ADELE BLOEMENDAAL

In de jaren zestig maakte ze furore in de shows van Rob Touber. Ze was de 'beeldbuisvedette van het Nederlands cabaret'....

'ADELE BELDE me een paar maanden geleden op. Iemand moet haar hebben ingefluisterd dat ze met mij moest werken', zegt regisseur Dick Hauser. 'Ik ging bij haar thuis langs en daar zat ze, omgéven door teksten. ''Wat vind je hier van, wat vind je daar van.'' We hadden vrij vlot de contouren van wat het moest worden. Ik had sterk de indruk dat ze er al lang mee rondliep.'

Een fenomeen, vindt Hauser. 'Een curieuze synthese van het platvloerse en het intellectuele. Absoluut allure.'

Vanavond gaat in de Haarlemse Stadsschouwburg Adèle's comeback nr 1 in première. De wetenschap dat ze binnenkort AOW krijgt, is voor Adèle Bloemendaal geen reden om het rustig aan te doen. In tegendeel, het lijkt haar gevecht tegen de ouderdom, dat ze al ver voor haar veertigste inzette, een nieuwe impuls te geven. Hauser: 'Wie durft op die leeftijd nog de planken op, met allemaal nieuwe nummers? Ze staat er, en met heel goed materiaal ook.'

Menig schouwburgdirecteur wist ze afgelopen decennia tot wanhoop te drijven door weer eens niet op te dagen, maar haar krediet blijkt ze niet te hebben verspeeld.

'Ik vond het een feest.' Directeur Bert Naarding van De Kolk in Assen, waar Adèle's comeback nr 1 drie weken geleden een try-out beleefde, heeft zich vooraf even tot de zaal gericht. 'Ik heb gezegd dat we zo blij zijn dat ze weer terug is, en dat we met hooggestemde verwachtingen in de zaal zouden zitten. Een moordmens.' Sommige mensen vonden het een wat sombere avond, hoorde hij, omdat het over ouder worden ging. 'Een dolle avond is het niet, maar het is helemaal Adèle.'

'Mij krijg je niet kapot, dat ligt niet in mijn aard', zong ze in Adèle op de Orinoko. Dat was vijf jaar geleden. Begin 1994 was Adèle kapot. Moest ze de tournee afzeggen van Meisjes uit de grote stad, een show die ze samen met Jenny Arean zou doen. De vermageringspillen uit België nekten haar. 'Ik had hartritmestoornissen, podiumvrees, een ouderdomsdepressie', merkte ze afgelopen zondag op in het VPRO-tv-programma De Plantage. Volslagen ontreddering.

'Ze was er mentaal niet toe in staat. We hoorden het op de dag van de eerste repetitie.' Joop Koopman werkte indertijd bij Bureau Lumen dat ook Adèle op de Orinoko had geproduceerd. Hij kende het wel van haar, het niet-in-staat-zijn. 'Dan belde ze en wist ik hoe laat het was. Heel beslist klonk ze dan. Grote vedetten hebben dat ook, die weten: vanavond wordt het niet goed en dan zien ze er vanaf.' Van Adèle kon hij het hebben, 'ik begreep haar wel'. Hij verwacht wel dat haar huidige producent, Joop van den Ende, minder begripvol zal zijn.

Koopman is sans rancune. Jenny Arean ook. 'Ik moest haar eerst een tijd niet zien, om mijn krachten te bundelen. Het was toch een eenzame tocht om plotseling alleen verder te moeten gaan.' Ze kennen elkaar al heel lang. 'We hebben samen bij Toneelgroep Ensemble gezeten, bij Karl Guttmann. Begin jaren zestig. Met Johan Kaart zaten we in een thriller, een heel lelijk stuk. Gingen wij in de coulissen vies-lopen, trokken we onze rokken op en dan zag je die jarratellen en een stuk dij en dan liepen we met heel kromme benen.' Adèle vloog er uit bij Ensemble toen ze 'haar schuif opentrok' over het beleid van Guttmann, dat ze 'trutterig' vond.

Het meisje Hameetman dat van de MMS werd gestuurd wegens provocerend gedrag, zou in haar carrière als Adèle Bloemendaal - de achternaam is van haar eerste ex - de reputatie opbouwen van lastig en wispelturig. Een gedrag dat niet zozeer voortkomt uit sterallures, maar meer uit een bijna wurgend besef dat het leven te kort is om tijd te verdoen met iets waar ze niet (meer) in gelooft. Rot op, zeg, er zijn zoveel andere leuke dingen: gletsjers in Alaska, een koraalrif bij Bonaire, opgravingen in Peru. Een vliegtuig is zo gepakt.

Begin jaren zestig maakt ze furore in de shows van Albert Mol en groeit daarna in de VPRO-shows van Rob Touber uit tot 'beeldbuisvedette van het Nederlands cabaret'. Ellen Jens, regie-assistent bij Touber, herinnert zich de lange nachten in de NTS-studio's.

'Rob werkte als een van de eerste met colourkey en dat was ontzettend bewerkelijk. Om zes uur sloten de studio's en moesten we weg. Maar dan kwamen we weer terug en waren we tot twee uur 's nachts bezig, de hele NTS-ploeg bleef - iedereen werkte in z'n eigen tijd. Touber heeft Adèle op het spoor gezet van mooie teksten. En ze moest van hem op dieet. Hij lette erg op haar uiterlijk, kleedde haar als een filmster.' Op aanraden van Touber liet ze, nog geen veertig, haar eerste facelift doen.

Van de legendarische Touber-shows zijn geen opnamen bewaard gebleven. Albert Mol prijst zich gelukkig met enkele 'zeldzame video-opnamen' van zijn shows met Adèle. 'Je kon het toen al zien: wat een kanon, wat een talent. Adèle in volle glorie, met Donald Jones in Honeysuckle and the bee, prachtig.'

Hij vindt het geweldig dat ze weer op het podium staat, 'een jonge meid van zestig', sinds kort oma. Een 'theaterbeest' is het, die niet zeikt als ze een flop heeft. Een waanzinnig gevoel voor humor. 'Ze is geen lieve, leuke, aardige collega, maar een vriendje, een gabber, een meid om door dik en dun te gaan.' Ze kan ook zeer ontroerend zijn. 'Maar je moet haar niet te veel op de nek zitten, want daar houdt ze niet van. Een petite monstre sacré. Als ze een dreun wil verkopen, blijf bij haar uit de buurt'

Een wilde meid tot ze moeder werd, in 1963 van John-John. Vader Donald Jones: 'We zaten bij een Leidsepleingang, iedereen was wild. Maar toen de baby kwam, was daar meteen een mammie. Geweldig. Een goede moeder was ze, misschien heeft ze Johnny een beetje verwend. Johnny is háár bouwwerk, ze heeft het goed gedaan. Heeft hem andere culturen laten zien, op zevenjarige leeftijd nam ze hem mee naar Egypte. Ze is dol op reizen.'

In 1968 heeft ze haar eerste grote hit in het theater: Met blijdschap geven wij kennis, een cabaretprogramma met Gerard Cox en Frans Halsema, waarin ze als 'hedendaagse vrouw' de voordelen van 'de sexuele revolutie' bezingt ('vooruit stuk, laten we meteen gaan copuleren'). Een tweede seizoen vindt ze te veel gevraagd en, tot grote woede van Cox en Halsema, stapt ze eruit. Ze krijgt het druk met televisie. Ze speelt een toffe Tante Miep in de KRO-serie Mijn broer en ik en dat succes is voor Eli Asser aanleiding tot de serie Het Schaep met de vijf poten. Tv-kijkend Nederland geniet van Tante Door, een stevige Jordanese met het hart op de goede plaats: 'We zijn toch op de wereld om mekaar, om mekaar te helpen niet waar.'

Asser: 'Het waren slechts acht afleveringen, maar de serie had een geweldige impact.' Twee jaar later schreef Asser op verzoek van 'ene' Joop van den Ende, een jonge tv-producent, een nieuwe serie voor het 'gouwe duo' Piet Römer/Adèle Bloemendaal, Citroentje met suiker. 'Toen ging Adèle moeilijk doen, ze werd ziek, wat haar wel vaker goed uitkwam, en liet het afweten. Ik heb toen Leen Jongewaard erbij gehaald, waarna Adèle spijt kreeg en toch meedeed.'

'Ze is een geweldige volksactrice, die recht tot het hart van de mensen spreekt. Dat talent heeft ze verloochend door het in de kunst met de grote K te gaan zoeken. Voor het volkse type ging ze zich te goed voelen. Erg spijtig. Het moest zonodig diepzinnig worden, het moest zonodig Brecht worden. In het serieuze lied is ze niet ongeëvenaard, als parodiste wel, dan is ze fantastisch.'

Begin jaren tachtig heeft Adèle het helemaal gehad met het geschnabbel, de carnavalhits die nooit meer zo leuk zouden zijn als 'Halleluja kameraden' ('landgenoten, zet 'm op, laat de klok maar luiden, moederdag, alaaf, de vlag in top') en slechte tv-scripts. Ze belt pianist Frans Ehlhart. 'Zeg oude Ehl, moeten wij niet eens een show maken?' Het wordt Adèle's keus, een programma voor 'vleugel en zangstem'.

Ehlhart: 'We zijn begonnen in jeugdhonken, tussen vretende mensen in foute zaaltjes. Na een half jaar boomde het programma opeens en kwamen we in grote zalen terecht. Een mooi programma dat haar harde én haar zachte kant naar voren haalde. Tweeënhalf jaar hebben we zeer succesvol gedraaid, tot ze er ineens de brui aan gaf. Liet ze zich ziek en zielig voor De Telegraaf in bed fotograferen.'

'Bros, Bros, Bros' - Adèle heeft een geweldige tv-reclameschnabbel en kapt met de slopende tournee, die ze typeert als een 'open strafgevangenis'. Ehlhart: 'Het is een ontzettend leuk mens, maar in de provincie kon ze het programma echt afraggelen. Dat irriteerde me mateloos. Op een gegeven moment was voor mij de maat vol. ''Dit moet je eens in De la Mar proberen, dan gooi ik de klep dicht'', heb ik gezegd. Zij dacht dat het om macht ging, maar het ging om de artistieke ondergrens.'

Adèle neemt een 'sabbatical year', gaat reizen, publiceert een aantal reisverhalen, schrijft een boek over fitness - ze zit inmiddels zo strak in het vel dat Paul Huf haar voor Playboy mocht fotograferen - en komt terug met een show in Carré in Amsterdam, Adèle in korte broek. 'Op toneel staan is één grote schreeuw om aandacht', geeft ze zelf toe. Opnieuw jubelende kritieken.

'Ze heeft een feilloze blik op wat wel en wat niet voor haar is. Ze is heel trefzeker.' Naast Boerstoel, Dorrestijn, Wilmink en Mulder is Jacques Klöters een van haar tekstleveranciers, die ze soms opbelt met een ideetje: 'Zeg cabaretpooier, dit kan toch alleen maar geschreven worden door jou'

'Ze is erg op taal, erg op woordjes. Katarakt, dat vindt ze dan opeens een lekker woord. Dat wil ze dan in haar show gebruiken. Ik zie haar dan verlekkerd kijken als het zover is.' Adèle houdt van de overdrijving, is ondeugend, maar gaat altijd op chique. 'Hoe ordinairder het wordt, hoe beschaafder ze klinkt. Het woord kut spreekt ze uit alsof het bij de Bonneterie in de etalage ligt.'

Ze is een 'compulsive' lezer (Marquez, Theroux, O'Hanlon, Spark, Tartt, Brodsky), maar voelt zich, volgens Klöters meer op haar gemak in de onderwereld, tussen hoeren en pooiers, dan tussen intellectuelen. Hij herinnert zich de uitreiking van de Theo Thijssenprijs aan Willem Wilmink. 'Adèle stoot me aan. ''Daar staat Kees Fens, voor die man lig ik op mijn knieën, ik lees alles van hem, zelfs als het over de heilige Ambrosius gaat.''

Waarop Klöters haar aan Fens voorstelt. 'Ze zegt, ''ik aanbid u'' en rent met een rood hoofd weg. Als een verlegen puber. Voor de literatuur heeft ze groot ontzag. Daarom is het voor schrijvers ook heel dankbaar om voor haar te werken.' Fens herinnert het zich. ''Ik lees u altijd hoor'', zoiets zei ze in het voorbijgaan, volgens mij. Ik ken haar alleen van de televisie. Ze is een type waar ik vreselijk om moet lachen.'

Adèle's comeback nr 1. Stadsschouwburg Haarlem, 24 en 25 oktober. Tournee.

Meer over