hij als kok werkzaam was in Amerika, het land waarnaar hij emigreerde toen hij nog jong en ondernemend was. Nu is hij net zo inert en afgestompt als iedereen in Marmarrosa.

Bijna iedereen, want wat te denken van de slimme en ambitieuze 20-jarige Teresa? Zij werkt in een winkel, onderhoudt haar moeder en jongere broer, maar droomt ervan als au pair af te reizen naar Londen. Voor het zover is wil ze echter eerst haar maagdelijkheid verliezen, en wel in stijl. Bijna overbodig te zeggen dat ook hier een illusie zal worden verstoord.

En zo is er nog een handvol personages die stuk voor stuk een aura van stuurloosheid om zich heen dragen. Marmarossa en zijn (al dan niet tijdelijke) bewoners vormen een zinnebeeld van gefnuikte ambities, vervlogen hoop en vermoeide berusting. Dat het nieuw geopende internetcafé niet online blijkt te zijn, verbaast eigenlijk niemand.

Aan het begin wordt melding gemaakt van Marco Alfonso Rodrigues, de enige dorpsbewoner die de wijde wereld is ingetrokken en het daar ook werkelijk heeft gemaakt. Het verhaal gaat dat hij zal terugkeren en zijn kapitaal zal gebruiken voor de bouw van een hotel, en daarmee het dorp een belangrijke economische impuls zal geven.

In het laatste hoofdstuk wordt een groot welkomstfeest voor hem georganiseerd, waarmee Ali al haar personages op één podium weet te krijgen.

Het zou een daverende apotheose kunnen zijn, die tevens een nieuw begin vormt.

Maar ja, in Marmarrosa?

Monica Ali: Het blauw van Alentejo. Vertaald uit het Engels door Monique Eggermont. Prometheus; 256 pagina’s; € 19,95. ISBN 90 446 0865.

Meer over