Afbrokkelend racisme; ZWARTE MIDDENKLASSE IN AMERIKA BOEKT VOORUITGANG OP ALLE TERREINEN

AMPER VEERTIG jaar geleden laadde het echtpaar Colin en Alma Powell hun Volkswagen in en verhuisde van Fort Devens in Massachusetts naar Fort Bragg in North Carolina....

De wereld van de racistische Jim Crow-wetten is als gevolg van een reeks arresten van het Opperste Gerechtshof en de burgerrechtenwetgeving van 1964 en 1965 volledig verdwenen. Maar de color line, die W.E.B. Dubois in 1901 beschreef in The Souls of Black Folk is bijna een eeuw later nog altijd zichtbaar en voelbaar. Die scheidslijn loopt door steden, scholen, sportclubs, inkomensgroepen, kerken, de politiek en de statistieken, kortom door het hart van Amerika.

Het initiatief van president Clinton om een nationaal debat te houden over rassenrelaties is dan ook niet een verzinsel van een politicus die niets meer om handen heeft. Die discussie is schoorvoetend op gang gekomen in kerken, wijkcentra en vooral ook in de leesclubs, waarvan Amerika er vele telt. De romans van de Californische Bebe Moore Campbell over het dagelijks leven van zwarte vrouwen in Los Angeles maken in Prince George's County (bij Washington) openhartige gesprekken los over racisme, blanke schuld en zwarte woede tussen zwarte en blanke lezeressen.

Zwarte schrijvers en intellectuelen als Cornel West, Brent Stapels en Glen Loury verschijnen met de president op de televisie om het nationale debat gewicht en diepgang te geven. Hun werk ligt vooraan in de winkels van Borders en Barnes & Noble, pal naast de populaire reisgidsen voor de Bahama's en het Caribisch gebied. Steven Spielbergs film over de geschiedenis van het Spaanse slavenschip La Amistad is een succes.

Tussen historici, sociologen en journalisten is zelfs een soort richtingenstrijd losgebarsten, die de nationale discussie extra scherpte heeft gegeven. Inzet is de vraag of 'het Amerikaanse dilemma' tussen verheven idealen over gelijkheid en gelijkberechtiging, en racistische praktijken sinds de verschijning van Gunnar Myrdals onderzoek in 1944 is verdwenen of niet.

De optimistische stroming die meent dat Amerika in de afgelopen zestig jaar veel heeft bereikt bij het uitbannen van racisme, wordt vertegenwoordigd door het geleerde echtpaar Abigail en Stephan Thernstrom. In hun ambitieuze en polemische America in Black and White - One Nation, Indivisible nemen zij stelling tegen de idee dat er helemaal niets is veranderd in Amerika en dat zwarten lijden onder een regime van 'nieuwe slavernij'.

De centrale stelling van de Thernstroms is dat het systeem van positieve discriminatie in het onderwijs en in het bedrijfsleven snel moet worden afgeschaft, omdat het grote schade toebrengt aan de rassenrelaties in de VS. Een min of meer verrassende aanbeveling van twee academici - zij werkt op het Manhattan Institute in New York en hij op Harvard in Cambridge - die hun leven lang de linkse zaak hebben gesteund. Zij vertegenwoordigen als voormalige marxisten de politieke ommekeer. In 1992 en 1996 steunden zij voor het eerst Republikeinse kandidaten en nu behoren ze tot de groep van neoconservatieve denkers.

De pessimistische stroming die van mening is dat racisme diep geworteld is in de Amerikaanse samenleving en in wezen alleen maar van gedaante is veranderd of ondergronds gegaan, wordt vertegenwoordigd door David K. Shipler, voormalig correspondent van The New York Times in Israël, Rusland en Vietnam, en winnaar van de Pulitzer-prijs. Zijn impressionistische A Country of Strangers - Blacks and Whites in America is het verslag van een vijf jaar durende reis door de Verenigde Staten. Hij bezocht de chique, zwarte buitenwijken van Washington DC, Atlanta en Los Angeles. Hij ging luisteren en praten in de South-Bronx, North-Philadelphia, de South-Side van Chicago, maar ook in Alabama en Mississippi, waar de rassenverhoudingen, paradoxaal genoeg, beter zijn dan in het noorden.

0 HIPLER KWAM na een lang verblijf in het buitenland tot de voor hem toch verrassende conclusie dat er bijna geen dag voorbij gaat of zwarte Amerikanen worden met hun huidskleur geconfronteerd. 'Er is tussen blank en zwart nauwelijks enige interactie van belang, waarin ras geen rol speelt. Ras, huidskleur, is zelden een neutraal element. Ras kan leiden tot aversie, angst of verlegenheid, maar ook tot overdreven vriendelijkheid of onnatuurlijke dialogen. Zelfs in alledaagse contacten - tussen een klant en een ober, tussen een koper en een verkoper, een buschauffeur en een passagier - is ras nooit neutraal; het bezit gewicht en speelt een rol in de chemische reactie', concludeert Shipler op grond van honderden gesprekken met gewone Amerikanen in zijn fascinerende reportageboek.

Speelt ras in individuele relaties al zo'n beladen rol, dan is dat zeker het geval in nationale discussies over economische ongelijkheid, gezondheidszorg, armoede, misdaad, gangs, tienerzwangerschappen, dakloosheid en analfabetisme. 'Zwarten zijn de schuld van deze problemen en de oplossingen - het verminderen van de bijstand en nog zwaardere straffen - zijn manieren om zwarte misdaden aan te pakken', stelt Shipler in een poging de pijn van het zwart-zijn in Amerika te beschrijven.

A Country of Strangers gaat in feite over misverstanden, onbegrip, onwetendheid, ongevoeligheid en foute generalisaties. Misschien wel de pijnlijkste alinea's in zijn boek zijn gewijd aan de beschrijving van een cursus in een grote onderneming. Onderwerp van het groepsgesprek waren rassenrelaties. De cursusleider vroeg alle mannen die slechte ervaringen met de politie hebben gehad, hun hand op te steken. Alle vijftien zwarte deelnemers staken hun hand op en vertelden verhalen over willekeurige aanhoudingen, neerbuigende agenten en verschillende vormen van racisme. De leider vroeg vervolgens aan alle vrouwelijke deelnemers, onder wie een aantal zwarte en Latijns-Amerikaanse medewerksters, of zij hebben overwogen geen kinderen te krijgen vanwege het racistische klimaat. Tot verbazing van Shipler staken twaalf vrouwen hun hand op. Als blanke journalist en vader van drie kinderen viel het hem anno 1997 zwaar deze reactie te begrijpen.

Tragikomisch is zijn weergave van de vele goede bedoelingen waarmee blanken zwarten benaderen. In het plaatsje Atgen in Pennsylvania wilde de onderwijzeres Mary Horning de leerlingen van de eerste klas de betekenis uitleggen van dominee Martin Luther King. Om aan te tonen hoe oneerlijk het is mensen te beoordelen op hun huidskleur, besloot zij een slavenveiling na te spelen. Zij vroeg haar enige twee zwarte leerlingen, twee meisjes, de slaven te spelen. De kleine Ashley Dixon werd op een tafel voorin de klas geplaatst en kreeg van de juf te horen dat zij niet meer dan tien dollar waard was.

De rel die ontstond nadat de geschokte Ashley het verhaal aan haar ouders had verteld, was natuurlijk niet te overzien. Shipler concludeert daaruit dat 'een verminderd gevoel vóór en kennis ván de betekenis van de geschiedenis' rampzalig is voor de verhoudingen tussen blank en zwart. Terecht geeft hij het onderwijs daarvan de schuld.

De soepel en elegant schrijvende Shipler, die ongetwijfeld hoopt met A Country of Strangers een tweede Pulitzer Prize in de wacht te slepen, volgt daarmee de conclusies van de Kerner-commissie en de politicoloog Andrew Hacker. Hij vult Hackers bestseller Two Nations - Black and White, Separate, Hostile, Unequal geloofwaardig aan. De logische politieke gevolgtrekking na Shiplers rondreis is dat het systeem van positieve discriminatie in het onderwijs, bij de overheid en in het bedrijfsleven moet blijven bestaan.

Shipler beschouwt de conservatieve kritiek op het stelsel van affirmative action als een moderne verpakking van oude, racistische opvattingen. 'Je mag niet meer zeggen dat zwarten lui zijn, maar je mag wel zeggen dat zwarte bijstandsmoeders met drie of vier kinderen verplicht moeten gaan werken. Je mag niet meer zeggen dat zwarten dom zijn, maar wel dat het onjuist is dat het systeem van positieve discriminatie niet-gekwalificeerde zwarten bevoordeelt ten opzichte van gekwalificeerde blanken.'

0 IER KOMT hij frontaal in botsing met het wetenschappelijke duo Abigail en Stephan Thernstrom, wier boek gelezen moet worden als een tegenreactie op de conclusies van de Kerner-commissie en vooral op het boek van Andrew Hacker. Hoofdstelling van de Thernstroms is dat het aanzienlijk beter gaat met zwart Amerika dan liberals met een schuldgevoel en voorstanders van overheidsinterventie doen voorkomen. Als Colin Powell door een meerderheid van de bevolking beschouwd wordt als een toekomstige president en de zwarte basketbal-ster Charles Barkley, die is getrouwd met een blanke vrouw, in alle ernst overweegt gouverneur van Alabama te worden, dan 'is er veel veranderd'.

Waar Shipler het pessimisme van Malcolm X lijkt te vertegenwoordigen, zeggen de Thernstroms het optimisme van de dertig jaar geleden vermoorde dominee King te delen. Hun onderzoek leunt zwaar op statistieken, opiniepeilingen en gegevens uit sociologische, psychologische en economische onderzoeken. De ene keer zeer feitelijk en dan weer polemisch tonen zij aan dat het racistische Amerika sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in hoog tempo afbrokkelt.

Er is op alle terreinen grote vooruitgang geboekt. Vier van de tien zwarte Amerikanen behoren tot de sociale en economische middenklasse, de doodarme onderklasse is verkleind tot ongeveer 20 procent van het totale aantal zwarte Amerikanen (37 miljoen). Het aantal zwarten met een middelbare-schoolopleiding haalt het blanke gemiddelde en op het gebied van het universitaire onderwijs is een trage, maar toch duidelijke inhaalbeweging op gang gekomen. Het particuliere huizenbezit is in de buitenwijken spectaculair toegenomen, de werkloosheid is gedaald tot rond de 9 procent. 'Het beeld van de arme onderklasse in de getto's is niet representatief voor de hele bevolkingsgroep', tonen de Thernstroms aan.

Zij beschouwen de groei van de zwarte middenklasse als een ten onrechte goed bewaard geheim van de afgelopen decennia. Die groei vertaalt zich in politieke macht. Alle grote steden in het oosten, het zuiden en westen hebben of hadden zwarte burgemeesters en zwarte politiecommissarisen. In Birmingham en Montgomery, historische plaatsen in de geschiedenis van de burgerrechtenbeweging, domineren zwarte Amerikanen de lokale en regionale politiek.

'Racisme bestaat, dat valt niet te ontkennen, maar de pijn die dat met zich meebrengt, verstoort de kijk op de werkelijkheid. Echte vooruitgang wordt ten onrechte overschaduwd door problemen op het gebied van armoede en criminaliteit. Het goede nieuws wordt helaas weggedrukt door het slechte nieuws', denken de Thernstroms, die met enig recht pretenderen een belangrijk boek te hebben geschreven.

Het raciale klimaat in de VS is, vergeleken met de vooroorlogse jaren, drastisch veranderd. Grote ondernemingen, zoals Texaco en Mobil, moeten miljoenen dollars aan schadeclaims betalen aan zwarte werknemers en klanten voor de geringste vorm van discriminatie. Voor grote bedrijven is positieve discriminatie een goede investering, ideale pr, en een verzekering tegen hoge schadeclaims. En meer dan 85 procent van blank Amerika vindt dat huidskleur op geen enkele manier een nadelige rol mag spelen op het werk, op school en in de dagelijkse omgang.

Tegelijkertijd blijkt uit opinie-onderzoek dat black anger en black rage aanzienlijk minder voorkomen dan wordt verondersteld. Slechts 5 procent van de zwarten sympathiseert met de nationalistische en separatistische ideeën van Louis Farrakhan of de politieke erfgenamen van Malcolm X en de Black Panthers.

De economische en sociale ontwikkelingen kwamen meteen na de Tweede Wereldoorlog op gang. Volgens de Thernstroms heeft vooral de economische groei in de jaren vijftig en zestig, in combinatie met de migratie van zuid naar noord, geleid tot de ontwikkeling van een min of meer welvarende zwarte middenklasse. De burgerrechtenwetgeving was daar een logisch en lovenswaardig gevolg van. Overheidsinterventie in de vorm van positieve-discriminatiewetten heeft aanzienlijk minder aan dat succes bijgedragen dan wel wordt verondersteld, stellen zij.

Positieve discriminatie staat volgens hen op net zo'n gespannen voet met Amerikaanse idealen als de slavernij en het racisme van het Jim Crow-tijdperk. Inderdaad heeft het systeem van quota en overheidscontracten niet kunnen beletten dat de inkomenskloof tussen blank en zwart in de jaren zeventig weer is gegroeid. Dat heeft te maken met het uiteenvallen van zwarte familieverbanden. Waar in vergelijkbare blanke en Aziatische gezinnen sprake is van twee inkomens, staan zwarte vrouwen er vaak alleen voor.

De scherpe aanval van de Thernstroms op het voortdurend aanpassen van normen en standaarden in het onderwijs aan zwarte leerlingen, het gebruik van de gettotaal Ebonics op scholen in binnensteden en de afrocentrische cursussen, is overtuigend en ijzersterk. Verlagen van onderwijsnormen kan nooit een antwoord zijn. Dat vinden ook progressieve zwarte leiders als dominee Jesse Jackson.

Het stelsel van positieve discriminatie, dat bij de komende Congres- en presidentsverkiezingen weer een belangrijk thema zal zijn, heeft het uiteenvallen van zwarte families en de toename van de misdaad in zwarte gemeenschappen niet kunnen verhinderen. Hoewel hun weerzin tegen voorkeursbehandelingen navoelbaar is, zouden de Thernstroms, die hun werkkamers en bibliotheken niet hebben verlaten, toch ook de reis moeten maken die David Shipler heeft ondernomen. Geen overheid, ook de Amerikaanse niet, kan afzijdig blijven als gemeenschappen aftakelen, de meeste jongeren opgroeien in eenoudergezinnen en de helft van de mannen op de een of andere manier het justitiële systeem van binnenuit kent.

Als de overheid het leger niet had opengesteld voor zwarten, was Powell nooit zo'n belangrijke generaal geworden. Als de uitvoering van burgerrechtenwetten en -arresten niet was afgedwongen door Eisenhower, Kennedy en Johnson, dan zou de juridische kleurengrens nog steeds bestaan. Zolang het 'Amerikaanse dilemma' niet is verdwenen, moet er worden gepraat en nagedacht, en dient de overheid resultaatgericht op te treden, vindt president Clinton. Dat de Republikein Colin Powell hem voluit steunt, kan nauwelijks een verrassing zijn.

Oscar Garschagen

Stephan & Abigail Thernstrom: America in Black and White - One Nation, Indivisible.

Simon & Schuster, import Van Ditmar; 704 pagina's; ¿ 65,-.

ISBN 0 684 80933 8.

David K. Shipler: A Country of Strangers - Blacks and Whites in America.

Knopf, import Van Ditmar; 607 pagina's; ¿ 68,10.

ISBN 0 394 58975 0.

Meer over