Actie voor artistieke lef in de schouwburg

De ‘Rotterdam Connectie’ van acteur John Buijsman zet directeuren onder druk ook ‘kleine’ voorstellingen te brengen...

Van onze medewerker Patrick van den Hanenberg

Schouwburgdirecteuren zijn tegenwoordig laf en tonen geen enkele behoefte om een publiek van fijnproevers aan zich te binden. Zij willen niet versleten worden voor financiële onbenullen en lopen daarom met een wijde boog om de experimenten en het minder toegankelijk toneel heen.

Zo zou je in het kort de kritiek kunnen samenvatten van de Stichting de Rotterdam Connectie, die een actie is begonnen om de schouwburgdirecteuren tot meer artistieke lef aan te zetten. Onder aanvoering van acteur/theatermaker John Buijsman heeft de stichting een Comité van aanbeveling bij elkaar getrommeld, met onder meer theatermakers Jos Thie en Martin van Waardenberg, PvdA’er Hans Kombrink, theaterdirecteuren Nel Oskam (Gouda) en John Reinders (Theater aan het Spui), en schrijver Bart Chabot.

Met een vriendelijke stalk-ronde onder het motto van John Wayne ‘If you got them by the balls, their hearts and minds will follow’ wil hij programmeurs wijzen op hun verantwoordelijkheid ook kunst te brengen.

Buijsman begrijpt de financiële overwegingen van de programmeurs wel, maar snapt niet waarom ze niet met de opbrengst van vijf dagen volle bak met Bert Visscher een kwetsbare kleine voorstelling subsidiëren. Als hij weer nul op het rekest krijgt, hoort hij wel eens: ‘We hebben deze maand al een kleine toneelvoorstelling.’

Frans Lommerse, directeur van de Haarlemse Toneelschuur en Frank Noorland, programmeur van Theater Bellevue in Amsterdam, herkennen die geluiden wel van schouwburgdirecteuren die klem zitten tussen de wethouder van Financiën en het artistieke geweten, maar voelen zich zelf absoluut niet aangesproken. Lommerse: ‘Wij nemen juist risico met jonge groepen en Belgisch aanbod, maar je moet ook keuzen maken.’

Buijsman werkt nu aan een voorstelling over het werk van de Amerikaanse beat-dichter Charles Bukowski. De acteur heeft bij Oostpool en het Ro-theater genoeg werk, maar wil zelf kleine voorstellingen blijven maken, die in het verleden goed zijn ontvangen door de pers en het (in bescheiden getale opgekomen) publiek. ‘Maar het gaat ook om nieuwe beginnende makers, die geen speelplekken krijgen. Zonder de kleine eigenzinnige voorstellingen, sterft het toneel en houd je alleen cabaret en musical over.’

Meer over